Klimbuideldieren

De klimbuideldieren zijn de grootste groep buideldieren.  Ze zijn vooral te vinden in Australië en Nieuw-Zeeland.  Dat zijn twee landen aan de andere kant van wereld.  Bij ons grazen vooral koeien, geiten en schapen, terwijl in die landen de kangoeroes op de weilanden grazen.

Deze dieren hebben twee tenen die vergroeid zijn.  Het lijkt alsof er twee klauwen uit één teen steken.  Ook de buideldassen hebben zo’n tenen.  Daarom zijn deze twee dierengroepen dichte familie van elkaar.  Het zijn ook de enige buideldieren met twee voortanden.

Ze dragen hun jongen met zich mee in hun buidel.  Dat is een zak die aan hun buik zit.  Als de jongen geboren worden, klimmen ze omhoog naar de buidel met hun kleine klauwtjes.  Daar groeien ze verder op.  Als de jongen groter worden, slapen ze in een nest.

Elf families klimbuideldieren :

Buideleekhoorns

Buidelmuis

Kangoeroeratten

Koala

Koeskoezen

Muskuskangoeroerat

Slurfbuidelmuis

Wombat

————————————————————————————-

Buideleekhoorns

https://nl.wikipedia.org/wiki/Buideleekhoorns

Buideleekhoorns zijn een familie klimbuideldieren die voorkomen in Australië en Nieuw-Guinea.  Enkele soorten hebben een vlieghuid waarmee ze door de lucht kunnen zweven, maar niet echt vliegen.  Het zijn niet de enige buideldieren die een vlieghuid hebben.  Ook de vliegende buidelmuis en de reuzenkoeskoes kunnen zweven.  Sommige soorten worden flink bedreigd omdat hun plaats waar ze leven wordt gekapt door mensen.

De diertjes hebben een korte kop en een staart die er borstelig uitziet.  Hij dient om goed hun evenwicht te kunnen houden of te sturen in de lucht als ze zweven.  Hun vacht is grijsbruin met zwarte vlekjes en strepen.  Ze worden ongeveer 12 tot 30 centimeter groot met een staart tot wel 40 centimeter.  Je vindt ze tijdens de nacht in het bos en komen nooit op de grond.  In de bomen zitten ze in nesten of holle bomen en springen en klimmen zeer goed.

sugarglider

De diertjes leven in kleine groepen of paartjes.  Ze lusten vooral insecten, vruchten, bladeren en bloesems.  Daaruit halen ze lekkere nectar of halen sap uit de bomen zelf.  Hun buidel is vrij stevig met 2 tot 4 tepels in.  Ze paren het hele jaar door behalve in de zomer.  Na ongeveer 14 tot 20 dagen worden de jongen geboren en kruipen ze naar de buidel waar 70 tot 90 dagen blijven zitten tot ze volgroeid zijn.

soorten buideleekhoorns :

gestreepte buideleekhoorn kleine buideleekhoorn buideleekhoorn suikereekhoorn grote suikereekhoorn grijze suikereekhoorn

NAMEN

Wetenschappelijke naam: Petaurus breviceps ssp. ariel

INDELING

Klasse: Zoogdieren (Mammalia)

Orde: Buideldieren (Marsupialia)

Familie: Klimbuideldieren (Phalangeridae)

Geslacht: Vliegende buideleekhoorns (Petaurus)

Soort: Suikereekhoorn (Petaurus breviceps)

KENMERKEN

Lengte: Tot ± 17 cm

Gewicht: Tot ± 140 gram

Levensduur: Naar schatting 10 jaar

Geslachtsverschillen: Mannetje is niet veel langer, maar wel steviger gebouwd dan vrouwtje

IN DE NATUUR

Biotoop: Open bos-achtige biotopen; ook parken en tuinen

Verspreidingsgebied: Noordoost-Australië

Voortplanting: Het vrouwtje krijgt na twee weken draagtijd een tot drie jongen, die zich verder ontwikkelen in de buidel

Voedsel: Insecten, vruchten, bloemen, plantensappen en soms kleine vogels

Bedreiging: Een van de meest algemene australische zoogdieren

IN DIERENTUINEN

Aantal: In Europa is Blijdorp de enige dierentuin met deze ondersoort

Voedsel: Fruit, krekels, meelwormen; extra vitaminen en eiwitten

Stamboeken: Geen stamboek

Aantal: Meestal 8 dieren.

Nageslacht: Regelmatig een jong.

