Roof-buideldieren

roofbuideldieren

De roofbuideldieren zijn een groep van de zoogdieren. Zoals de naam het zegt, zijn het buideldieren die roven en dus vleeseters. Ze horen bij de oudste dieren in Australië. Sommige soorten kunnen leven van insecten, terwijl andere soorten wallabies eten. Ze dragen hun jongen voor een korte tijd met zich mee in hun buidel. Dat is een zak die aan hun buik zit. Als de jongen groter worden, slapen ze in een nest.

Er bestaan ongeveer 40 tot 70 soorten. Groot zijn ze niet. De meeste zijn allemaal ongeveer even groot als een gewone rat. De familie van de buidelwolven is uitgestorven.

Enkel de Tasmaanse duivel is een soort die nog bestaat. Deze nachtdieren hebben een krachtig gebit om snel hun prooi te doden en op te eten. De numbat leeft in de dag en eet vooral termieten. Zijn tanden zijn ook een stuk kleiner.

3 families :

echte roofbuideldieren

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roofbuideldieren

1

buidelmuis

kamstaart-buidelrat

buidelmarter

https://nl.wikipedia.org/wiki/Buidelmarters

Tasmaanse duivel

https://nl.wikipedia.org/wiki/Tasmaanse_duivel

 

————————————————————————–

2

numbat of buidelmiereneter

—————————————————————————-

3

buidelwolf

https://nl.wikipedia.org/wiki/Buidelwolf

 

————————————————————————–

1

westelijke buidelmarter

Dasyurus geoffroii

De westelijke buidelmarter had een zeer groot verspreidinsgebied: hij leeft in bijna heel Australië, behalve in het uiterste noorden en oosten van Australië, en niet op Tasmanië. Hij leefde er in de woestijnen, savannen en bossen. Nu leeft hij alleen nog in bossen van Zuidwest-Australië. De grote afname van westelijke buidelmarters wordt veroorzaakt doordat ze overgereden worden, de mens op ze jaagt en door vallen die voor vossen en konijnen bedoeld zijn. Er zijn nog ongeveer 6000 westelijke buidelmarters.

De westelijke buidelmarter is vooral ’s nachts actief, maar soms ook overdag. Hij gaat dan op zoek naar kikkers, insecten, reptielen, vogels en zoogdieren tot de groote van een konijn. Soms klimt hij in bomen om zijn prooi te vangen of om andere roofdieren te ontvluchten. Hij heeft een territorium van 55 tot 400 hectare. Territoria van vrouwtjes overlappen elkaar soms.

De jongen worden van mei tot oktober geboren, maar vooral in juni en juli. Er worden tot 6 jongen geboren. Na 16 weken beginnen de jongen vlees te eten. In gevangenschap kunnen ze 5 jaar oud worden, maar wilde dieren worden niet ouder dan 3 jaar.

450px-Dasyurus_viverrinus_20090502

Het mannetje is 31 tot 40 cm lang, zijn staart is 25 tot 35 cm lang en hij weegt 710 tot 2185 gram.

Het vrouwtje is 26 tot 36 cm lang, haar staart is 21 tot 31 cm lang en ze weegt 615 tot 1130 gram.

soorten buidelmarters :

zwartstaartbuidelmarter

dwergbuidelmarter

gevlekte buidelmarter

Nieuw-Guinese gevlekte buidelmarter

grote buidelmarter

Buidelmarter:

 

———————————————————————————

1 Buidelmuis:

Vliegende buidelmuizen zijn ongeveer zeven centimeter lang, hebben een even lange staart en wegen ongeveer negen gram. De dieren hebben hun naam te danken aan de grote afstanden die ze kunnen overbruggen door de vlieghuid die tussen hun poten zit.

Vliegende buidelmuizen komen in de natuur voor in de oostelijke kustgebieden van Australië en zijn echte boombewoners. Bij het springen van grote afstanden kunnen deze kleine dieren gebruik maken van de vlieghuid die tussen de voor- en achterpoten zit. Ze kunnen wel afstanden van 20 meter ‘vliegen’!

