Gieren

Gieren

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gieren_van_de_Oude_Wereld

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gieren_van_de_Nieuwe_Wereld

Weinig mensen houden van gieren. Die kale nek en die priemende ogen! En dan dat gewroet in dode dieren. De meeste mensen moeten er niets van hebben. Toch is het goed dat er gieren zijn. Gieren zijn roofvogels. Dat zijn vogels die aan voedsel komen door andere dieren te vangen en op te eten. Ze hebben goede ogen nodig om hun prooi te kunnen zien en ze moeten snel kunnen vliegen. Ook moeten ze scherpe, sterke klauwen hebben om hun prooi te kunnen vasthouden. De gier is een apart soort roofvogel. De meeste gieren vangen hun prooi niet zelf, omdat hun poten niet sterk genoeg zijn. Het vangen laten ze aan andere roofvogels over. Ligt de prooi eenmaal op de grond, dan komen ze erbij om mee te eten. De prooi is dan aas geworden. We noemen gieren daarom aaseters. Ze zijn nuttig, omdat ze afval opruimen.

aasgiervalegierammergier

Opruimers

Er bestaan op de wereld verschillende soorten gieren. Een bekende soort is de condor. Deze vogel wordt ook wel de Andescondor genoemd, omdat hij vooral in het Andesgebergte te zien is. Dat is een hooggebergte langs de westkust van Zuid-Amerika. De Andescondor is de grootste roofvogel ter wereld. De afstand van de ene tot de andere vleugelpunt is wel drie meter. We noemen die afstand de spanwijdte.

Een mooie vogel is de condor niet, volgens de meeste mensen. Zijn kop en nek zijn bijna helemaal kaal. Dat is handig. Hij kan zo diep in de karkassen van dode dieren duiken zonder dat zijn veren vies worden. Karkassen zijn geraamtes. De gier pikt het vlees van de botten. Hij maakt het hele karkas schoon.

In Europa komen vier soorten gieren voor: de vale gier, de lammergier, de monniksgier en de aasgier. De aasgier wordt ook wel de Egyptische gier genoemd. Vroeger krioelde het in de grote steden van Egypte van deze gieren. Hoe komt de monniksgier aan zijn naam? Daar hoef je waarschijnlijk niet naar te raden. Deze vogel is groot, donkergekleurd en heeft een dikke verenlaag. Hij ziet er dus uit als een monnik. De monniksgier heeft een enorme snavel in de vorm van een haak. Die snavel is zó sterk, dat hij er het vel van een koe mee stuk kan trekken. Is hij daar eenmaal mee bezig, dan melden zich ook snel de vale gieren. Die hakken met hun snavel het vlees van de botten af. Ze maken daarbij doorlopend ruzie met elkaar om het grootste stuk. De aasgieren zijn als laatste aan de beurt, omdat ze het kleinst zijn. Zij ruimen de restjes van de koe op.

Gieren zijn niet kieskeurig, ze eten alle soorten dieren en afval als ze de kans krijgen. Antilopen, zebra’s, schapen, noem maar op. Aasgieren zijn daarnaast dol op eieren. De manier waarop ze ze te pakken te krijgen is niet erg chic. In Afrika zijn al heel wat broedende pelikanen en flamingo’s slachtoffer geworden van de altijd hongerige gier.

In Nederland werd in 1948 voor het laatst een gier in het wild gezien. Dat komt waarschijnlijk doordat in ons land dode dieren snel worden opgeruimd. Er is te weinig eten voor de gier. Over de hele wereld wordt het aantal gieren steeds minder, doordat mensen steeds netter worden. En doordat er steeds meer mensen komen. De meeste mensen willen niets van gieren weten, maar andersom geldt dat net zo goed.

Nesten

Ze maken hun nesten graag op rotsklippen of in rotsholten. De nesten zijn verstevigd met stukken dierenhuid, schaapswol, takken en beenderen. In tegenstelling tot de andere gieren vervoert de aasgier de materialen met zijn snavel en niet met zijn klauwen. Ze leggen 1 of 2 eieren tussen maart en april. Het broeden wordt door beide ouders uitgevoerd en duurt ca. 42 dagen.