Bijzonderheden: In het wild kunnen de dieren zweefvluchten van wel 50 meter maken. Die ruimte kunnen ze in Blijdorp niet krijgen. Zweefvluchten zijn dan ook niet te zien, sprongen wel. Bij een van de jonge dieren moest de staart geamputeerd worden.

————————————————————————————-

Buidelmuis

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegende_buidelmuis

ln kleine groepen of alleen leven deze buideldieren in ondergrondse legers in grasland en woestijnen, ’s Nachts jagen ze tussen het beemdgras op insecten, hagedissen en vogels. Buidelmuizen planten zich ’s winters voort en werpen nesten van of zes jongen.

In het kort

Latijnse naam :                  Dasyuroides byrnei

Engels :                                   Kowari

Grootte Lichaam :            lichaam 16,5-18 cm;staart 13-14 cm

Habitat :                                 midden Australië

Gewicht :                               70 – 137 gram

Leeftijd :                                 Tot 6 jaar

Voedsel :                                Insecten, hagedissen en vogels

Status :                                    Bedreigd

Web

Dwergbuidelmuizen zijn een familie klimbuideldieren die ook wel buidelslaapmuizen worden genoemd.  Ze lijken goed op gewone slaapmuizen en komen voor in Australië en Nieuw-Guinea.  Hun rug is grijsbruin met een lichte buik en een lange kale staart die ze gebruiken om zich vast te houden.  De diertjes worden 7 tot 13 centimeter lang.  De meeste soorten leven op de grond en met hun grijpstaart en grijppoten klimmen ze de takken op.  Het zijn nachtdieren die overdag slapen in een nest.  Dat hebben ze zelf gebouwd of gebruikt van een vogel die zijn nest verlaten heeft.

Het zijn de enige buideldieren in Australië die een winterslaap houden.  Voor ze in winterslaap gaan, slaan ze veel vet op in hun staart zodat ze een tijdje verder kunnen.  Ze lusten vooral zaden, vruchten, bladeren en andere planten, maar ook insecten, wormen, larven en nectar.  In hun stevige buidel zitten 4 tot 6 tepels waar het gans jaar door jongen in zitten.  De dieren die hoger in de bergen leven, hebben in de winter geen jongen.  Als de jongen geboren worden, kruipen ze verder naar de buidel zoals de andere buideldieren.  Daarin leven ze 3 tot 4 weken en maken dan plaats voor nieuwe jongen.

soorten dwergbuidelmuizen :

papoeabuidelslaapmuis

kleinste dwergbuidelrat

buideleikelmuis

kleine buideleikelmuis

 

ln kleine groepen of alleen leven deze buideldieren in ondergrondse legers in grasland en woestijnen, ’s Nachts jagen ze tussen het beemdgras op insecten, hagedissen en vogels. Buidelmuizen planten zich ’s winters voort en werpen nesten van of zes jongen.

Vliegende buidelmuizen zijn een familie klimbuideldieren die voorkomen in Australië, maar die amper twee soorten telt : de vliegende buidelmuis en de vederstaartbuidelmuis.  Enkel de vliegende buidelmuis heeft een vlieghuid zoals de suikereekhoorns en de reuzenkoeskoes.  De vederstaartbuidelmuis heeft waarschijnlijk vroeger wel een vlieghuid gehad.  Hun staart lijkt op een mooie veer met lange zachte haren.  De diertjes zijn maar klein van 6 tot 13 centimeter groot.  Hun vacht is grijsbruin.

Ze leven tijdens de nacht in de bomen.  Overdag verstoppen ze zich op verschillende plaatsen zoals in een hol van de boom of een zelf gemaakt nest.  Je vindt e in groepen van wel 20 dieren.  Ze leven van insecten, wormen, vruchten en nectar.

Vroeger hoorden ze bij de buideleekhoorns, maar sinds 20 jaar vormen ze een aparte familie die dichte familie is van de slurfbuidelmuis.

2 soorten buidelmuizen :

vliegende buidelmuis

vederstaartbuidelmuis

Buidelslaapmuizen (Cercartetus) zijn een geslacht van klimbuideldieren uit de familie der dwergslaapmuizen (Burramyidae) dat voorkomt in de bergen van Nieuw-Guinea en in het oosten en zuiden van Australië. Buidelslaapmuizen zijn kleine, muisachtige, voornamelijk in bomen levende buideldieren. Ze hebben een donkere ring rond de ogen, waardoor het lijkt alsof ze verdrietig kijken. De staart is vrijwel onbehaard en soms opgezwollen bij de wortel. De klauwen zijn klein. Deze dieren eten voornamelijk insecten, andere geleedpotigen en nectar, maar sommige soorten eten ook stuifmeel, fruit of kleine skinks (hagedissen). Alle soorten bouwen een rond nest van bladeren en soms boombast.

