Kiekendieven

Bruine kiekendieven

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kiekendieven

 

Latijnse naam:                   Circus aeruginosus

 

Lengte:                                 43 – 56cm, staart 18 – 20 cm

 

Spanwijdte:                         115 – 130 cm

 

Gewicht:                              mannetje: 540 gr (400 – 670)vrouwtje: 740 gr (540 -800)

 

Max. Leeftijd:                      17 jaar in Nederland in het wild.

 

Aantal paren:                      15 – 20 in Hoeksche Waard Oost 1000-1200 in Nederland

 

Aantal eieren:                     3 – 6, meestal 4 of 5

 

Eileg:                                    eind april – begin mei

 

Leginterval:                         1 – 3 dagen

 

Broed vanaf:                       1e of 2e ei

 

Broedduur:                         31 – 38 dagen

 

Nestjongduur:                    42 – 49 dagen

 

Takkeling stadium:           2 – 3 weken

 

Geslachtsrijp na:               1 jaar, broed pas in 2e of 3e jaar
jongen zijn al uitgevlogen maar worden nog in de buurt van het nest gevoerd door de ouders. Jonge bruine kiekendieven kruipen al na 3 – 4 weken uit het nest en verblijven dan in de onmiddelijke omgeving van het nest.

Bruinekiekendief

Kenmerken

De bruine kiekendief is ongeveer zo groot als een buizerd en daarmee de grootste kiekendief van Europa. De bruine kiek heeft een lager gewicht dan buizerd en heeft daardoor een lichtere, tragere vlucht waarbij de kop vaak naar beneden is gericht. Een volwassen mannetje heeft donkerbuine rug en schouders, grijze vleugels (bovenzijde) met zwarte vleugelpunten, een lange grijze staart en een beigewitte kop met lengte strepen. De onderzijde van het lichaam is donker roestkleurig, de onderzijde van de vleugels is licht met zwarte vleugelpunten. Volwassen vrouwtjes zijn vrijwel geheel donkerbruin behalve de kruin, keel en voorrand van de vleugel: die zijn cremekleurig. Jonge beesten zijn een donkere versie van de vrouwtjes: het bruin is donkerder en ook de lichtere partijen zijn meer geel/bruin in plaats van cremekleurig. Ook worden bij bruine kiekendieven wel eens melanistische exemplaren gezien, dit is een kleurafwijking waardoor ze heel donker zijn.

Gelijkende soorten

De bruine kiekendief zou kunnen worden verward met de zwarte wouw (zeldzaam in Nederland), de wespendief (een zeldzame verschijning in de Hoeksche Waard) en de buizerd. De buizerd en de bruine kiekendief kunnen het beste uit elkaar worden gehouden door de tekening op de ondervleugels en met enige oefening ook door het gehele vleigbeeld.

Veren

Boven: armpen van een vrouwtje (bruin), onder: handpen mannetje (zwarte punt). Het rode balkje rechtsboven op de foto is 10 cm lang.

Verspreiding

Van noordwest-Afrika tot en met zuidelijk Scandinavië en dan oostwaarts tot en met Japan. Ze overwinteren zuidelijker, dus b.v. West-Afrika en India.

Habitat en leefwijze

Bruine kieken jagen in open terrein maar broeden hier vooral in riet- en ruigtevelden en langs kreken. Hun jachtvluchten strekken zich over honderden hectaren uit (3-15Km2) tot soms wel 8km van het nest, meestal boven agrarisch cultuurland. Ze jagen met een langzame schommellende vlucht langs sloten en ruigteranden. Ook pas gemaaide of geoogste percelen zijn erg in trek omdat de muizen daar minder schuilmogelijkheden hebben. Zodra ze een mogelijke prooi zien laten ze zich, soms met een sierlijke draai, ineens vallen en verdwijnen dan vaak uit het zicht. De prooien worden meestal op de grond maar ook wel eens in het water of in de vlucht gepakt. Hun lange poten komen goed van pas bij de jacht in de halfhoge vegetatie. Bruine kiekendieven zijn niet erg territoriaal. Een klein gebied rondom het nest wordt tegen soortgenoten verdedigd, maar hun jachtgebieden kunnen voor grote delen overlappen.

Voedsel

Vogels (zoals fazanten, eenden, meerkoeten) en kleine zoogdieren zoals muizen, ratten en (meestal jonge) konijnen en hazen. Soms ook vissen (meestal dode) en amfibieen.

Broedgedrag

Broedt meestal in rietvelden (soms al in minder dan 1 hectare) maar ook in granen e.d. liefst op natte plekken. Ze arriveren vanaf eind maart, mannetjes vaak wat eerder. Al snel begint het mannetje met zijn baltsvluchten. De balts van het mannetje bruine kiekendief is een prachtig staaltje lucht-acrobatiek: geholpen door de thermiek schroeft hij omhoog om zich dan al dwarrelend, tuimelend, om zijn as draaiend en koprolmakend naar beneden te duiken. Op het laagste punt zwiept de vogel weer omhoog om het ritueel weer te herhalen. Tijdens de baltsvlucht wordt voortdur