Chinchilla

De chinchilla

https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinchilla

http://communities.zeelandnet.nl/mop/p/34130-chinchillas

800px-Xinxilla_mutant_negra

De chinchilla is een knaagdier.  Soms wordt het dier wel eens boomkonijn genoemd, terwijl het helemaal geen familie is van het konijn en al helemaal niet in bomen te vinden is.   Het diertje leeft vooral in Zuid-Amerika.  Het is bekend voor zijn zachte en dichte vacht.   Ze kunnen verschillende kleuren hebben: grijs, beige, wit, bruin en zwart.  Ze verzorgen hun vacht door te baden in speciaal zand.  Hierdoor wordt het vuil en het vet opgenomen.  De snorharen van de chinchilla kunnen heel lang worden.

Het zijn dieren die graag in groep leven.  Als je dus dieren in een kooi zou houden, moet je ze steeds in groep zetten.   Chinchilla’s zijn knappe klimmers.   Hierbij kan het wel eens voorkomen dat ze botten breken door hun val.   Ze kunnen verschillende geluiden maken. Meestal zacht piepen of knorren.  Wanneer er gevaar dreigt, kan een chinchilla ook blaffen om de rest van de groep te waarschuwen.   Als hij kwaad is, gaat hij rechtop staan, gromt en zal dan zijn vijand ondersproeien met zijn geplas.

De chinchilla is een planteneter.  In de vrije natuur eten ze vooral dorre grassen, kruiden en struiken.  Ze mogen geen suiker of vet eten omdat hun darmen daar ziek van worden.  Granen en zaadjes lusten ze niet.  Je kan in de winkel speciaal voedsel kopen als je thuis chinchilla’s hebt.  Geef ze elke dag wel vers en droog hooi.   Dat hooi is ook belangrijk voor hun kiezen.   Ook eten ze af en toe hun eigen mest.  Als snoepje of tussendoortje kan je hem een rozijntje, een stukje appel of zelfs een stukje gedroogde wortel geven.  Ze hebben ook veel water nodig.

De dieren leven het liefst in de nacht.  Dan gebruikt het zijn snorharen om te meten waar het allemaal door kan.   Als de snorharen niet buigen, zal de chinchilla dus niet blijven steken.  In de natuur vind je ze niet veel meer.  Het zou best kunnen dat ze al uitgestorven zijn.

soorten chinchilla’s :

Chinchilla

Koningschinchilla

https://nl.wikipedia.org/wiki/Koningschinchilla

Peruviaanse haasmuis

Cuvierhaasmuis

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cuvierhaasmuis

Zuidelijke haasmuis

Viscacha

https://nl.wikipedia.org/wiki/Viscacha

 

Chinchilla

Latijnse benaming Chinchilla lanigera
Vrouwtje chinchilla vrouwtje
Mannetje bok
Jong chinchilla jong
Levensverwachting 10-20 jaar
Draagtijd 111-113 dagen
Ogen open bij de geboorte
Nestgrootte 1-6 jongen (gem. 2)
Geslachtsrijp 4-12 maanden (gem. 8maanden)
Zoogperiode 8-10 weken

 

De chinchilla (Chinchilla lanigera) is een knaagdier. Soms wordt het dier foutief boomkonijn genoemd terwijl het dier helemaal geen familie is van het konijn en al helemaal niet in bomen te vinden is.

Oorsprong

De chinchilla leefde oorspronkelijk in Chili en Peru (Zuid-Amerika) in de Andes. In de 17e eeuw ontdekten de Spaanse kolonisten de chinchilla en zijn unieke pels (ongeveer 40 haren per haarzakje).
De pelzen werden in Europa verkocht.
In de 19e eeuw waren de pelzen samen met koffie het belangrijkste exportproduct van Zuid-Amerika. Rond 1910 waren de chinchilla’s in het wild zo goed als uitgestorven.

Algemeen

Lichaamslengte:                                        25-35 cm

Staartlengte:                                               13-18 cm

Oorlengte:                                                    4-6 cm

Oorbreedte:                                                3-4 cm

Snorhaarlengte:                                        10-13 cm

Gewicht:                                                        450-700 gram

Lichaamstemperatuur:                         37 °C

Gemiddelde leeftijd:

10-15 jaar (minimum 8 jaar en maximum 20 jaar)

De chinchilla is bekend vanwege zijn zachte en dichte vacht:
er groeien 40 tot 120 haren uit elke haarwortel.
Chinchilla’s kunnen verschillende kleuren hebben: grijs, beige, wit, bruin en zwart. Een combinatie van kleuren en tinten is mogelijk. Chinchilla’s verzorgen hun vacht door te baden in speciaal zand. Hierdoor wordt vuil en vettigheden uit de vacht gehaald.
De snorharen van de chinchilla kunnen tot een derde van de lichaamslengte van het dier zelf bereiken.

Chinchilla’s zijn groepsdieren. Het wordt daarom aangeraden om chinchilla’s in gevangenschap in groepen te houden.
Het samenhouden van alleen vrouwtjes of alleen mannetjes is geen probleem. Als men meer dan één bokje bij vrouwtjes zet, leidt dit echter tot ruzie onder de bokjes met mogelijk de dood tot gevolg.

Chinchilla’s zijn behendige klauteraars. Hierbij kan het wel eens voorkomen dat er botbreuken ontstaan door een val.
Simpele botbreuken genezen snel bij deze dieren.

Chinchilla’s kunnen verschillende geluiden maken. In de dagelijkse omgang kunnen ze zacht piepen of knorren. Wanneer er gevaar dreigt, kan een chinchilla ook blaffen om de rest van de groep te waarschuwen. Als een chinchilla kwaad is, gaat hij recht op staan, gromt en zal de potentiële belager besproeien met zijn urine.