——————————————————————————–

Kangoeroeratten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kangoeroeratten

q8512875

Kangoeroeratten of ratkangoeroes zijn een familie klimbuideldieren die dichte familie zijn van de kangoeroes en de muskuskangoeroeratten.  Vroeger kwamen ze voor in gans Australië.  Nu vind je ze enkel nog aan de kust en enkele eilanden in de buurt.  Dat komt omdat er veel bossen worden vervangen door weilanden.  Maar ook vele katten en vossen aten kangoeroeratten op.

Ze lijken goed op kangoeroes en hebben ook lange achterpoten en kleine voorpoten.  Hun vacht is geel tot zandkleurig en grijs tot bruin.  Ze worden 20 tot 50 centimeter groot met een staart van 30 centimeter.

Het zijn nachtdieren die leven in bossen of plaatsen waar veel bomen staan.  Tijdens de dag blijven ze liever in hun nest dat gemaakt is van gras en twijgjes.  Het zit meestal in een holle boomstam of onder afhangende takken.  Om het nest te bouwen, sleuren ze bladeren en takjes met hun staart mee.  Soms gebruiken ze ook het hol van andere dieren.  De dieren leven meestal alleen of in losse groepjes.  Ze kunnen net als de kangoeroes lopen op 4 poten, maar vluchten weg al springend op hun achterpoten.

Ze eten insecten, larven en wormen, maar ook planten die niet groen zijn.  De groene delen kan hun maag niet malen.  Drinken hoeven ze niet te doen, want het sap uit de planten is genoeg drinken voor hen.  Net als de andere klimbuideldieren hebben ze een flinke buidel met vier tepels erin.  Als het jong geboren wordt, kruipt het naar de buidel waar het verder opgroeit.  Als het de buidel verlaat, komt er een nieuw jong dat naar de buidel kruipt.  De dieren worden 4 tot 8 jaar oud.

soorten kangoeroeratten :

rode kangoeroerat

woestijnkangoeroerat

borstelstaartkangoeroerat

potoroe
De langsnuitpotoroe is een dier zo groot als een konijn, maar met het figuur van een kangoeroe. Inderdaad, het compacte buideldier behoort tot de familie van de kangoeroes aangeduid als de kangoeroeratten. De oren zijn kort en rond, en zoals de naam al suggereert, deze soort heeft een lange, taps toelopend neus, met een naakte tip. Bij volwassen exemplaren, is de neus langer dan de lengte van de achterste voet, in tegenstelling tot de langvoet potoron waarbij de voet langer is dan de neus. De achterste ledematen zijn goed ontwikkeld en zwaar gespierd net als bij de kangoeroe.

De korte maar eveneens gespierde voorpoten zijn veel kleiner en hebben naar voren wijzende klauwtjes die gebruikt worden bij het graven. Vrouwtjes kunnen per jaar tot twee jongen krijgen, die het hele jaar door geboren kunnen worden. Na de geboorte, gaat de ontwikkeling in de buidel verder.

Het jong kruipt in buidel van de moeder, waar het zich hecht aan een speen en blijft daar de komende vier maanden. De jonge potoroe is na vijf tot zes weken onafhankelijk geworden van zijn moeder. Na 12 maanden is hij geslachtsrijp.

De bovenkant van het lichaam is bruingrijs, de onderkant lichtgrijs. De korte, donkere, nauwelijks behaarde staart loopt taps toe. De oren zijn klein en donker. De potoron leeft grotendeels solitair en voornamelijk ’s nachts actief.

—————————————————————————–

Kangoeroes

—————————————————————————–

Koala

https://nl.wikipedia.org/wiki/Koala

De koala slaapt ca. 18 uur per etmaal en de rest van de dag voedt hij zich met bladeren van de eucalyptusboom. Hij heeft een lang darmkanaal, zodat hij het taaie blad kan verteren en ongevoelig is voor de giftige chemicaliën daarin. Hij slaat het blad op in speciale wangzakken totdat het tijd wordt voor de maaltijd.

