Klipdassen

Klipdassen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kaapse_klipdas

De klipdas is een soort knaagdier dat vooral in Afrika voorkomt.  De dieren zijn eigenlijk een beetje familie van de olifant.   Dat zou je echt niet zeggen hé.   Maar ze dichte familie van de slurfdieren.  Het is een klein dier met een korte dikke vacht.  De kop is stomp met kleine, afgeronde oren.  De vacht verschilt per streek, maar is meestal grijs tot  licht- en donkerbruin van kleur.  Ze worden zeker niet groter dan een halve meter.  Ze hebben ook een flink staartje hangen.  Ze leven in groepen van vier tot vijftig dieren.  In elke groep zit één mannetje dat de baas is.      Verder vele vrouwtjes, jongen en mannetjes die nog niet volwassen genoeg zijn.  Ze houden echt van hun eigen terrein en laten zeker niemand dichter komen.  Tussen de rotsen bouwen ze een grasnest.  De vrouwtjes en jongen kruipen dicht tegen elkaar aan.

Op enkele plekjes tussen de rotsen hebben ze hun eigen toilet gemaakt.  Meestal plassen ze ook op de hoeken van hun terrein, zodat andere wilde mannetjes niet dichter durven te komen.

Ze eten vooral grassen en kruiden met bladeren van lage struiken en afgevallen vruchten.  Soms klimmen ze ook in bomen en struiken om te eten.

Echt veel drinken doen ze niet.  Ze halen het meeste drinken uit de sappen van planten.  Hij is vooral overdag druk op pad.  Eten zoeken ze vroeg in de ochtend en op de middag.  Als de andere dieren eten, houden enkele klipdassen de wacht.  En als er gevaar dreigt, geven deze bewakers enkele kreetjes en vlucht de hele groep in holen tussen de rotsen.  Hun grootste vijand is de arend en de baviaan.

In de paartijd maakt het mannetje veel lawaai.  Hij schudt zijn hoofd als hij een vrouwtje dichtbij komt.  Hij geeft dan een sterke geur af.  Meestal krijgt een vrouwtje één tot twee jongen per worp.  Zij kunnen bij de geboorte al zien en binnen een paar uur kunnen ze lopen.  De jongen klimmen vaak op moeders rug om warm te worden.  Ze kunnen negen tot twaalf jaar oud worden.

rock-hyrax-img_2112

1 familie, 4 soorten :

Kaapse klipdas

zuidelijke boomklipdas

westelijke boomklipdas

steppeklipdas

Kaapse klipdas

De Kaapse klipdas of rotsklipdas (Procavia capensis) is de meest algemene soort klipdas. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht de rotsklipdassen (Procavia), alhoewel vier ondersoorten vaak als aparte soort worden beschouwd. De Kaapse klipdas is een gedrongen diertje met een korte, dichte vacht. De kop is stomp met kleine, afgeronde oren. De vacht verschilt per regio en ondersoort, maar is meestal grijzig licht- tot donkerbruin van kleur. Op de rug zit een gele, zwarte of egaal gekleurde rugvlek. De onderzijde is bleker. Hij wordt 30 tot 58 centimeter lang en 1,8 tot 5,4 kilogram zwaar. De staart is 20 tot 31 millimeter lang.

De Kaapse klipdas leeft in groepen van vier tot vijftig dieren, bestaande uit één dominant mannetje, vrouwtjes met hun jongen en enkele onvolwassen mannetjes. Mannetjes zijn territoriaal, en dulden zelden andere volwassen mannetjes in de buurt van de kolonie. Tussen de rotsen bouwen ze een grasnest. De vrouwtjes en jongen zijn meestal aan elkaar verwant en zoeken vaak elkaars gezelschap op en kruipen dicht tegen elkaar aan. Verspreid over de rots heeft de kolonie enkele latrines. Op vlakke, beschutte plekken worden mest en urine achtergelaten. Hier komt en sterke geur vanaf, die kenmerkend is voor een bepaalde kolonie. Urine laten ze meestal lopen op opvallende, uitstekende rotsen. De calciumcarbonaten in de urine blijven achter, waardoor lichtgekleurde strepen op de rotsen ontstaan.

De Kaapse klipdas komt voornamelijk voor op rotsachtig terrein, als berghellingen en kopjes (losstaande rotspartijen in savannen). Ze komen voor in Zuidwest- & Noordoost-Afrika, en in het Midden-Oosten van de Sinaï tot Syrië en Libanon, in Jemen en in het zuidoosten van het Arabisch schiereiland. Ze kunnen worden aangetroffen tot op een hoogte van 4300 meter op Mount Kenya.

De boomklipdas is een kleine planteneter die, in tegenstelling tot de rotsklipdas, in bomen en struiken leeft. Boomklipdassen komen niet al te vaak op de grond. Ze eten soms voor de mens uiterst giftige planten en hebben slechts weinig water nodig.

Steppeklipdas

Kenmerken

De steppeklipdas is een kleine klipdas, wat kleiner dan de boomklipdassen en de Kaapse klipdas. Hij heeft een rond lichaam met een stompe snuit, puntiger dan die van de Kaapse klipdas, korte poten en een zeer klein staartje. De stijve snorharen zijn grijs. De voeten hebben speciaal aangepaste voetkussentjes, die dienen als zuignappen. Deze zuignappen ondersteunen het dier bij het rennen tussen rotsen en stenen.

De vacht is dicht en peper-en-zoutkleurig, licht- tot donkerbruin van kleur. De schouders en poten zijn meestal lichter van kleur en de onderzijde is wit of gelig wit van kleur. Op het midden van de rug zit vaak een lichte, okerbruine vlek. De steppeklipdas is te herkennen aan de grote lichte vlek boven de ogen. De steppeklipdas heeft een kop-romplengte van 32 tot 57 centimeter en een lichaamsgewicht van 2 tot 3,5 kilogram.

Verspreiding en leefgebied

De steppeklipdas leeft in bosachtige streken in de buurt van rotsen en klippen, langs rivieroevers en in heuvelachtig gebied in het gehele oosten van Afrika, van het noorden van zuidelijk Afrika, Oost- en Noordoost-Afrika langs de kust van de Rode Zee tot de Sinaïwoestijn. De struikklipdas leeft in het Algerijnse Ahaggar gebergte, H.b.chapini aan de monding van de Kongo.

Leefwijze

De steppeklipdas leeft van plantaardig materiaal als bladeren, schors, vruchten, twijgen, grassen en stengels, soms aangevuld met ongewervelde dieren. Alhoewel de steppeklipdas minder is aangepast aan het leven in bomen dan de boomklipdassen, is het een goede klimmen. Veel voedsel vindt de steppeklipdas in acacia’s.

Het is een dagdier. Ook in heldere nachten is hij actief. In de vroege ochtendzon zijn de dieren vaak te zien, terwijl ze zonnebaden op de keien of elkaars vacht verzorgen. Het is een groepsdier, die vaak in middelgrote tot grote kolonies leeft, bestaande uit tot 34 dieren. Steppeklipdassen leven vaak samen met vrouwelijke Kaapse klipdassen. De groep schuilt in holen en spleten tussen de keien, maar kan ook bomen, verlaten holen of termietenheuvels als schuilplaats gebruiken. De belangrijkste vijand van de steppeklipdas is de zwarte arend. Bij gevaar slaakt één lid van een kolonie een luide, fluitende alarmkreet. Alle leden van de kolonie vluchten dan in de holten tussen de rotsen. Ook Kaapse klipdassen en klipspringers vluchten weg bij het horen van deze kreet.