De pels van een chinchilla is kwetsbaar, en heeft verzorging nodig. Een chinchilla in gevangenschap kan zelf zijn pels verzorgen, mits hij een zandbad ter beschikking heeft. Dat zandbad dient hij iedere dag minstens een uur te gebruiken. Het is het beste voor de chinchilla als het bad constant in de kooi gelaten wordt, mits het zand elke dag gezeefd wordt. Indien de chinchilla geen bad ter beschikking heeft, kan hij z’n vacht niet schoonmaken.

Kleuren

Er bestaan tal van kleuren bij chinchilla’s. Hier staan de belangrijkste op een rijtje:

Standaard: wildkleur, grijs met witte buik en witte pootjes, heeft donkere oren en donkere ogen

Beige: Licht grijsbruine chinchilla met witte buik, rode ogen en roze oren. Er bestaan 3 soorten beige: de homo-beige chinchilla is lichter van vacht en heeft fellere rode ogen dan de hetero-beige.

Mozaïek: Overwegend wit met grijze/bruine/beige vlekken, rode of zwarte ogen

Pink white: Ten onrechte albino genoemd, geheel witte chinchilla, roze oren en rode ogen

Abricot: Witte chin met beige kleurschakeringen, rode ogen en roze oren

Violet: Recessieve mutatie, de chinchilla is grijs met een paarse gloed, zwarte ogen en violetachtige oren

Saffier: Recessieve mutatie, grijze chinchilla met blauwe gloed, zwarte ogen, blauwachtige oren

Alle bovenstaande kleuren hebben een witte buik.

Soms kunnen deze patronen samenhangen met een bepaald vachtpatroon, deze patronen kunnen ebony, velvet en bont zijn.

Ebony: Als een chinchilla ebony is, bedoelt men dat de buik dezelfde kleur heeft als de rest van het lichaam, er bestaan white ebony’s, brown ebony’s, black ebony’s, violet ebony’s,…

Velvet: Een velvetchinchilla heeft een witte buik maar duidelijke donkere strepen op zijn voorpootjes, die al sinds zijn geboorte aanwezig zijn. Velvets hebben ook een “masker” op hun kop en rug. Dat masker is eigenlijk een donkerdere vacht.

Bont: Genetisch gezien zijn bonte chinchilla’s gelijk aan mozaïek met het verschil dat de vlekken duidelijk afgelijnd zijn (in tegenstelling tot mozaïek waarbij de vlekken geleidelijk overlopen in het wit).

Een chinchilla kan ook velvet, bont en ebony tegelijkertijd zijn,
dit is eerder zeldzaam.

Voortplanting

Een vrouwtje zal na een leeftijd van vijf maanden voor het eerst bronstig zijn. Vanaf de leeftijd van 9 maanden zijn ze fokrijp, het is echter aan te raden ze pas te laten dekken als ze minimaal 12 maanden oud zijn. Wanneer een vrouwtje bronstig is, zal een mannetje dat kunnen ruiken. De draagtijd van een chinchilla is 111 dagen. Let wel op dat je het bokje minimaal een week gescheiden houdt van het vrouwtje, nadat ze bevallen is. Dit is om te voorkomen dat ze herdekt wordt. Na de bevalling zijn chinchilla’s direct weer bronstig. Maar gezien de vader een deel van de opvoeding op zich neemt en een grote hulp is voor de moeder, is het beter om hem tijdens de zwangerschap te laten castreren. Het is ook aan te raden om het zandbadje gedurende die tijd uit de kooi te halen.
Een week na de bevalling mag de chinchilla het zandbadje terug hebben. De zoogtijd is minimaal 8 weken, maar de jongen mogen pas weg met 12 weken. Als men de jongen wil houden, moeten de mannelijke ‘familieleden’ gecastreerd worden.
Er mogen ook geen meerdere bokjes bij 1 of meerdere vrouwtjes zitten, tenzij ze in familie gehouden worden.

Wanneer men gaat kweken met chinchilla’s moet men op de lethale factor letten omdat dit het vrouwtje in levensgevaar kan brengen en/of tot misvormde kleintjes kan leiden. De lethale factor ontstaat wanneer 2 witte chinchilla’s paren of 2 velvets, daarmee de vuistregel: wit X wit of velvet X velvet = FOUT

Voeding

De chinchilla is een herbivoor. Chinchilla’s aten in de vrije natuur voornamelijk dorre grassen, kruiden en struiken.
Chinchilla’s mogen geen suiker, vet of vochtige bestanddelen eten omdat hun darmstelsel daarvan van streek kan raken. In tegenstelling tot andere knaagdieren, is de chinchilla geen graan- of zaadeter. In de dierenspeciaalzaak kan men speciaal chinchillavoer kopen, met droge ingrediënten en extra vitaminen en mineralen. Maar koop voor je chinchilla voer dat enkel uit pellets bestaat. Chinchillavoer met verschillende stukjes in is te vet- en suikerrijk en zelfs giftig voor de chinchilla.

Een belangrijk onderdeel in de voeding is dagelijks vers en droog hooi. Dit hooi heeft een belangrijke functie bij het slijten van de kiezen en dringt de risico’s op gebitsproblemen terug. En vergeet niet dat hooi minstens 60% van hun eetpatroon beslaat.

Bijna alle knaagdieren eten af en toe hun eigen uitwerpselen, zo ook de chinchilla. Tijdens de spijsvertering in het darmkanaal ontstaat vitamine B12. Door het eten van hun ontlasting krijgen ze die vitamine binnen.

Als snoepje of tussendoortje kan men de chinchilla een rozijntje (liefst enkel in geval van verstopping, dit kan je zien als de chinchilla zijn keuteltjes heel klein zijn), stukje appel of zelfs een stukje wortel geven (gedroogd, niet vers).
Tussendoortjes worden best met mate gegeven.