In het kort

Latijnse naam : Phascolarctos cinereus

Grootte Lichaam : lichaam 60-85 cm;vrijwel geen staart

Habitat : bos Verspreidings Oost-Australië gebied

Gewicht : mannetje 12 kilo, vrouwtje 8 kilo

Leeftijd : 20 jaar

Voortplanting: wijfje werpt eenjong, dat dan nog 6 maanden in de buidel blijft.

Voedsel : Bladeren, voornamelijk van eucalyptusbomen

Status : Bedreigd

Koala Baby07RAM

De koala is een buideldier en geen beer.  Hij komt alleen voor in een heel ver land, Australië.   De kleuren van hun pels kunnen verschillend zijn.  Maar hoe ouder hij wordt, hoe grijzer.  Ze hebben een korte staart, die eigenlijk nergens voor dient.

Koala’s eten bijna alleen bladeren van de eucalyptusboom.   De bladeren hebben veel vezels en vergif dat voor de meeste andere dieren gevaarlijk is.   Maar er zit zoveel nat in de bladeren dat de koala’s daarnaast niet veel meer hoeven te drinken.   Zolang er genoeg eten is, kunnen ze prima samenleven met mensen, maar ze hebben wel veel ruimte nodig.

Het zijn trage dieren en slapen bijna de hele dag, het liefst in een boom.   Ze noemen hem wel eens de grootste slaper van alle dieren.  De rest van hun tijd zoeken ze vooral eten of zoeken een leuk mannetje of vrouwtje om mee te paren.   Ze bewegen het liefst als de zon onder is en kunnen zelfs heel goed zwemmen.   Klimmen kan hij ook als de beste.   Ze leven het liefst alleen.  Als er een andere koala te dichtbij komt durven ze wel eens blaffen.  In de natuur zijn ze heel moeilijk te vinden, omdat ze zich zo stil houden.

Het koalajong wordt na vijf weken geboren, maar is dan nog kaal, blind en maar 2 centimeter lang.  De zes maanden daarop brengt het door in de buidel van de moeder, waar het melk drinkt uit een van de twee tepels.   Een buidel is een soort zak die aan de buik van de moeder hangt.   Daarin zitten allemaal tepels en daar drinkt het buideldier uit.   In de zes maanden daarna eet het jong een soort brij van de moeder.   Daarin zitten voorgeknabbelde eucalyptusblaadjes van de mama.

100 jaar geleden was de koala bijna verdwenen op onze aarde, maar gelukkig hebben we het op tijd gezien.   Nu is de koala beschermd.  Ook wordt hij nu bejaagd door dingo’s en wilde honden.

DE KLAUTERKUNSTEN VAN DE KOALA

De koala omklemt met zijn voorpoten een tak en trekt zijn achterpoten steeds met kleine sprongen bij

Duim en tweede vinger (beide opponeerbaar) staan tegenover de andere vingers. Aan de achterpoten hebben koala’s een spreidbare ‘grote teen‘ waarmee ze een tak kunnen omvatten.

AFMETINGEN Grootte: 60-80 cm

Gewicht: mannetje tot 11 kg, vrouwtje 8 kg. In noordelijke deel van zijn verspreidingsgebied kleiner

VOORTPLANTING Geslachtsrijp: mannetje met 3-4 jaar, vrouwtje met 2-3 jaar

Paartijd: van december tot maart (de zomer op het zuidelijk halfrond)

Draagtijd: 25-35 dagen

Aantal jongen: 1

LEEFWIJZE Gedrag: behalve in de paartijd solitaire boombewoners

Geluid: rauwe, lelijke roep, die op het zagen van hout lijkt

Voedsel: eucalyptusbladeren

Levensverwachting: 15-20 jaar

VERWANTE SOORTEN Behoort tot de familie der Phalangeridae, bijv. boomkangoeroe, koeskoes en buideleekhoorn.

Verspreidingsgebied van de koala

VERSPREIDING In het kustgebied van Queensland, delen van Zuid-Australie, maar voornamelijk in New South Wales en Victoria.

SOORTBESCHERMING Tegenwoordig is de koala een beschermde diersoort. Er bestaan grote reservaten in Victoria en Queensland. Het dier is in Zuid-Australie opnieuw ingevoerd nadat het daar volledig uitgeroeid was.

