Microbiotheriidae

monito del monte of de colocolo

https://nl.wikipedia.org/wiki/Microbiotheriidae

De microbiotheriidae is een heel moeilijke naam voor een kleine groep dieren.  We kennen er nog geen Nederlandse naam voor.  Er is ook maar één soort nog in leven : de monito del monte of de colocolo.  Deze komt voor in Chili en Argentinië.  Ze zijn dichte familie met de buideldieren van Australië.

Slechts 1 soort is nog in leven in deze orde :  

monito del monte of colocolo

De colocolo wordt ook wel de monito del monte genoemd.  Het is het enige diertje dat nog leeft binnen deze familie buideldieren.  Ze leven in de bergen van Argentinië en Chili.  Hij zoekt zijn eten in de bamboebossen.  Daar maakt hij ook zijn nest van bladeren van deze plantensoort.  De diertjes zelf worden maar 10 centimeter groot.  Ze jagen tijdens de nacht vooral op insecten en andere kleine dieren die in het bos leven.

De mannetjes leven alleen, maar de vrouwtjes leven samen met hun jongen tot die zelf groot genoeg zijn.  De kleintjes leven in de buidel van mama of houden zich vast op haar rug.  Na twee jaar kunnen de jongen voor zichzelf zorgen.  Tijdens de koude winter slaapt de colocolo, maar leeft dan van het vet dat hij in zijn staart heeft opgeslagen.

De mensen die in de buurt leven, hebben schrik van de colocolo want die zou ongeluk brengen.  Het is zelfs zo erg dat als er per ongeluk zo een diertje in hun huis rondloopt, ze hun eigen huis in brand steken.

colocolo

De Monito del monte (Dromiciops gliroides) (ook wel colocolo genoemd) is het enige overlevende lid van de orde van buideldieren Microbiotheria. Hij bewoont de Andes in Chili en Argentinië, inclusief het eiland Chiloe waar hij foerageert in de vochtige wouden waar Chileense bamboe groeit. Hij maakt zijn nest namelijk uitsluitend met de bladeren van deze plantensoort. De colocolo wordt 8-13 cm groot en weegt 18-30 gram. De colocolo is een nachtjager en teert vooral op insecten en ander klein gedierte die leven in het bos dat zijn thuisland is.

monitos_del_monte_4

Vrouwtjes van de colocolo leven in de buurt van hun jongen terwijl mannetjes solitair leven. In de lente zoeken het mannetje en het vrouwtje elkaar op om te paren. Daarna trekt het vrouwtje zich terug en werpt 1-5 jongen in een van bamboe gemaakt nest. De jongen blijven dan een tijd in de buidel van moeder of klampen zich van aan hun rug. Twee jaar later zijn de jongen geslachtsrijp en kunnen ze zelf voor nageslacht zorgen.

In de winter slaapt de colocolo en teert op de vetreserve die hij heeft aangelegd in zijn ongeveer 6 cm lange staart.

In de streken waar de colocolo leeft (Zuid-Andes) zou hij ongeluk brengen. Als de bewoners hem in hun huis aantreffen ervaren ze dat als voorspoedig ongeluk en zouden hun huizen dan ook in brand steken.

Hij wordt ook wel Dromiciops australis genoemd; die naam is echter al eerder gebruikt en dus ongeldig.