Buidelmuis

De twintig buidelmuizen in het park zijn afkomstig uit een Poolse dierentuin en zijn door de Australische overheid te leen aangeboden. Buidelmuizen in dierentuinen blijven namelijk eigendom van de Australische overheid en worden alleen uitgeleend aan dierentuinen. Deze constructie geldt niet alleen voor vliegende buidelmuizen. Zo is er ook een dergelijke constructie voor gouden leeuwaapjes die altijd eigendom van de Braziliaanse overheid zullen blijven.

Nog meer nieuwe diersoorten
Naast vliegende buidelmuizen zijn nog meer nieuwe diersoorten in het Naturama te bewonderen. Zo komen bezoekers vanaf Pasen oog in oog te staan met muismaki’s, bettongs en egeltenrec’s. De afgelopen periode is in het Naturama hard gewerkt aan de realisatie van nieuwe biotopen voor deze bijzondere diersoorten. Bij de inrichting van de verblijven is volop rekening gehouden met de levensbehoeften van de desbetreffende diersoorten. De verblijven zijn prachtig groen en de dieren hebben diverse klim- en schuilmogelijkheden.

De komst van de muismaki’s en egeltenrec’s, van oorsprong Madagassische dieren, valt precies samen met de campagne van de Europese dierentuinen voor het eiland Madagaskar. Ook in Aqua Zoo Friesland worden bezoekers geïnformeerd over de problematiek rondom de flora en fauna op Madagaskar. Bezoekers kunnen een donatie doen aan Madagassische natuurbehoudprojecten door een speciale button te kopen, geld te doneren in de moneyspinner en door in juni mee te doen aan een spannende speurtocht.

1

Kamstaart-buidelrat:

Dasyuroides byrnei

De kamstaartbuidelrat leeft in Northern Territory, South-Australia en Queensland. Hij leeft er in de woestijnen en savannen. Het uieinde van zijn staart is opvallend zwart.

De kamstaartbuidelrat leeft met een kleine groep in een ondergronds hol met meerdere openingen. Ze markeren hun territorium met urine. Hij is ’s nachts actief. Hij gaat dan op zoek naar insecten, eieren, vogels, hagedissen en kleine zoogdieren zoals ratten.

Vakorejsek ctyrprsty

De voortplating duurt van mei tot december. Na een draagtijd van 30 tot 32 dagen krijt het vrouwtje 5 tot 8 jongen. Ze heeft 6, soms 7, tepels, dus het komt wel eens voor dat een jong niet overleefd omdat hij niet gezoogd kan worden. Pasgeboren jongen zijn slechts 3 milimeter lang. Na 55 dagen verlaten ze de buidel. Na negen maanden zijn de jongen geslachtsrijp.

Het mannetje is 14,0 tot 18,0 cm lang, hij heeft een staart van 11,0 tot 14,0 cm en weegt 85 tot 140 gram.

Het vrouwtje is 13,5 tot 16,0 cm lang, heeft een staart van 11,0 tot 13,0 cm en ze weegt 70 tot 105 gram.

soorten buidelmuizen :

kamstaartbuidelmuis

kaluta

gestreepte buidelmuis

gespikkelde buidelmuis

lorentzbuidelmuis

breedvoetbuidelmuis

penseelstaartbuidelmuis

Australische buidelspringmuis

Platkopbuidelmuis

smalvoetbuidelmuis

ningaui

tafa

—————————————————————–

1

De Tasmaanse duivel:

Latijnse naam :Sarcophilus harrisii

Grootte Lichaam : lichaam 52-80 cm;staart 23-30 cm

Habitat : Tasmanië

Voortplanting: werpen zo’n 40 jongen per keer, in hun buidel is er echter maar plaats voor 4 dieren, waardoor de rest afsterft.