—————————————————————————–

Koeskoezen

——————————————————————————

Muskuskangoeroerat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Muskuskangoeroerat

Deze kleine kangoeroe wijkt af omdat het wijfje regelmatig tweelingen werpt. Anders dan andere kangoeroes beweegt hij zich voort op vier poten, zoals een konijn. Mannetjes en wijfjes produceren een sterke muskusachtige geur, waarvan niemand de reden kent.

In het kort

Hypsiprymnodon-moschatus-Lake-Eacham-004-Medium

Latijnse naam :              Hypsiprymnodon moschatus

Engels :                               Musky Rat-kangaroo

Grootte Lichaam :        lichaam 23-34 cm;staart 13-17 cm

Habitat :                              noordoostelijk Australië

Gewicht :                            510 tot 530 gram

Voedsel :                             zaden, noten en insecten

Status :                                 Niet bedreigd

Muskuskangoeroeratten zijn een familie klimbuideldieren die enkel voorkomen in Australië.  Ze worden ook gewoon muskuskangoeroes genoemd.  Er bestaat maar één soort meer : de muskuskangoeroerat.  Het is een klein dier dat leeft in de regenwouden van Australië.  Vroeger bestonden er meer soorten van, maar die zijn allemaal utgestorven.  Sommigen plaatsen deze dieren bij de kangoeroeratten, anderen vinden dat ze meer op kangoeroes lijken.  Het beste is dat ze in een aparte familie zitten.

De enige soort die nog in leven is, is ongeveer 20 tot 35 centimeter groot.  Ze hebben een roodbruine kleur, een kale staart en kale oren.  Ook hebben ze vijf tenen wat andere kangoeroes niet hebben.  Hun maag is eenvoudig en kan gewoon gras vermalen.  Als ze lopen, doen ze dat meestal op hun vier poten.  Vele kangoeroes lopen op hun achterpoten.  Deze soort geeft ook flinke geurtjes af : muskus.  Vandaar dat ze ook hun naam hebben gekregen.  Zowel mannetjes als vrouwtjes geven deze geuren af.

De dieren leven alleen of in paartjes.  Het zijn dagdieren die leven van noten, zaden en insecten.  In de nacht slapen ze in een nest dat op de grond is gemaakt.

———————————————————————————

Slurfbuidelmuis

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slurfbuidelmuis

Lichaamslengte: 7 a 8 cm

Staartlengte: 9 à 10 cm

Aantal jongen: 1 tot 4

Ook bekend onder de naam HONINGMUIS

Hoewel het uiterlijk precies op een spitsmuis lijkt, met zijn lange puntsnuit, hoort dit muisje tot de buideldieren. Het is enig in zijn soort en doet zijn maaltijd voornamelijk met honing. De rekbare tong, die 2 tot 3 cm uit zijn bekje kan steken, is voorzien van kleine vezeltjes en eindigt in een soort kwastje waarmee hij stuifmeelkorrels verzamelt. Met zijn lippen kan hij een soort slurf vormen, waarmee hij het honingsap opzuigt.

Tarsipes rostratus

De grote teen van de achterpootjes staat recht tegenover de andere tenen, zodat hij zich stevig kan vasthouden. Alle tenen bezitten zachte kussentjes en eindigen in kleine platte klauwtjes. Dan heeft dit muisje nog een lange dunne grijpstaart.

De buik is wit, de rug grijs, met een zwarte streep in lengterichting tot aan de staart.

De slurfbuidelmuizen leven in de bomen en struiken langs de zuid-westkust van Australië. Zodra de avond valt verlaten zij hun kleine, bolronde nestje om op zoek te gaan naar honingrijke bloesems. Zij voeren ware acrobatische toeren uit, hangend aan hun staartje, om hun doel te bereiken. Ook vangen zij met hun handige grijppootjes een flink aantal insekten.

Hoewel ze meestal alleen of in koppels leven, vormen zij van tijd tot tijd ook groepjes die gezamelijk op zoek gaan naar bloeiende velden.

De slurfbuidelmuis of honingbuidelrat is een soort klimbuideldier en is de enige soort in zijn familie.  Het zijn diertjes die enkel leven van nectar uit de bloemen.  Het zijn kleine diertjes die amper 6 tot 8 centimeter groot kunnen worden maar een staart van ongeveer 10 centimeter hebben.  Hun vacht is grijsbruin met licht oranje schijn met op de rug donkere strepen.  Ze hebben amper tanden in een lange snuit.  Daarin zit een lange borstelige tong die hij uitsteekt in de bloemen op zoek naar voedsel.  Hun staart wordt dan gebruikt als grijparm om hun evenwicht te houden.

