Muishamsters

Muishamsters

https://nl.wikipedia.org/wiki/Muishamsters

Muishamster (Calomyscus bailwardi) De Muishamster wordt in beperkte aantal als exotische knaagdier gehouden. De Muishamster heeft een staart van ongeveer 7-10 cm. Hij heeft echter geen wangzakken. Maar hij hamstert voer. De Muishamster komt voor in Tukmenistan, Iran, Pakistan en Afganistan. Hij leeft vooral in de hooggebergten tot zo’n 3,5 km.

Calo10

 

Eversmann dwerghamster (Allocricetulus eversmanni)

De Eversmann dwerghamster is één van de grotere dwerghamstersoorten. Hij is ongeveer 15 cm groot. Hij heeft een klein staartje van ongeveer 2-3 cm. De bovenkleur is donkerbruin / roodbruin en de onderkleur is lichtgrijs tot wit. Op de borst heeft hij bruinachtige vlek. De Eversmann dwerghamster komt voor van Kazachstan tot Mongolië. Hij wordt niet als huisdier gehouden.

Mongoolse dwerghamster (Allocricetus curtatus)

De Mongoolse dwerghamster is zo’n 10 tot 15 cm groot. De bovenkleur is geelachtig grijsbruin en de buikkleur is wit. Hij heeft geen borstvlekken. De Mongoolse derghamster lijkt qua karakter en uiterlijk erg op de Eversmann dwerghamster. Beide soorten hebben echter een ander aantal chromosomen en het zijn dus aparte soorten. De Mongoolse dwerghamster komt in Mongolië voor. De jongen van de Mongoolse dwerghamster komen geheel grijs ter wereld en krijgen pas later de geelgrijze kleur. Ook deze soort wordt niet in gevangenschap gehouden.

Daurische dwerghamster (Cricetulus barabensis)

De Daurische dwerghamster is een echte langstaart-dwerghamster en lijkt heel erg veel op de Chinese dwerghamster. De grote kan variëren tussen de 8 en de 13 cm. Hij is iets groter dan de Chinese dwerghamster. Hij heeft een staart van 2-3 cm. De bovenkleur zit tussen grijs en de kleur roodbruin. Hij heeft een zwarte aalstreep die van kop tot staart loopt. De voetzolen zijn in de winter behaart, ter bescherming van kou. In de zomer zijn ze kaal. De Daurische dwerghamster leeft op de steppen en in de halfwoestijnen van Centraal Azië.

Langstaart dwerghamster (Cricetulus longicaudatus)

De Langstaart dwerghamster heeft een staart van ongeveer 3 tot 4,5 cm lang. De lengte variërt tussen de 8 en de 12 cm. De bovenkleur is grijsgeel. Hij heeft geen aalstreep. De buikkleur is wittig. Op de kop en nek zitten wat kleine vlekjes. De Langstaart dwerghamster komt voor in grote geiben van Centraal Azië.

Grijze dwerghamster (Cricetulus migratorius)

De Grijze dwerghamster is de enige dwerghamster die in een vrij groot deel van Europa voorkomt. Hij leeft o.a. in Griekenland, Bulgarije, Roemenië, Turkije, Kazachstan, Rusland en ook in Azië zoals Pakistan, Afghanistan en India. De Grijze dwerghamster is ongeveer 10 tot 14 cm groot. De kleur variërt tussen licht grijs tot donkergrijs.

Tibetaanse dwerghamster (Cricetulus lama)

Van deze soort is niet zoveel bekend. Hij komt in Tibet voor en is genoemd naar de Dalai Lama. Hij bewoont daar in de gebergten zoals de Himalaya. Hij lijkt erg op de Grijze dwerghamster en zou theoretisch gezien een ondersoort van kunnen zijn.

