Huidvliegers

https://nl.wikipedia.org/wiki/Huidvliegers

Colugo’s, of huidvliegers, kunnen dankzij de huid tussen hun poten meters ver zweven. Amerikaanse wetenschappers ontdekten dat ze dat doen om tijd te winnen, niet om energie te besparen.

Biologen van de Californische Berkeley-universiteit deden onderzoek naar het gedrag van de colugo, die hoog in de bomen van Zuidoost-Azië leeft. Regelmatig springt dit zoogdiertje van zijn tak, ontvouwt het de vlieghuid tussen zijn poten en ‘vliegt’ het tientallen meters. De belangrijkste ontdekking die de wetenschappers deden, is dat zo’n zweefvlucht weliswaar een heel snelle manier is om van boom naar boom te gaan, maar ook erg veel energie kost.

De reden voor dat hoge energieverbruik: voordat ze kunnen springen, moeten colugo’s eerst meters omhoog klimmen. En dat is nu juist iets waar deze beesten niet goed in zijn; ze klimmen langzaam en worden er snel moe van. Het alternatief voor de zweefvlucht is een klautertocht door het dichte bladerdak van de jungle. Een eind van tak naar tak hoppen lijkt erg vermoeiend, maar dat valt volgens de biologen mee. De dieren verbruiken voor een afstand vliegend anderhalf keer zoveel energie als ‘lopend’.

De wetenschappers stelden dit alles vast door zes dieren voor dit onderzoek te vangen en ze uit te rusten met een speciale ‘rugzak’ vol meetapparatuur. De pakketjes wegen 25 gram en een volwassen dier al gauw een dikke kilo. “Het is niet waarschijnlijk dat het gewicht van onze meetapparatuur iets af doet aan de zweefprestaties van de dieren”, zegt Greg Byrnes, een van de betrokken biologen.

Met een speciale chirurgische lijm werden de pakketjes aan de dieren bevestigd. Byrnes: “De lijm lost na een maand vanzelf op, waardoor het ‘rugzakje’ vanzelf van de rug van de colugo’s valt.” Aan de hand van het radiosignaal dat de pakjes uitzonden, waren ze eenvoudig weer terug te vinden.

Een fatsoenlijke glijvlucht overbrugt binnen een paar seconden al gauw enkele tientallen meters. De verste vlucht die de biologen maten was bijna 150 meter lang, maar daarvoor was de huidvlieger wel eerst 25 meter omhoog geklommen. Een stuk minder goede piloot vloog 40 meter ver vanaf een hoogte van 35 meter.

De huidvliegers zijn een kleine groep zoogdieren die maar uit 2 families bestaat.  Deze soort noemen we de vliegende katten.  Ze komen voor in Azië aan de andere kant van de wereld.  Ze zijn dichte familie van de vleermuizen, de insecteneters en de primaten.  Deze dieren hebben een zweefhuid tussen de nek, de poten, de vingers en de staart.  Hiermee kunnen ze van de ene boom naar de andere boom zweven over een afstand van wel 100 meter.  Echt vliegen kunnen ze niet hoor.

Huidvliegers leven in de nacht en eten planten zoals bladeren, knoppen en bloemen.  Je vindt ze in het regenwoud.  Ze hebben scherpe tanden met zelfs een extra tandje om hun vacht te verzorgen.

2 soorten :

Filipijnse vliegende kat

Maleise vliegende kat

Filipijnse vliegende kat

De Filipijnse vliegende kat hoort bij de orde van de huidvliegers.  Je vindt ze op de Filipijnen en enkele eilanden rondom.  De dieren worden zo groot als een kat en zijn iets kleiner dan de Maleise vliegende kat.  Ze zijn donkerder en hebben minder vlekken.  Hun ogen zijn groot en staan in een brede kop.  Daarboven twee mooi afgeronde oortjes.  Aan hun poten zitten klauwen om vlot in de bomen te kunnen klimmen.  Tussen hun tenen zit een dunne huid.  Maar ook tussen hun nek, hun lijf en hun poten zit een dunne huid die als een parachute wordt gebruikt.  Hiermee kunnen ze tussen de bomen zweven.  Echt vliegen doen ze dus niet.

250px-Dermoptera

Tijdens de dag zal je ze moeilijk zien want dan zitten ze verstopt tussen de bomen van het regenwoud.  Als de avond begint, worden ze wakker en gaan op zoek naar vruchten.  Ze klimmen eerst rustig hoog in een boom en laten zich dan vallen van de ene boom naar de andere telkens een paar takken lager.  Zijn ze helemaal onderaan gekomen, dan kruipen ze opnieuw de boom in en beginnen opnieuw.  Soms kunnen ze wel tot honderd meter ver zweven in de lucht.