Kalk nemen chinchilla’s op door aan een kalksteen te knagen, deze zijn te koop in dierenwinkels.

Tot slot kan geen enkel knaagdier zonder water, dus ook de chinchilla niet.
Op deze manier kunnen ze ook hun tanden een beetje afslijten.

Gedrag

De dieren komen tijdens schemer en dageraad tevoorschijn om nog even lekker in de zon te kunnen liggen. ’s Nachts gebruikt het dier zijn snorharen om de weg in het donker te kunnen vinden. Ze kunnen hun snorharen gebruiken om vast te stellen of de kloven wijd genoeg zijn om doorheen te kruipen. Indien de snorharen niet buigen, zal de chinchilla niet blijven steken.

Er wordt gezegd dat de vrouwtjes de mannetjes domineren. Hoewel vele bronnen verklaren dat chinchilla’s monogaam zijn, is daarvoor weinig bewijs. Deze dieren leven in kolonies die van klein, met enkele individuen, naar groot, met een honderd of meer kunnen variëren. C. brevicaudata zou vele geluiden kunnen maken. Ze geven een lange waarschuwingskreet (die lijkt veel op fluiten en die de groep waarschuwt voor gevaar), zij maken een laag geluid wanneer ze paren en ze kunnen sissen en spugen als ze agressief zijn. Bedreigingen omvatten ook gegrom, het knarsen van tanden en het met urine ondersproeien van vijanden.

De chinchilla

Geschiedenis Een paar honderd jaar geleden waren er nog erg veel chinchilla’s in het wild. In de 16e eeuw leefde deze dieren in Peru en Chili. Ze bevolkten daar de hoger gelegen gedeelten van het Andesgebergte. In deze rotsachtige omgeving leefden ze in groepen van soms wel 100 stuks. Ze schuilden daar vooral in de rotsspleten en grotten die daar aanwezig waren. Helaas is juist het geen wat ons zo aantrekt, namelijk de zachte pels, hun ondergang geworden. Allereerst waren er de indianen die de dieren gebruikten voor dekens en kledingstukken, maar deze jacht leek de chinchilla niet te deren. Maar in de 18e eeuw kwamen de eerste chinchillapelzen naar Europa als een grote zeldzaamheid. En in de 19e eeuw werden ze een algemeen handelsartikel. Begin de 19e eeuw leek het opeens niet zo goed meer te gaan met de chinchilla. Het aantal vellen dat de havens binnen kwam was schrikbarend gedaald en de prijzen daardoor erg gestegen. De laatste chinchilla’s waren steeds hoger de toch wel ontoegankelijke rotsen op gevlucht, maar zelfs daar waren ze niet veilig. Rond 1920 was de prijs van een velletje vervijfvoudigd en daarna werden ze niet meer aangeboden, omdat er geen chinchilla’s meer waren. Althans niet veel. Later lukte het een persoon om een 11-tal chinchilla’s te vangen en daar mee te gaan kweken. Je kan wel zeggen dat die 11 dieren de voorouders waren van alle in gevangenschap gehouden chinchilla’s.
Natuurlijk zullen er nog wel een aantal chinchilla’s aan toegevoegd zijn om de bloedlijnen te verversen. De eerste chinchilla’s in gevangenschap werden puur voor de bont gefokt.
Men had alleen geen rekening gehouden met het fokresultaat van de chinchilla. Dit verliep namelijk erg moeizaam. Weinig jongen, verschillende kleuren en de de bouw van de dieren werd anders.
In Nederland wordt bijna niet meer voor de bond gefokt. De fokkers die dat wel deden zijn overgestapt naar het fokken voor “huiskamerchinchilla’s”. Helaas is door al dat gebeuren de chinchilla in zijn oorspronkelijk leefgebied erg zeldzaam geworden.
Er zijn nu mensen bezig met een project om de chinchilla weer terug te plaatsen in het wild en ze daar te beschermen zodat er weer een gezonde populatie chinchilla’s in het wild komt.

Soorten chinchilla’s

Vroeger waren er meerdere soorten chinchilla’s.
Je had de Chinchilla laniger (de huiskamerchinchilla) en de Chinchilla chinchilla (Kortstaartchinchilla). Van deze laatste had je nog 2 ondersoorten namelijk de Chinchilla chinchilla chinchilla (Koningschinchilla) en de Chinchilla chinchilla boliviana (Kleine kortstaartchinchilla). Hoewel de Chinchilla laniger meerdere typen kent zijn er in de wetenschap geen ondersoorten beschreven. Tegenwoordig is de Chinchilla laniger de bekenste. Daarnaast zie je ook wel eens een chinchilla met een dikke plompe bouw. Deze zijn zeer gewild, maar niet makkelijk te verkrijgen.

Het karakter van een Chinchilla

Een chinchilla is van nature uit echt een groepsdier.
Deze diertjes mogen dan ook echt niet alleen gehouden worden. Houd ze minimaal per 2. En op zich maakt het dan niet uit of je 2 vrouwtjes, mannetjes of een koppeltje houd. Let wel op dat als je een koppeltje houd dat je op jonkies kan rekenen. En wat gebeurt en dan met de jonkies als ze 8 weken oud zijn. Hou je ze zelf of gaan ze naar een ander. Hou deze dingen goed in de gaten. In het wild mogen chinchilla’s dan wel eens een hol samen delen met andere dieren uit dat gebied, maar als je ze in de huiskamer houd dan kan je ze het beste alleen met soortgenoten samen houden. Dit vooral vanwege het feit dat chinchilla’s nachtdieren zijn en een konijn of cavia bijvoorbeeld dagdieren zijn. Voor de rest is het voer en leefomgeving van een chinchilla ook heel anders dan dat van een konijn of cavia. Voor de rest zijn chinchilla’s tegenover soortgenoten, die al aan elkaar gewend zijn, ontzettend lief en aanhankelijk. Ook met de verzorger kan een chinchilla een goede relatie opbouwen. Als je voorbij loopt komen ze al naar het deurtje gelopen en trekken ze zo’n gezichtje alsof ze willen zeggen: aahhhh mag ik er alsjeblieft uit!!! Is echt geweldig om te zien. Ze kunnen zelfs op hun naam reageren. Chinchilla’s zijn dan ook echt dieren met een eigen karakter. Er is bijna geen chinchilla hetzelfde.