In Aragon heb je veel kans om gieren te zien. De vale gier is er meest verspreid en heeft een spanwijdt van ca. 2,50 m, net wat minder wijd dan de tot voor kort met uitsterven bedreigde lammergier die een spanwijdte heeft van ca. 2,80 m. De kleinste onder alle gieren is de aasgier met een spanwijdte van ca. 1,65 m, die een trekvogel is en hier slechts ’s zomers te zien is. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zijn deze gieren geen roofdieren, wel aaseters.

In groepen gieren zijn deze 3 soorten vaak samen te vinden. De vale gier is steeds in het grootste aantal. Je herkent de vale gier onmiddellijk aan zijn korte staart. Ook als totale reinigingsploeg vullen deze 3 soorten gieren elkaar goed aan.

Hoe wordt een kadaver ontdekt? Hoe gaan ze als team tewerk? 1.- Een kadaver wordt haast onmiddellijk geïdentificeerd door de kraaiachtigen. Hun dansende, aparte vliegbewegingen bij het vinden van een kadaver worden onmiddellijk geobserveerd door de vale gier als sein voor het kadaver. De kraaien eten aanvankelijk niet van het kadaver. 2.- De vale gier doet zich tegoed aan de grootste delen van het kadaver, waaronder de ingewanden. Hij kan hiertoe met zijn lange nek, die vrij van pluimen is, tot diep in het karkas dringen. 3.- De kleinere aasgier wacht zijn beurt geduldig af en is tevreden met de restjes en kan o.a. heel goed het resterend vlees aan de beenderen afschrapen. Nu eten ook de kraaien een beetje mee. 4.- Ten slotte wacht ook de lammergier netjes zijn beurt af en voedt zich bijna uitsluitend met de botten.

De gier is een roofvogel die in ons land bijna niet voorkomt.   Hij wordt ongeveer 1 meter lang van zijn kop tot zijn staart.   Maar als hij zijn vleugels spreidt dan kan dat wel tot 2 en een halve meter zijn.   Daarmee is de gier een van de grootste vogels die er bestaan.   Hij heeft wel een kleine kop, die er een beetje akelig uitziet met in zijn hals een mooie kraag.   Zijn vleugels lijken wel op grote lange vingers.

Hij komt voor in Spanje en Frankrijk, maar wel in de bergen.   Dus als je daar op vakantie gaat, zou je hem wel kunnen zien.  Hij vliegt het liefst in de bergen in kale, droge streken zonder veel bomen.  Daar rust hij uit langs de randen van de rotsen.

De gier is een echte roofvogel.   Hij eet vooral aas.   Dat zijn resten van dode dieren.  Daar kan hij uren aan peuzelen.  Dus eigenlijk is de gier een echte opruimer.  Vanuit de lucht kan hij heel goed de dode dieren zien liggen.  Ze zoeken steeds in groep.  De vogels houden elkaar goed in de gaten.  Als één gier voedsel vindt, vliegt de rest mee naar beneden. Tijdens de maaltijd sissen en grommen de gieren hevig.  Heel af en toe vallen ze een levend dier aan, maar dat gebeurt niet zo vaak.  Het zijn dan meestal jonge of zieke dieren.

Hij legt maar één ei per jaar.  Het ei wordt door beide ouders uitgebroed en het jong blijft tot een half jaar in het nest.  Een koppel gieren blijft heel hun leven bij elkaar.  De nesten liggen minstens twee meter van elkaar en worden door de ouders fel verdedigd.

Het is eigenlijk een vogel die gemakkelijk tam te maken is.  Gevangen kan hij wel 37 jaar oud worden.  Met zijn enorme vleugels kan hij heel ver vliegen.  Vaak zweven ze in de lucht op zoek naar eten op de grond.   Hij zweeft dan op de warme lucht van de zon.