Triton dwerghamster (Tscherskia triton)

De Triton dwerghamster wordt onder de dwerghamstersoorten gerekend, maar klein is hij niet. Hij is ongeveer 18 tot 25 cm lang en hij heeft een staart van 8-10 cm lang. Ook wordt hij wel Ratachtige dwerghamster genoemd. Dit omdat hij zo groot is en een lang uitgerekte snuit heeft. De bovenkleur is dongerbruik en de buikkleur wit. Hij leeft in natte gebieden in de omgeving Korea en Noordoost-China.

Muishamsters

(familie Calomyscidae; geslacht Calomyscus) zijn een familie van knaagdieren die voorkomt van in Syrië en van Azerbeidzjan en Iran tot Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan. Daar leven ze in rots- en woestijnachtige gebieden. Ze zijn daarnaast bekend van het Laat-Mioceen en mogelijk het Vroeg-Plioceen van Europa. Er zijn ook Vroeg-Pliocene fossielen bekend van het Griekse eiland Rodos.

Tot het artikel van Vorontzov & Potapova (1979) werden de muishamsters meestal tot de Amerikaanse onderfamilie Sigmodontinae gerekend, als nauwe verwanten van Peromyscus, maar Vorontzov & Potapova plaatsten hen als een tribus binnen de Cricetinae. Later is er ook gesuggereerd dat Calomyscus het enige levende geslacht is dat bij de uitgestorven onderfamilie Myocricetodontinae hoort. Er schijnen ook overeenkomsten met Democricetodon te zijn. Later onderzoek weerspreekt echter beide verwantschappen. Musser & Carleton (1993) plaatsten het geslacht in een aparte onderfamilie Calomyscinae. Steppan et al. (2004), in hun fylogenetische analyse van de Muridae, toonden aan dat Calomyscus aan geen enkel ander lid van de Muroidea nauw verwant was, zodat het geslacht in een aparte familie Calomyscidae werd geplaatst. Muishamsters hebben dezelfde soort kiezen als echte hamsters, maar ze missen de wangzakken en korte staart van de echte hamsters. Omdat ze mogelijk de enige levende leden van de Cricetodontinae zijn, worden ze wel levende fossielen genoemd.

Hoewel alle soorten muishamsters vroeger als ondersoorten van Calomyscus bailwardi beschouwd, worden er nu zo’n acht soorten onderscheiden op basis van verschillen in grootte, chromosomen, en andere verschillen. Het is goed mogelijk dat er nog onbeschreven soorten zijn. De hier gebruikte indeling met acht soorten volgt Musser & Carleton (2005).

De muishamster die in Europa soms als huisdier wordt gehouden (meestal Calomys bailwardi mystax of Calomyscus bailwardi genoemd) is waarschijnlijk C. mystax of C. elburzensis (=C. firiusaensis). Deze muishamsters worden niet in dierenwinkels verkocht, maar alleen door fokkers, zodat alleen “echte” knaagdierliefhebbers ze hebben.

Van muishamsters is bekend dat ze het langste leven van alle Muroidea. In gevangenschap hebben ze 9 jaar, 3 maanden en 19 dagen geleefd, en ze leven vaak wel vier jaar lang. Dit en het feit dat ze zich langzaam voortplanten suggereert dat ze wat betreft de voortplantingsbiologie meer op eekhoorns (Sciuridae) en Hystricognathi lijken dan op andere Muroidea.

Het geslacht omvat de volgende soorten:

  • Calomyscus bailwardi (West-Iran)
  • Calomyscus baluchi (West-Pakistan en Afghanistan)
  • Calomyscus elburzensis (Zuidwest- en Zuid-Turkmenistan, Noord- en Noordoost-Iran en Noordwest-Afghanistan)
  • Calomyscus grandis (Mount Demavend in Iran)
  • Calomyscus hotsoni (Zuidoost-Iran en Zuidwest-Pakistan)
  • Calomyscus mystax (Zuidwest-Turkmenistan)
  • Calomyscus tsolovi (Zuidwest-Syrië)
  • Calomyscus urartensis (Noordwest-Iran en Azerbeidzjan)