Verzorging van een chinchilla

Hieronder zal je de verzorging kunnen vinden van de chinchilla. Ik heb ze onderverdeeld in verschillende hoofdstukken, zodat het wat overzichtelijker wordt om het te lezen.

Huisvesting

Het is helaas moeilijk om een natuurgetrouwe omgeving na te bouwen voor een chinchilla. Bij een dierentuin is dat misschien wel mogelijk, maar in uw huiskamer zal dat een stuk moeilijker worden. Daarom hier een aantal dingen waar je je dus minimaal aan moet houden om een chinchilla binnenshuis te kunnen houden. Je hebt verschillende manieren om een chinchilla te huisvesten. Je kunt een mooie kamervolière kopen of je kan zelf een kooi bouwen. Bij beide zijn er voor- en nadelen. Ik zal proberen hieronder het een en ander over beide opties te beschrijven.

Als eerste de kamervolière

Dit zijn meestal tralie kooien met standaard maten. Vaak zijn deze kooien zo’n 1,5 – 2 meter hoog. Met een grondoppervlak van ong. 50 x 50 cm. Deze afmetingen verschillen per kooi. Zorg er voor dat als je een kamervolière koopt dat je de hoogte in tweeën deelt d.m.v. een tweede verdieping. Als je dit namelijk niet doet heb je kans dat je chinchilla’s een ongeluk kunnen krijgen omdat ze de hoogte niet goed inschatten en daarom misspringen. Een aantal negatieve punten van deze kamervolières zijn:

Het lawaai

Omdat chinchilla’s niet alleen de plankjes en stammetjes gebruiken die in de kooi zitten, maar ook de zijkanten van de kooi kan dat redelijk wat lawaai opleveren. Soms hoor je een knal omdat ze dan naar beneden of naar boven gingen.

De rommel

Iedere morgen kan er een krans met zaagsel en keutels rondom de kooi liggen. Omdat de kooi aan alle kanten open is valt dus alles gewoon naar beneden. Dit is voor een gedeelte op te lossen met platen aan de kanten te bevestigen. Maar het helemaal verhelpen is niet echt mogelijk met deze tralie kooien. In de dierenwinkel worden ook wel eens standaardkooien verkocht speciaal voor chinchilla’s. Deze kooien bestaan uit een kunststof onderbak en 2 plankjes aan weerskanten van de kooi. De afmetingen van deze kooien zijn68 cm hoog, 70 cm breed en 46 cm diep. Dit zijn best mooie kooien, maar ze zijn niet geschikt om een chinchilla permanent in te huisvesten. Als noodkooi zijn deze kooien wel geschikt.

De zelfmaakkooi

Bij het zelf maken van een kooi moet je met een aantal dingen rekening houden.
Het beste is om zo’n kooi knaagvrij te maken.
Het is geen verplichting, want als je goed onbewerkt hout gebruikt dan maakt het eigenlijk niet uit. Maar heb je geen zin om je kooi om de zoveel jaar af te breken en opnieuw op te bouwen dan moet je daar dus wel rekening mee houden.
Het is misschien ook mogelijk om je kooi zo te bouwen dat als er een balkje vervangen moet worden dat het dan ook mogelijk is zonder dat je de gehele kooi moet afbreken.
De kooi moet goed schoon te houden zijn. Zorg dat er geen kiertjes of gaatjes zijn waar vuil in kan dringen en zorg ervoor dat de onderkant van de kooi van glad materiaal is. Dit materiaal mag geen vocht opnemen en moet dus met een sopje of zoiets schoon te maken zijn. Ik heb zelf de bodems van de kooien bedekt met een stuk goedkoop zeil wat je normaal gesproken op de grond legt. Zorg ervoor dat de chinchilla’s er niet bij kunnen. Want ieder hoekje of stukje van dat zeil krijgen ze te pakken en knagen ze zonder pardon helemaal stuk. Zorg er ook voor dat je er een redelijk grote deur in doet. Dit omdat je er makkelijk in moet kunnen om de kooi te kunnen schoonmaken.

  Het mooiste zou ook zijn dat er zo’n min mogelijk lawaai en rommel van de kooi afkomstig is. Om rommel te verkomen kan je zorgen dat er vanaf de onderkant zo’n 10 cm dicht is gemaakt. En dat je de achterkant en beide zijkanten dichtmaakt en dat alleen op de deur een stuk gaas zit. Of misschien nog mooier tralies.
Als je gaas gebruikt gebruik dan geen geplastificeerd gaas.
Dit omdat ze het geplastificeerde gedeelte van het gaas er zo vanaf halen en dat er een kans is dat ze het opeten,
wat natuurlijk slecht is voor ze. Wel zijn er minimum maten waar je je bij het bouwen van een kooi aan moet houden.
De minimum maten zijn 1 meter hoog met een grondoppervlak van 50 x 50 cm. Let wel op dit zijn de minimum maten voor een groepje van 2 a 3 chins. Bij meerdere chinchilla’s moet je natuurlijk de kooi vergroten. En natuurlijk is het zo dat de kooi altijd groter mag zijn. Ook al heb je maar 2 chinchilla’s dan mag je gerust een kooi gebruiken van bv 2 meter hoog. De hoogte van de kooi is belangrijker dan het grondoppervlak van een kooi.

