Buidelmollen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Buidelmollen

Buidelmollen

Andere namen gewone buidelmol
Wetenschappelijk Notoryctes typhlops
Engels marsupial mole
Verspreiding Australië
Voedsel bodemdieren: wormen, insectenlarven, duizendpoten, hagedissen
Lengte 9 – 18 cm, staart 2 cm
Gewicht 40 – 70 g
Status bedreigd

De buidelmol lijkt op een gewone mol, maar het vrouwtje heeft een buidel waarin de jongen worden grootgebracht.
De opening van de buidel zit aan de achterzijde, zodat er geen zand in kan komen bij het graven.

Buidelmollen kunnen nauwelijks zien. Dat hoeft ook niet, want ze leven voornamelijk onder de grond en vinden hun prooien op de geur en de tast. Alleen na zware regenval willen ze ook wel eens boven de grond naar voedsel zoeken. Een buidelmol heeft geen oorschelpen, de oren bestaan uit twee kleine gaatjes aan weerszijden van de kop bedekt met vacht.

De buidelmollen zijn een groep dieren die horen bij de zoogdieren.   Het is een heel kleine groep dieren met eigenlijk maar 2 soorten :
de kleine buidelmol en de gewone buidelmol.  Ze zijn ook wat familie van alle andere buideldieren zoals de kangoeroes en de koala’s.   Buidelmollen worden maar 15 centimeter lang met een kort staartje van 2 centimeter.  Ze hebben korte sterke poten.
Hun ogen dienen voor niets, want ze zien heel slecht en hun oren zijn gewoon een klein gaatje.  Over hun bek hebben ze een schild dat sterk is om vlot te graven door de bodem.

Hun grote klauwen dienen voor het graafwerk.  Wat opvalt is dat hun derde en vierde voorteen een stuk groter zijn.   Het zijn dieren die helemaal alleen leven en steeds onder de grond zitten.
Net als bij de mollen in je tuin, komen ze bij regenweer wel eens even bovenpiepen.  Het zijn kampioenen in het graven van ondiepe tunnels en grote holen.  Daar zijn ze voortdurend op zoek naar insecten die onder de grond leven.

soorten buidelmollen :

Kleine buidelmol

Gewone buidelmol

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Buidelmollen

Kleine buidelmol:

KLEIN buidelmol

De kleine buidelmol of kakarratul (Notoryctes caurinus) is een buidelmol die voorkomt in zandgebieden langs de noordkust van West-Australië. Deze soort is lange tijd tot de gewone buidelmol
(N. typhlops) gerekend, maar aangezien de vegetatie en bodem en het klimaat van de West-Australische kust sterk verschilt van de situatie in de binnenlanden waar de gewone buidelmol voorkomt,
is het waarschijnlijk dat de kleine buidelmol een aparte soort is. Deze soort weegt rond de 34 g.
De lichaamstemperatuur bedraagt 22 tot 31°C.

Gewone Buidelmol:

buidelmol

De gewone buidelmol of itjaritjari (Notoryctes typhlops) is een buidelmol die voorkomt in zandige bodems in de binnenlanden van Australië. De kleine buidelmol (N. caurinus) van de kust van West-Australië werd lange tijd ook tot deze soort gerekend, maar de omstandigheden in vegetatie, bodem en klimaat aldaar verschillen in zodanige mate van die in de binnenlanden dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er maar één soort is. De gewone buidelmol is in 1889 ontdekt en kreeg toen de naam Psammoryctes typhlops;
later moest de naam Psammoryctes in Notoryctes veranderd worden. Van de twee buidelmollen is deze soort het best bekend.