DE PATRIJS

DE PATRIJS       

https://nl.wikipedia.org/wiki/Patrijs_(vogel)

Europese patrijs wildkleur

Latijnse naam:

Perdix Perdix.

Nederlandse naam:

Europese Patrijs wildkleur

patrijzen koppel leenderstrijp mais

Land van herkomst:

De patrijs is een  standvogel die in het overgrote deel van Europa voorkomt, waaronder  Nederland, België, Duitsland. Uitzonderingen zijn het Iberisch Schiereiland. Tevens komt deze patrijs voor in het zuiden van Canada en het noorden van Amerika. Ook in vele andere landen van de wereld komen ze voor. Ze zijn daar uitgezet voor de jacht maar zijn in deze landen als inheemse dieren aangemerkt.

Grootte: :

Lengte ± 30 cm.  Ze zijn een middelgrote levendige vogel met een gedrongen bouw en ronde lichaamsvormen, en middelhoog gesteld. Met een spanwijdte van 45 tot 48 cm..

Gewicht:

300-500 gr

Leeftijd:

tot 7 jaar

Ringmaat:

7 mm (de dieren moeten altijd gering zijn)

Kleur man:

De poten zijn grijs, de kop is kastanjebruin evenals de keel. Mannetjes hebben bovendien een kastanjebruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer.

Kleur vrouw:

De poten zijn grijs, de kop is kastanjebruin evenals de keel. De vrouwtjes hebben een kleinere vlek of soms geen vlek. De jonge dieren hebben geen vlek. (Zie ook foto links  boven)

Volière:

3 vrouwen en 3 mannen zitten in een verblijf van 6 meter lang x 4 meter breed x 3 meter hoog.  Dit is voor deze dieren ruim voldoende

Kweek:

De dieren zijn in tegenstelling tot kwartels, fazanten en kippen monogaam. Ze leven dus in koppels. De broedduur bedraagt 26 dagen. Grootste legsel dat is gevonden is  tot 19 eieren

uitgekomen patrijzen eieren

Behuizing:

Overdekt open nachthok.

Temp/ Luchtvochtigheid:

Winter hard.

Leefgebied:.

Patrijzen komen vooral in kleinschalige open terreinen voor, zoals weilanden, akkers en braakliggende terreinen met houtwallen of heggen. Ze broeden op het gras, heide, in moerassen, duinen en lage heuvels.

Voeding:

Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insecten en ander klein gedierte. In gevangenschap fazantenkorrel.

De patrijs is een vogel die vaak op de akkers zit en familie is van de fazant.  We noemen hem ook nog de veldhoen.  Hij is niet zo groot, zo hoog als een kip.  Hun poten zijn grijs en de kop is kastanjebruin.   Mannetjes hebben ook een buikvlek in de vorm van een hoefijzer.  De vrouwtjes hebben een kleinere vlek, maar de jongen hebben er geen.  Als ze paren, blijven ze steeds bij hetzelfde vrouwtje.  Dat gebeurt niet veel bij de vogels.

Het is een standvogel.  Dat wil zeggen dat hij in de winter niet naar warmere landen vliegt.  Hij blijft hier en zoekt minder koude plaatsen op.  Je vindt ze vooral op kleine akkers, weiden, of langs heggen.  Ze broeden op het gras, op de heide, in moerassen, de duinen en lage heuvels.  In ons land zijn ze wel bedreigd.   Je ziet ze de laatste tijd nog heel moeilijk.  Dat komt omdat ze de juiste insecten niet kunnen vinden.   Ook worden veel nesten van patrijzen kapot gemaakt als de akkers worden geploegd en de weiden worden gemaaid.  Ze vinden ook niet zo goede plaatsen om de winter door te brengen.  Toch mag er nog op hen gejaagd worden in oktober en november.  Dat is toch wel vreemd.

Vooral in de avond en de nacht hoor je de patrijs roepen.   Het klinkt als ‘kir-ik’.  Bij gevaar drukken de vogels zich tegen de grond, of vliegen laag over de grond weg.   Daarbij roepen ze heel luid en klappen hard met hun vleugels.  Als het vrouwtje broedt, zit ze soms wel op tien eieren.   Het mannetje zit steeds in de buurt op wacht om het nest te beschermen.