Inrichten van een hok

Het merendeel van de chinchilla’s slaapt het liefst zo hoog mogelijk in zijn hok. Daarom is het aan te raden om boven in het hok een grotere plank op te hangen waar ze dan ook met z’n allen lekker tegen en over elkaar op kunnen zitten. Ook kan je er een huisje bevestigen, maar dan zie je je chinchilla’s niet zitten en heb je kans dat ze ook een stuk schuwer zijn als zonder huisje. Voor de rest moeten er meerdere kleine plankjes aanwezig zijn in het hok. Die van onderen naar boven verspreid zijn. Deze kleine plankjes en natuurlijk ook de grote bovenin de kooi kunnen van hout zijn. Hou er dan wel rekening mee dat je deze plankjes regelmatig zal moeten vervangen, omdat ze ook dit geheel kappot knagen. Ook kan je dikke takken van bv de wilg gebruiken. Ook dit zullen ze gebruiken als zitplankje en het is goed voor hun tanden, want ze hebben er zeer veel knaagplezier van. Let wel op dat je niet zomaar takken verzameld uit het bos. De takken van een wilg zijn eigenlijk de beste takken. Ook kan je taken van een fruitboom gebruiken. Zorg er wel voor dat je de takken eerst grondig reinigt met heet water en laat ze daarna goed drogen. Dan pas mag je ze in de kooi zetten. Ook is het verstandig om een loopwiel in de kooi te bevestigen. Er zijn daarin veel verschillende soorten. Dus zorg ervoor dat je een groot genoeg wiel koopt, want als de doorsnede van zo’n wiel te klein is dan kan dat rugproblemen opleveren. Ik heb zelf de voorkeur aan een loopwiel die alleen maar bevestigd wordt aan de zijkant van de kooi zodat de in en uitloop van het loopwiel geheel vrij is. Je hebt ook een loopwiel op 2 poten. Dit kan ook wel, maar daarbij heb je meer kans op verwondingen van voornamelijk de pootjes en staarten van de chinchilla’s. Voor de rest moet je echt je fantasie gebruiken bij het inrichten van een kooi.

Voeding

De voeding van een chinchilla bestaat uit zeer arme ingredienten. Het standaard voer bestaat uit de chinchilla pellets en hooi en natuurlijk niet te vergeten het drinkwater. De pellets is echt speciaal gemaakt voor chinchilla’s dus als je naar een dierenwinkel gaat en er liggen alleen maar zakjes met pellets in, maar er staat nergens op de zak dat het om chinchillapellets gaat vraag dan gewoon aan de eigenaar of je de grote baal mag zien waar deze zakjes uitkomen. Mag dat niet van hem koop het dan niet. De kans is namelijk groot dat je ze dan konijnenpellets voer en dat is dus zeer slecht voor chinchilla’s. Heeft je plaatselijke dierenwinkel niets van chinchillapellets vraag dan of ze het van de merken Vitakraft of Witte Molen kunnen bestellen. Dit is altijd mogelijk ook al zeggen ze dat het niet zo is. Een dierenwinkel heeft altijd producten staan van Witte Molen of Vitakraft dus waarom zouden ze de chinchillapellets niet kunnen bestellen. Ook zijn er van Vitakraft speciale “snoepjes” te verkrijgen. Als je deze koopt geef ze dan wel met mate. Teveel snoepgoed is slecht voor ze ze kunnen er namelijk verschillende darmproblemen van krijgen die kunnen lijden tot de dood. Dus wees er voorzichtig mee. Onder aan giftige en niet giftige!

Vacht

De vacht van een chinchilla is zeer speciaal. Bij ons komt er uit een haarwortel maar 1 haar bij een chinchilla is dat dus heel anders. Bij hun komen er uit een haarwortel zo tussen de 40 á 120 haren. Dat verklaart ook waarom een chinchilla zo’n dichte en zachte vacht heeft. Ook dankzij deze dikte is het vrijwel onmogelijk om ongedierte zoals vlooien in de vacht van een chinchilla te zien. Geef de chinchilla iedere dag een uur a 1,5 uur de tijd om zich rustig te wassen in een speciaal badje gevuld met speciaal chinchilla badzand. Gebruik geen schelpenzand of zand uit de zandbak. Dit zal namelijk de vacht van een chinchilla erg beschadigen en de chinchilla later ook. Gebruik gewoon het speciale badzand. Dit is altijd wel te verkrijgen in een dierenwinkel. Als er een panieksituatie uitbreekt of de chinchilla schrikt als u hem vast heeft. Kijk er dan niet raar van op als u een pluk van de vacht in uw handen hebt. Dit is vrij normaal. In het wild wordt dit gebruikt als verdedigingsmiddel tegen roofdieren zoals roofvogels. Op die manier kan een chinchilla vrij vaak er met een aantal haren minder en de schrik er vanaf komen. Voortplanting Als het om de voortplanting gaat van de chinchilla zijn er wel een aantal dingen die je eerst moet overwegen voordat je er ook echt aan begint. Om maar een paar voorbeelden te noemen:
Waar gaan de jongen naar toe als ze oud genoeg zijn.
Kruis nooit Wit x Wit of Velvet x Velvet.
Zorg dat de chinchilla’s ouder dan 9 maanden zijn. Het liefst een jaar. Dit zijn zomaar een paar punten. Het is onzettend gaaf als er inderdaad jonkies geboren worden. Ik heb er ook al meerdere gehad en iedere keer is het weer een vreugde om die kleine hummeltjes te zien rondlopen. Als de jongen 8 weken zijn dan mogen ze van de ouders af en mogen ze naar een nieuw huis toe. Mocht je ze zelf willen houden dan moet je er rekening mee houden dat je de mannetjes en vrouwtjes, vader en moeder inbegrepen, apart houd. Je kan de hele familie ook best bij elkaar laten, maar dan zullen vader en de eventuele zoons gecastreerd moeten worden. En dan is het nog maar afwachten of het goed blijft gaan. Het gebeurt regelmatig dat als de jonge mannetjes volwassen worden ze zich opeens heel anders gaan gedragen en dat er een fikse ruzie kan optreden tussen vader en zoon(s). Laat het in ieder geval nooit!!! zover komen dat een zoon zijn moeder dekt of dat de vader een dochter dekt, want als ze dan jongen krijgen dan zijn deze meestal erg zwak of niet levensvatbaar. Ook bij het kruisen van bepaalde kleuren is er een richtlijn. De kleuren Velvet en Wit mogen dus nooit!!! met elkaar gekruist worden. Dus nooit 2 Velvets en nooit 2 Witte chinchilla’s met elkaar kruisen. Iedetre andere kleurslag mag je dus wel met elkaar kruisen en mogen ook met de Witte of Velvets gekruist worden. Gebeurt het per ongeluk wel dan kunnen de jongen dus ook zwak, misvormd, niet levensvatbaar, enz. zijn. Net zoals bij inteelt. Zorg er ook voor dat een chinchilla vrouwtje niet eerder gedekt wordt voordat ze de leeftijd van minimaal 9 maanden heeft bereikt. Het is nog beter om te wachten totdat ze 1 jaar oud is. Als een vrouwtje te jong gedekt wordt dan is het meestal zo dat al haar energie naar de jonkies in haar buik gaat ipv naar het groeien van haar eigen lichaam. Waardoor ze dus klein blijft en waarschijnlijk nooit meer haar normale grote krijgt. Probeer dat dus te voorkomen. Zorg voor de rest voor voldoende voeding, vers drinkwater en hooi. Deze dingen heeft de moeder altijd nodig. Ook is het goed om melkkorrels te geven. Deze korrels zijn gelige staafjes die de chinchilla’s heerlijk vinden. Het enige probleem is dat deze korrels niet altijd makkelijk te verkrijgen zijn. Probeer het eens via het persoon waar u de chinchilla’s vandaan heeft misschien kan hij of zij er wel aankomen.