Ze lusten bladeren, knoppen en bloemen.  Met hun lange tong proberen ze jonge blaadjes te peuzelen.  Ze kunnen heel veel bladeren tegelijk opeten.  Hiervoor hebben ze een erg sterke maag.  Ze krijgen maar één jong dat ze 60 dagen in de buik dragen.  Als het geboren wordt, kan het nog niet veel en blijft het eerst lang bij mama om verder op te groeien en alles te leren.  De dieren staan jammer genoeg op de rode lijst, maar toch gaat het de laatste jaren beter met hen.

De in het woud levende kat, ook bekend als de vliegende eekhoorn, heeft tussen de nek en het uiteinde van de staart huidflappen: Door de lucht in te springen en de voor en achterpoten uit te steken kan hij tot 135 m tussen de bomen zweven. Het is een behendige klimmer maar op de grond vrijwel hulpeloos.

In het kort

Latijnse naam : Cynocephalus volans

Engels : Philippine Flying Lemur

Grootte Lichaam : lichaam 38-42 cm;staart 22-27 cm

Habitat : Filippijnen

Gewicht : tot 1.7 kilo

Leeftijd : tot 15 jaar

Voortplanting: 1 jong, draagtijd 60 dagen

Voedsel : bladeren, knoppen en bloemen

Status : Niet Bedreigd

————————————————————

Maleise vliegende kat

De Maleise vliegende kat hoort bij de huidvliegers en heeft nog enkele andere namen zoals de lemur, de colugo, de cobego en de koeboeng.  Je vindt deze dieren in Maleisië en enkele buurlanden.  Ze leven in de regenwouden of in de buurt van kokosvelden en bananenbomen.  Zelfs in parken in Singapore is deze vliegende kat te zien.  Ze zijn ongeveer 40 centimeter groot.  Hun grote ogen staan in hun brede kop met bovenop twee ronde oortjes.  Aan de poten zitten klauwen om vlot in de bomen te kunnen klimmen.  Tussen de tenen zit een dunne huid en tussen de nek, het lijf en de poten zit een grotere vlieghuid.  De staart wordt gebruikt om te sturen.  Ook hun tanden zijn apart en gebruiken een soort kamtand om hun huid te verzorgen.

412px-Kaguaani_02

Er bestaan nog zoogdieren die zo een vlieghuid hebben : de suikereekhoorn, de vliegende eekhoorn en de opossum.  De Maleise vliegende kat is grijsbruin met enkel witte vlekken.  Ze leven liefst alleen en zitten heel de tijd in de bomen.  Overdag zitten ze in holen in de bomen van het regenwoud maar komen tijdens de vooravond uit de toppen.  Ze klimmen eerst rustig hoog in een boom en laten zich dan vallen van de ene boom naar de andere telkens een paar takken lager.  Zijn ze helemaal onderaan gekomen, dan kruipen ze opnieuw de boom in en beginnen opnieuw.  Soms kunnen ze wel tot honderd meter ver zweven in de lucht.  Het kruipen zelf gebeurt wat stuntelig, soms wat springend naar boven.

Ze rusten vaak op een tak of hangen er onder.

Colugo2

De vliegende katten eten knoppen, bladeren en bloemen.  Met hun lange tong, maar ook hun handen proberen ze te eten.  Veel drinken doen ze niet, maar krijgen vooral uit de bladeren veel water binnen.  Hun sterke maag kan veel bladeren tegelijk aan.  Ze krijgen maar één jong dat ze 60 dagen in de buik dragen.  Als het geboren wordt, kan het nog niet veel en blijft het eerst lang bij mama om verder op te groeien en alles te leren.  Door het kappen van de bossen en de jacht verdwijnen er vele dieren.  Toch staan ze nog niet op de rode lijst.  De dieren zijn wel moeilijk te houden in dierentuinen.

Taxonomische indeling

Rijk:                Animalia (Dieren)

Stam:             Chordata (Chordadieren)

Onderstam:   Vertebrata (Gewervelden)

Klasse:          Mammalia (Zoogdieren)

Orde:              Dermoptera (Huidvliegers)

Familie:         Cynocephalidae (Vliegende katten)

Geslacht:       Galeopterus

De Maleise vliegende kat (Galeopterus variegatus) is een Aziatisch zoogdier behorend tot de familie Cynocephalidae van de orde Dermoptera (Huidvliegers). De enige andere soort uit deze orde is de Filipijnse vliegende kat (Cynocephalus volans). De Maleise vliegende kat wordt ook wel vliegende lemur, colugo, cobego en koeboeng genoemd.