Voedsel : kleine kangoeroes, knaagdieren, hagedissen en andere kleine dieren

Status : Bedreigd

Stel je even voor: het is de zeventiende eeuw, en je bent een ontdekkingsreiziger die net Tasmanië heeft ontdekt. Een ruige maar mooie plek met prachtige groene bossen. De eerste nacht in je hut word je wakker van geschreeuw uit de bossen. Je hoort korte, bloedstollende kreten. Met je oude olielamp ga je voorzichtig op verkenning. Na een paar minuten zie je een groot dood dier liggen. Daarnaast zit een klein, hond achtig dier met een pikzwarte vachten rode oren, die stukken vlees van een karkas scheurt. Hij draait zich om, slaakt een schelle kreet en laat zijn scherpe tanden zien.

1

De Tasmaanse Duivel!

Ongeveer op deze manier is dit prachtige buideldier aan zijn naam gekomen. Deze vleesetende neef van de kangoeroe is ontzettend dapper en staat bekend om zijn slechte humeur. Als je te dicht bij een duivel en zijn prooi komt, dan zal hij die fel verdedigen. Maar nu, honderden jaren later, weten we gelukkig beter: Tasmaanse Duivels zijn geheel ongevaarlijk voor mensen. De kolonisten van toen hadden met een rustig  gevoel verder kunnen slapen.

De Tasmaanse Duivel is het nationale symbool van Australië en is hiermee ook een populaire toeristen attractie. Helaas worden Tasmaanse Duivels niet ouder dan 5-6 jaar.

630px-Tasdevil_large

Voeding

Het lievelings maal van Tasmaanse Duivels is een Wombat. Wombats zijn een makkelijke prooi voor Tasmaanse Duivels omdat ze klein en niet al te snel zijn. Tasmaanse Duivels houden namelijk niet zo van het jagen op hun prooi. Ze nemen vaak genoegen met dieren die al dood zijn, of jagen alleen op kleinere dieren die weer makkelijker te vangen zijn, zoals: vissen, insecten, en reptielen.

Leefgewoonten

De Tasmaanse Duivel is het grootste vleesetende buideldier ter wereld. Ze leven niet in groepen, maar wel op korte afstand van elkaar, zodat ze elkaar tijdens het parings seizoen makkelijk kunnen vinden. Ze wonen hun hele leven in het zelfde hol. Tasmaanse Duivels zijn vooral “s nachts actief, maar ook overdag  doen ze meer dan alleen slapen. Ze krijgen dus te maken met veel verschillende temperaturen. Gelukkig kunnen ze hun lichaams temperatuur reguleren door middel van hijgen en zweten en zich zo aanpassen aan de dag en nacht.

Kenmerken van het lichaam

De staart van een Tasmaanse Duivel is de helft van zijn lichaamslengte. Zijn hoofd is groot en de voorpoten zijn langer dan de achterpoten. Ze wegen tussen de 6 (vrouwtjes) en 8 kilo (mannetjes). De snorharen helpen om hun prooi te vinden in het donker. De tanden en kaken ljiken op die van een hyena.

Voortplanting

Tasmaanse Duivels zijn erg competitief en agressief als het aankomt op voortplanting. Ze zijn polygaam maar vechten voor een vrouwtje en willen niet dat deze daarna naar een ander mannetje gaat. Het vrouwtje baart wel 20 tot 30 jongen, terwijl ze maar 4 tepels heeft waar de jongen van kunnen drinken. Veel jongen, vooral de zwakkeren, overleven het dus niet. De jongen zijn bij de geboorte kaal en roze van kleur. De eerste 100 dagen verblijven ze in de buidel van moeder. Na negen maanden zijn de jongen onafhankelijk.

Ongeveer even groot als een kleine hond, vermaalt de Tasmaanse duivel met zijn krachtige kaken de botten van zijn prooi. Dit gedrongen zoogdier beweegt zich langzaam maar is heel listig. Met het uitstekende reukvermogen verrast hij zijn prooi in het donker. Die bestaat uit reptielen, vogels, vissen, kleine zoogdieren en kadavers.