Verschillende kleuren

Chinchilla’s zijn in zeer veel verschillende kleuren te verkrijgen. Ik ga ze niet opnoemen hier, want dan krijg je een lijst met namen waar je misschien niet eens bij kan voorstellen hoe ze er uit zien. Voor de rest zal ik u veel plezier toewensen met de jonkies, want voor je het weet zijn ze groot.

Ziekten

Hieronder staan een aantal ziekten beschreven die een chinchilla kan hebben. Het zijn de meest voorkomende.
Je kan namelijk wel alles beschrijven, maar dan hebben we wel erg veel ruimte nodig. Voor andere ziektebeelden zoals tandproblemen of botbreuken verwijs ik u toch naar de dierenarts. Of naar de website “Chinchilla Passion”.

Ongedierte

Over dit onderwerp kunnen we erg kort zijn. Door de dichte vacht van een chinchilla kan er eigenlijk totaal geen ongedierte op een chinchilla zitten. Het enige waar een chinchilla wel wat vatbaar voor is, is de oormijt. Oormijt of ook wel oorschurft genoemd is bij chinchilla’s erg besmettelijk, ook voor de eventuele andere huisdieren die u heeft. Het kan overgesprongen zijn van de hond naar de chinchilla. Of de kat heeft het van de chinchilla gekregen. Het beste is om de alle dieren goed in de gaten te houden en preventief gaan bestrijden tegen de oormijt. Een chinchilla of een ander dier wat besmet is met oormijt zal met zijn hoofd scheef zitten naar de kant waar hij het meeste last van heeft. Ze zullen krabben aan de oren en schudden veel met de kop. U zult van de dierenarts waarschijnlijk een milde oorcleaner voor katten meekrijgen. Mocht dit nou niet helpen ga dan terug naar de dierenarts. U zult dan waarschijnlijk iets sterkers meekrijgen.

Diarree

De meest voorkomende kwaal bij chinchilla’s is diarree. Hoe een chinchilla aan diarree kan komen is heel verschillend. Het kan ontstaan door het geven van te veel groeten en fruit, verkeerd voer of het plotseling overstappen op een geheel ander soort voer. Ook vochtig of geschimmeld hooi kan bij chinchilla’s diarree veroorzaken. Of als de waterflesjes vervuild zijn. Het geven van te veel snoepgoed kan zowel diarree als verstoppingen veroorzaken dus wees hier heel voorzichtig mee. En bij jonge chinchilla’s kan het zich te vol proppen ook diarree veroorzaken. Als een chinchilla eenmaal diarree heeft kunt u dit op een aantal manieren proberen te stoppen. Geef de chinchilla als eerste geen extraatjes meer. Alleen nog maar hooi en pellets. Zorg dat het hooi niet vochtig of vervuild kan worden. Ga hier net zolang mee door totdat de diarree gestopt is. Mocht het nou langer dan een week duren meng dan wat appelazijn door het drinkwater heen. Doe dit in de verhouding: 1 deel appelazijn op 9 á 10 delen water. Ook kan hiervoor Roosvicee-stop voor gebruikt worden. Dit product kunt u meestal vinden bij de babyvoeding in een supermarkt. Nog iets wat wonderen kan doen is Norit door het water mengen. Als je iets uitprobeert om diaree tegen te gaan doe dit dan niet langer dan een week en kijk dan of het aanslaat of al is aangeslagen. Is dit niet het geval wacht dan even met het geven van het volgende middeltje anders kan de chinchilla nog meer problemen krijgen van z’n darmen door de vele middeltjes die gegeven worden. Bij ernstigere situaties moet u altijd even de dierenarts raadplegen. Waarschijnlijk zult u dan Karlbadzout meekrijgen. Dit zorgt ervoor dat de darmen gereinigd en geleegd worden en voor een vernieuwde opbouw van de flora en fauna in de darmen van een chinchilla. Voeg van het Karlbadzout 6,5 mg aan 1 liter water toe. De fles water is langer houdbaar en u kunt dus met deze fles uw drinkflesje gewoon bijvullen. Is de chinchilla ernstig ziek dan moet er een sterkere oplossing rechtstreeks in het bekje van de chinchilla gespoten worden met een pipetje. Diarree moet binnen enkele dagen over zijn. Bij zeer ernstige diarree of als de diarree niet uit zichzelf over gaat. Raadpleeg dan uw dierenarts. Hij of zij zal over nog meer middelen beschikken om te zorgen dat het probleem uiteindelijk verholpen wordt.