De diertjes zijn te vinden op zanderige plaatsen zoals heide langs de kust van Australië.  Daar is het ganse jaar door lekkere nectar te vinden in de bloemen.  Ze leven liefst alleen maar kruipen toch dicht bij elkaar als het iets te koud wordt.  Om te paren durven mannetjes met elkaar gaan vechten voor een wijfje.  Meestal is één mannetje de papa van vele kleintjes.  Bij de geboorte kruipen de jongen in een buidel die ze na 60 dagen pas verlaten.  Daarna rijden ze nog een tijdje mee op mama haar rug voordat ze zelf op zoek gaan naar voedsel.  Als er veel bloemen te vinden zijn, zullen er veel jongen geboren worden.  De slurfbuidelmuizen worden maar één, soms twee jaar oud.

———————————————————————————

Wombat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wombat

De wombat is een buideldier dat er als een knuffel uitziet.  Het lijkt wat op een das en een beer.  Ze heeft een buidel die naar achter gericht is.  Zo raakt bij het graven de buidel niet gevuld met aarde.  Ze maken gangen onder de grond wel tot drie meter diep en wel tweehonderd meter lang.

Je vindt ze enkel in de buurt Australië aan de andere kant van de wereld.  Het liefst lopen ze rond in bossen waar veel bladeren op de grond liggen, maar ook in de bergen.  Wombats maken hun grote nest aan de rand van beken.  Zo een nest noemen we een burcht.

Vooral in de nacht gaan ze op zoek naar eten : gras, wortels en knollen.  Ze eten alleen maar planten.  In de winter gaan ze ook tijdens de dag op stap.  Steeds op zoek naar eten of gewoon om wat op te warmen in de zon.  Hij kan tot bijna één meter lang worden en heeft een klein staartje.

wombat2

Volwassen mannetjes verjagen elkaar als ze te dicht bij hun burcht komen.  De vrouwtjes krijgen meestal maar één jong dat nog 6 tot 7 maanden in de buidel blijft zitten.  Als ze uit de buidel komen, blijven ze nog een tijdje onder de grond in een soort kamertje.  Dat is met droog gras en bladeren bekleed.  Vaak keren ze wel eens terug naar de buidel van mama om lekker melk te drinken of om veilig te zitten.
soorten wombats :

gewone wombat

noordelijke breedneuswombat

zuidelijke breedneuswombat

De wombat is een Australisch buideldier dat wel wat op een kleine beer lijkt. Anders dan de koala kunnen wombats nauwelijks klimmen, maar wel bijzonder goed graven. Met hun sterke poten met lange nagels maken ze burchten en gangen die in totaal een lengte van 200 meter kunnen hebben.

Er zijn zes soorten wombats. Het zijn overwegend nachtdieren. Overdag blijven ze ondergronds. In het duister gaan ze op pad om allerlei planten te zoeken. Ze leven doorgaans solitair.

Andere namen wombat
Wetensch. naam Vombatus ursinus
Engelse naam wombat
Verspreiding Oost-Australië, Tasmanië
Voedsel gras, wortels, knollen
Lengte 70 – 120 cm
Gewicht 25 – 40 kg
Status thans niet bedreigd

De wombat is een krachtig gebouwd buideldier die wel wat op onze das lijkt. Ze leven in Australië, één soort echter ook in Tasmanië (de gewone wombat), hier leven ze op grasvlakten en in bossen. Ze hebben lange klauwen waarmee ze vertakte gangenstelsels in de aarde graven. Op het menu staan voornamelijk knollen en wortels, dierlijk voedsel eten ze niet. Ze kunnen hele graanakkers plunderen de boeren hebben daarom een grote hekel aan wombats en ze zijn in een groot aantal gebieden dan ook volledig uitgeroeid. De gewone wombat, die circa 120 cm lang kan worden, graaft gangen die ruim 15 meter lang en wel twee meter diep kunnen zijn. In de herfst brengt het wombatvrouwtje één jong ter wereld en het jong blijft 3 maanden in een buidel. Deze bevindt zich op de buik van zijn moeder. Het jong wordt daar door middel van twee melktepels gevoed. Ook als het jong de buidel heeft verlaten blijft het nog meerdere maanden bij de moeder. Het is niet precies bekend of wombats onder de grond ook in groepen bijeenkomen of dat het solitair levende dieren zijn. Gewone wombats worden gemiddeld wat ouder dan 20 jaar.