 Verspreiding

De Maleise vliegende kat komt in Indochina, Birma, Thailand, Maleisië, Sumatra, Java, Borneo en omliggende eilanden. Deze soort leeft in regenwouden, hoewel de Maleise vliegende kat ook regelmatig nabij kokosnoot-, bananen- en rubberplantages wordt gevonden. Ook in de parken van Singapore (vooral het Bukit Timah Nature Reserve) is Maleise vliegende kat redelijk algemeen.

Uiterlijk

De Maleise vliegende kat heeft een kop-romplengte van 34-42 cm, een staartlengte van 18-27 cm, een spanwijdte van 70 cm en een gewicht van 1-1.75 kg. De Maleise vliegende kat heeft grote ogen in een breed hoofd met afgeronde korte oren. Het is een lichtgebouwd dier met slanke ledematen en brede voeten met daaraan vijf geklauwde tenen. De klauwen zijn bijzonder geschikt voor het klimmen in bomen en tussen hun tenen heeft de De Maleise vliegende kat een dunne huid. Het meest opvallende kenmerk van de Maleise vliegende kat is echter de zweefhuid (patagium) tussen de nek, de poten, vingers en de staart, waarmee het van de ene naar de andere boom kan zweven en afstanden van wel honderd meter door de lucht kan afleggen. Het patagium bestaat aan beide zijden uit drie delen: het propatagium tussen de zijkant van de nek en de voorpoot, het plagiopatagium tussen de voor- en de achterpoot en het uropatagium tussen de achterpoot en de staart. Andere zwevende zoogdieren zoals vliegende eekhoorns, suikereekhoorns en enkele andere possums hebben een lange staart en geen uropatagium, terwijl de staart bij de Maleise vliegende kat relatief kort is. De Maleise vliegende kat gebruikt de staart om te sturen tijdens de vlucht. Naast het patagium is verder opmerkelijk dat de snijtanden een voorwaarts uitstekende kam heeft, waarschijnlijk bedoeld om de vacht mee te verzorgen. De vachtkleur van de Maleise vliegende kat is grijsbruin met onregelmatige witte vlekken. De onderzijde van het patagium is haarloos en roze van kleur.

Leefwijze

De Maleise vliegende kat is een solitaire boombewoner die zelden op de grond komt. Het dier verschuilt zich overdag in holen in de bomen van het regenwoud en komt pas bij de schemering naar buiten om voedsel te gaan verzamelen. De Maleise vliegende kat zweeft van boom naar boom door eerst naar een boomtop toe te klimmen en zich dan in de richting van een andere boom te lanceren. Het dier landt dan meestal op het lagere gedeelte van de stam van een andere boom om vervolgens weer omhoog te klimmen voor een nieuwe zweefsessie. Maleise vliegende katten kunnen ongeveer zeventig tot honderd meter ver zweven met een minimaal hoogteverlies. Opmerkelijk genoeg is de Maleise vliegende kat een nogal onhandige klimmer. Doordat het dier opponeerbare duimen mist en niet bijzonder sterk is, beweegt de Maleise vliegende kat zich voort door middel van kleine sprongen, zich met de kleine maar scherpe klauwen vastgrijpend aan de bast van de bomen. De Maleise vliegende kat voelt zich zowel zittend op een boomtak als hangend onder een tak op zijn gemak. Dit dier eet voornamelijk bladeren, knoppen en bloemen en waarschijnlijk ook vruchten van diverse bomen. Het gebruiken de lange tong en zijn handen om te eten. Water wordt uit het voedsel of door te likken aan natte bladeren verkregen. Het maagdarmkanaal van de Maleise vliegende kat is speciaal ontwikkeld om de grote hoeveelheden gebladerte te verwerken. De darmen kunnen een lengte bereiken van vier meter en de pars pylori van de maag is vergroot en verdeeld in kamers. In deze kamers bevinden zich micro-organismen die meehelpen cellulose en andere relatief onverteerbare koolhydraten af te breken. De draagtijd van de Maleise vliegende kat is ongeveer zestig dagen. Gewoonlijk krijgen de dieren één jong, een enkele keer zijn het er twee. Als het jong geboren is, is het nog onderontwikkeld en het blijft vervolgens nog een tijd op de buik van de moeder zitten, waarbij het beschermd wordt door het enigszins gevouwen staartdeel van het patagium van de moeder.
Pas na twee of drie jaar bereikt het jong de volwassen lengte.

Status

Ontbossing en jacht vormen een probleem voor de Maleise vliegende kat, maar deze soort is (nog) niet bedreigd. Er is niet heel veel bekend over de vliegende katten, wat mede veroorzaakt wordt door het feit dat ze uiterst moeilijk in dierentuinen zijn te houden. In 2006 had alleen de Maleise Taiping Zoo één exemplaar van de Maleise vliegende kat in de collectie.