Verstopping

Een verstopping wordt veroorzaakt door stress (bijvoorbeeld na een verhuizing, lang transport of verandering van leefomgeving), verandering van voeding, overvoeding of teveel “snoepgoed”. Ook kunnen verveling, eenzaamheid en een gebrek aan beweging een verstopping veroorzaken. De laatste 3 oorzaken kunnen eenvoudig verholpen worden. Bij eenzaamheid geef je de chinchilla een partner (klinkt makkelijker dan het soms kan zijn). Bij verveling en een gebrek aan beweging geef je de chinchilla een groot hok met veel klim- en knaagmogelijkheden. Als u de ruimte ervoor hebt kunt u ze ook 1 keer per dag eens rond laten lopen in de kamer. Let op wel onder toezicht, want ze knagen overal aan. Ook bij zwangerschap kan een verstopping optreden, maar dit is meestal na de geboorte verdwenen. Zo niet raadpleeg dan uw dierenarts. U kunt voor een verstopping ook Karlsbadzout gebruiken. Het komt misschien raar over dat dit zowel bij diarree als een verstopping gebruikt kan worden, maar zoals u hebt kunnen lezen helpt Karlsbadzout juist om de darmen op gang te helpen. Wacht bij een verstopping niet te lang om er mee naar een dierenarts te gaan, want als de darmen eenmaal stil liggen kan de dood van uw chinchilla zeer snel volgen.

Schimmel

Schimmel begint meestal in een hete, vochtige en broeierige omgeving. Soms ontwikkeld het zich in hooi of op een niet goed genezen beschadiging van de huid. Schimmel is op zich moeilijk te herkennen, maar het begint als kleine ronde schilferige plekjes op de oren. Als het de kans krijgt is het later ook zichtbaar op voetzolen en rond de neus en ogen. Nog later zal de vacht roos vertonen en zullen de ogen gaan tranen. Een andere schimmel zorgt voor pelsbreuk. Het maakt de haren dun en ruig en zorgt ervoor dat de snorharen splijten en breken aan 1 of beide zijden van de kop.
Verwar het niet met het knabbelen aan de snorharen uit verliefdheid. Verder lijkt het bij deze schimmelsoort of er happen uit de vacht verdwijnen.
Er zijn veel soorten schimmelsoorten, maar deze zijn allemaal prima te bestrijden met speciaal schimmelpoeder.
Dit is verkrijgbaar bij chinchillafarms of bij de VEZ, bevindt zich in het EHBO-pakket. Mocht het nou erg lang duren met het schimmelpoeder voordat de schimmel weg is of vermindert. Vraag dan bij uw dierenarts naar Clindacutin. Deze zalf moet je dun smeren op de kale plekken waar de schimmel zit en u zult na een paar dagen al verbetering zien. Gebruik deze zalf alleen bij hardnekkige gevallen. Voor de rest gebruikt u gewoon het schimmelpoeder. Als u de zalf gebruikt geef dan voorlopig even geen zandbadje meer. Het zand zal aan de zalf plakken en dat is niet de bedoeling. Mocht het ergste van de schimmel weg zijn dan stapt u gewoon weer over op het schimmelpoeder.

Extraatjes voor je chinchilla

Een rozijntje

Stukje toast

Hard stukje wit brood

Gedroogde rozenbottel

Stukje gedroogde appel

Stukje gedroogde wortel

Stukje Johannesbrood

Stukje harde spaghetti

Haver

Luzerne

Tarwe-aren

Gras-aren

Een kalksteen (hierdoor neemt de chinchilla kalk op)

Knaagsticks (zit wel veel suiker in)

Te gebruiken hout

Braam

Berk

Wilgentakken (knotswilg)

Hazelaar

Esdoorn

Iep

Es

Gedroogde wijntakken

Populier

Beuk

Els

Linde

Niet te gebruiken houtsoorten (giftig!)

Laurier

Eik

Taxus

Kastanjeboom

Hulst

Gouden regen

niet gedroogde wijntakken

Harshoudende bomen

Pruim (kers verschillende meningen over)

——————————————-

Bij twijfel de takken niet gebruiken..

Appel

Malus domestica

Rozenfamilie

Bruikbare delen: Takken, bladeren, vruchten en bloemen. Gebruik en werking: De takken van een appelboom zijn prima knaagmateriaal om de tanden op natuurlijke wijze kort te houden. De bladeren en bloemen zijn een smakelijke aanvulling op het menu. De vruchten zijn vanwege hun hoge gehalte aan suikers niet geschikt voor degoes en chinchilla’s.

Biet

Beta vulgaris

Amarantenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren en wortelknollen. Gebruik en werking: De biet is erg vezelrijk en goed voor de spijsvertering. Biet is rijk aan ijzer, dus een prima aanvulling op het menu voor dieren die zijn bevallen of een operatie hebben ondergaan.
De wortelknollen bevatten veel suikers en zijn daarom niet geschikt voor degoes en chinchilla’s.