————————————————————————————

2

Buidelmiereneter / Numbat

Myrmecobius fasciatus

De buidelmiereneter leeft in Zuidwest-Australië. Hij leeft er in de bossen. Vroeger leefde hij in bijna heel Zuid-Australië, maar Het is dankzij de komst van de Europeanen in Australië een bedreigd diersoort geworden. Zij zorgden er onder andere voor dat de vos in Australië werd ingevoerd. Nu is het een bedreigd diersoort.

 800px-Numbat_gnangarra_03

De buidelmiereneter is als enige buideldier alleen overdag actief. Overdag zit hij in een zelfgegraven hol of in een holle boomstam, maar soms ook in een nest. Het is een solitair dier. Buidelmiereneters hebben een terrirorium van 25 tot 50 hectare. Hij gaat overdag op zoek naar termieten, mieren en andere insecten. Hij vangt zijn prooi met zijn kleverige tong. Hij eet per dag 10.000 tot 20.000 termieten.

De paartijd is in de zomer. De mannetjes kunnen maar een keer paren en vechten vaak om een vrouwtje. Na een draagtijd van 14 dagen krijgt het vrouwtje van januari tot mei vier jongen. Ze heeft ook vier tepels. Ze heeft, hoewel het toch een buideldier is, geen buidel. In december zijn de jongen helemaal zelfstandig.

Het mannetje is 20,0 tot 27,4 cm

lang, zijn staart is 16,4 tot 21,0 cm

lang en hij weegt 300 tot 715 gram.

Het vrouwtje is 20,0 tot 27,2 cm lang,

haar staart is 16,1 tot 19,5 cm lang en ze weegt 320 tot 678 gram.

———————————————————————————–

3

Buidelwolf:Categories:

Het dier dat algemeen bekend staat als de Tasmaanse buidelwolf, leek waarschijnlijk toch meer op een tijger.

Buidelwolven hadden waarschijnlijk toch meer weg van een katachtige dan van een wolf. Dat beweren Amerikaanse biologen op basis van de anatomie van de poten van het dier.

Thylacines

In 1936 stierf in een dierentuin in het Australische Hobart de allerlaatste buidelwolf. Voor de komst van de mens – en de dingo – was dit dier het belangrijkste roofdier van Australië. Buidelwolven danken hun naam aan hun hondachtige kop; maar hun gestreepte lichaam heeft eigenlijk ook wel iets weg van dat van een kat. Het buideldragende dier stond daarom ook wel bekend onder de naam Tasmaanse tijger. En die naam past eigenlijk veel beter stelt een aantal Amerikaanse wetenschappers deze week in Biology Letters.

De biologen, onder leiding van Borja Figueirido, onderzochten aan de hand van het skelet van enkele buidelwolven hoe deze dieren op hun prooi joegen. Deden ze dit zoals honden en wolven, door lange tijd achter een prooi aan te rennen, het liefst samenwerkend met een hele groep? Of besprongen ze hun prooi vanuit een hinderlaag, zoals katachtigen als leeuwen en tijgers dit doen? De gewrichten van de buidelwolf wijzen erop dat het dier geen goede lange-afstandsrenner was. Maar hij kon zijn poten wel goed draaien; net als nodig is bij katten, wanneer ze hun prooi vastgrijpen tussen hun klauwen.

De buidelwolf leek dus in de manier waarop hij joeg hoogstwaarschijnlijk meer op een tijger dan op een wolf. De onderzoekers pleiten er dan ook voor het dier voortaan weer Tasmaanse tijger te noemen. Al gaat de vergelijking met een tijger natuurlijk ook maar tot op zekere hoogte op. Er bestaan tenslotte geen tijgers of andere katachtigen die hun jongen grootbrengen in een buidel op hun buik.