Braam

Rubus fruticosus Rozenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren, takken, vruchten en bloemen. Gebruik en werking: De takken, bladeren en bloemen worden door veel konijnen en knaagdieren met smaak verslonden. De vruchten vinden gretig aftrek bij ratten, hamsters, gerbils en muizen. Bramen zijn rijk aan vitamines en vezels. Degoes en chinchilla’s mogen de vruchten niet hebben i.v.m. het hoge gehalte aan suikers.

Druif

Vitis vinifera Wingerdfamilie

Bruikbare delen: Takken, bladeren, vruchten en bloemen. Gebruik en werking: De takken van druiven zijn prima knaagmateriaal om de tanden op natuurlijke wijze kort te houden terwijl de bladeren en de bloemen een smakelijke aanvulling op het menu zijn. De vruchten zijn vanwege hun hoge gehalte aan suikers niet geschikt voor degoes en chinchilla’s. De bladeren en pitten van druiven bevatten bloedvatversterkende stoffen.

Framboos

Rubus idaeus Rozenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren, takken, vruchten en bloemen. Gebruik en werking: De framboos is rijk aan vitamines en vezels. De takken, bladeren en bloemen worden door veel knagers met smaak verslonden. Ook de vruchten vinden gretig aftrek bij ratten, hamsters, gerbils en muizen. Degoes en chinchilla’s mogen de vruchten niet hebben i.v.m. het hoge gehalte aan suikers.

Kool

Brassica oleracea

Kruisbloemenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren, bloemen en wortelknollen.
Gebruik en werking: Kool is rijk aan vitamine C. De wortelknollen bevatten veel suikers en zijn daarom niet geschikt voor degoes en chinchilla’s. De sluitkolen (rode kool, spitskool, witte kool en groene kool) bevatten veel zwavelverbindingen welke gasvorming kunnen geven. Broccoli, bloemkool, spruitjes, boerenkool en koolrabi worden wel goed verdragen.

Mais

Zea mays Grassenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren, stengels, zaden en bloemen.

Gebruik en werking: De bladeren en stengels kunnen vers of gedroogd als hooi verstrekt worden. Mais is erg vezelrijk en goed voor de spijsvertering. De maïskolven zijn geschikt voor hamsters, ratten, muizen en gerbils. Voer konijnen en cavia’s spaarzaam maïs. Degoes en chinchilla’s mogen geen maïs omdat deze te veel suikers bevatten.

Peer

Pyrus communis Rozenfamilie

Bruikbare delen: Takken, bladeren, vruchten en bloemen. Gebruik en werking: De takken zijn prima knaagmateriaal om de tanden op natuurlijke wijze kort te houden. De bladeren en bloemen zijn een smakelijke aanvulling op het menu. De vruchten zijn vanwege hun hoge gehalte aan suikers niet geschikt voor degoes en chinchilla’s.

Pompoen

Cucurbita maxima Komkommerfamilie

Bruikbare delen: Vruchten en zaden.

Gebruik en werking: Het vruchtvlees van de pompoen is erg rijk aan suikers, voer ze daarom niet aan degoes en chinchilla’s. De pitten hebben een gunstige uitwerking op hart en vaten, maar moeten wel met mate gevoerd worden.

Wortel

Daucus carota Schermbloemenfamilie

Bruikbare delen: Bladeren en wortels. Gebruik en werking:
Wortel is erg vezelrijk en goed voor de spijsvertering.
De wortels bevatten wel veel suikers en zijn daarom niet geschikt voor degoes en chinchilla’s.

Dit mogen chinchilla’s niet eten

Zonnebloempitten

Noten

Pinda’s

Groenten

Chocolade

FRUITSCHAAL

Een fruitschaal op tafel lijkt erg onschuldig. Wat kan er nu gebeuren als een chinchilla van een appel eet of van een trosje druiven? Het gevaar zit hem ook niet zo zeer in het fruit zelf, maar in de hoeveelheid. Zoals al eerder vermeld, heeft een chinchilla een uiterst gevoelig darmstelsel. Bijna iedere verandering in zijn normale dieet zal leiden tot stoornissen. Fruit is over het algemeen laxerend: diarree is dus een logisch gevolg. Knoflook, uien, prei en koolsoorten kunnen leiden tot gasophoping. Ernstige krampen en zelfs invaginatie kunnen het gevolg zijn.

 

Van de giftige (kamer)planten zetten wij de bekendste even voor u op een rij:

Aronskelk (Arum maculatum) (giftige stof: aroïne) Azalia (Rhododendron obtusum) ) bladen en bloemen Christusdoorn (Euphorbia milii) )met name het witte wolfsmelksap Clivia (Himantophyllum) ) wortelstoken bladen Croton (diverse soorten van deze bromeliafamilie) met name het melksap Cyclaam (Cyclamen hederifolium) ) (giftige stof: cyclamine) Dieffenbachia (giftige stof: strychnine) Flamingoplant (Anthurium Scherzerianum) ), jonge bladen, kolven en sap Gatenplant (Monstera) ) Hortensia (Hydrangea) ) Hyacint (Hyacinthus) ) bol en zaad Kamerbrem Kerstroos (Helleborus niger) Kerstster (Euphorbia pulcherrima) ) Klimop (Hedera helix) Lelietje van dalen (Convallaria majalis) ) (giftige stof: convallamarine) Narcis (Narcissus “Thalia”) ) (vooral de bol) Oleander (giftige stoffen: nereïne en oleandrine) Prachtlelie (Gloriosa) ) gehele plant Primula (diverse soorten van de Primulaceae ) familie) irriterende stof: primine Rubberplant (Ficus Elastica) ) sap irriterend Sierpeper (Capsicum Frutescens) ) vrucht giftig, sap irriterend Sneeuwklokje (Galanthus Nivalis) ) bol en blad Wasbloem (Hoya)