Aquarium

INRICHTING EN OPSTELLING VAN HET AQUARIUM

Afmetingen

Hoe groter het aquarium, hoe eenvoudiger het wordt een goed biologisch evenwicht te behouden.  Een biologisch evenwicht bereiken gaat evenwel vlugger in een klein aquarium.  Algemeen kunnen we als vuistregel stellen dat een aanvaardbare bezettingsgraad in het aquarium overeenkomt met 1 cm vis per 3 liter water.  Dit mag echter niet als 100% sluitend aanvaard worden.  Deze bevolkingsdichtheid hangt immers af van verschillende factoren (vissoort, territoriaal gedrag, filtersysteem,…).  Bij soorten met een hoog lichaam zoals de discus (Symphysodon discus) en de maanvis (Pterophillum scalare) moet men de lengte verdubbelen.  Zo heeft één volwassen discus minimum 75 liter water nodig en moet de minimum hoogte van dit aquarium 50 cm bedragen.

Vorm

Wat de vorm van het aquarium betreft, moet men er vooral op letten dat er geen dode zones ontstaan met stilstaand water.  Dit water zal immers niet gefilterd worden zodat met een opstapeling van (giftige) afvalstoffen kan krijgen.  Verder is het belangrijk dat het wateroppervlak zo groot mogelijk is om een voldoende zuurstofvoorziening te garanderen.  In aquaria met een te klein wateroppervlak in verhouding tot de totale inhoud (vb. een bokaal) zien we vaak dat de vissen vlak onder de waterspiegel hangen.  dit is immers de plaats waar het zuurstofgehalte het hoogst is.  In dit geval biedt het plaatsen van een zuurstofpompje een goede oplossing.

Plaats in de kamer

Een eerder donkere standplaats is aangewezen omdat directe lichtinval leidt tot algenvorming.  Aquaria mogen nooit in de buurt van deuren, ramen of centrale verwarming staan.  Het dichtslaan van deuren veroorzaakt stress bij de vissen en de kou van buiten of de verwarming brengen ongunstige temperatuurschommelingen met zich mee.  Een aquarium moet waterpas horizontaal staan.  Om de druk gelijkmatiger te verdelen legt men best een laagje piepschuim tussen het aquarium en het onderstel.

Vissoorten

Bij het bevolken van het aquarium moet men letten op de spreiding van de vissoorten over de verschillende waterlagen.  Een meerval leeft voornamelijk in de onderste zone van het aquarium, terwijl de levendbarende aquariumvissen meer in de middelste en bovenste lagen vertoeven.  Om problemen te vermijden is het belangrijk dat we vooraf informeren welke soorten vissen men samen kan houden en welke niet.  Een neontetra (Paracheidon innesi) en een maanvis (Pterophillum scalare) passen bijvoorbeeld niet in één aquarium aangezien deze kleine neontetra’s vaak als voedsel aanzien worden door de grote maanvissen.  Een sumatraan (Barbus tetrazona) en een maanvis houdt men ook best niet samen, aangezien de sumatraan graag aan de lange vinnen van de maanvis plukt.  Ook moet men rekening houden met het sociale gedrag binnen één bepaalde vissoort.  Zo moet men volwassen vuurstaarten (Epalzeorhynchus bicolor) solitair houden aangezien ze zeer agressief kunnen zijn onder elkaar.  Daartegenover staan scholenvissen die, indien ze alleen gehouden worden, voortdurend onderhevig zijn aan stress.  Verder combineert men bij voorkeur vissoorten die dezelfde eisen stellen wat betreft de waterkwaliteit.  Een belangrijke reden waarom onze aquariumvissen vaak hun normale leeftijdsgrens (gemiddeld 10 jaar) niet bereiken is te verklaren door het feit dat ze al te vaak terecht komen in water met parameters die sterk afwijken van hun natuurlijke omgeving.

Planten:

Dieca heeft een groot aan bod aan aquarium planten bovendien is de kwaliteit heel goed, door de grote omloop snelheid worden er elke week verse planten aangeleverd. In onze planten showbak hebben we plaats voor lage, midden en hoge planten in verschillende kleuren groen en rood allen voorzien van een potje. Sinds kort verkopen we ook planten die al bevestigd zijn zijn op kienhout en op lavarots,en dat voor een mooie prijs.

Beplanting

Het al dan niet beplanten van het aquarium hangt af van de aanwezige vissen.  Discussen (Symphysodon discus) hoeven niet echt in een beplant aquarium te zwemmen aangezien ze van een plantenloos biotoop afkomstig zijn.  De levendbarende vissen daarentegen voelen zich beter in een sterk beplant aquarium.  Planten zijn steeds nuttig daar zij zorgen voor een goede     O2 – CO2 uitwisseling en in concurrentie gaan met algen dankzij hun nitraatopname.

Kunstmatige belichting

Kunstmatige belichting is vereist in een aquarium aangezien men met enkel zon als lichtbron steeds last krijgt van algen.  Bovendien wordt het op deze manier te warm in de zomer.  De belichtingsduur van een aquarium moet tussen de 10 en de 12 uur per dag liggen.  Dit kan men af en toe laten variëren om de natuurlijke seizoensomstandigheden na te bootsen.  Afhankelijk van de lichtbehoefte van de planten moet een aquarium verlicht worden met 0,3 tot 0,8 Watt per liter.          Te weinig licht belemmert de groei van de planten, waardoor de zuurstofproductie daalt.  Te felle verlichting veroorzaakt een sneller verbruik van CO2 door de planten, waardoor de pH-waarde gevaarlijk sterk kan stijgen.  Bovendien veroorzaakt een te felle belichting vaak stress bij tal van vissoorten.  Fluorescentiebuizen zijn het meest geschikt als belichtingsbron vanwege hun laag stroomverbruik, geringe warmteontwikkeling, gelijkmatige belichting, lange levensduur  en een goed kleurenspectrum.  Gloeilampen worden sterk afgeraden omwille van hun hoog stroomverbruik, korte levensduur, sterke warmteafgifte en ongelijkmatige belichting.

Aquariumverwarming

Aquariumverwarming gebeurt meestal met behulp van dompelelementen.  Deze geven zeer geconcentreerd warmte af en men mag ze bijgevolg nooit in de bodem steken.  Bij elke waterverversing zet men het verwarmingselement uit, aangezien het zo snel kan verhitten buiten het water dat het kan springen.  Belangrijk is dat men geen onnodig krachtige verwarmings- elementen koopt.  Ook met een defecte thermostaat mag het nooit warmer worden dan 30°C.  Als richtlijn kan men stellen dat 1,2 liter water 1 Watt vereist.  Dompelelementen of staafverwarmers met thermostaat moet men steeds zo horizontaal mogelijk plaatsen om gespreide warmteafgifte te garanderen.  Naast de dompelelementen kan men het aquarium ook nog verwarmen door middel van bodemverwarming.  Dit gebeurt via verwarmingsmatten of verwarmingskabels en heeft als voordeel dat er een gelijke temperatuur in het water en de bodem is, hetgeen de plantengroei bevordert.  Het nadeel van deze methode is dat veel warmteproductie de plantenwortels kan verbranden.  Een derde manier van verwarmen kan men bekomen door gebruik te maken van de thermofilter.  Hierbij zit het verwarmingselement in de filter ingebouwd en zodoende wordt het water zeer gelijkmatig verwarmd.

Het uitzetten van de vissen

Om de vissen op de juiste manier los te laten, legt men de zak met de gekochte vissen eerst een tiental minuten op het wateroppervlak om de watertemperatuur gelijk te stellen.  Hierbij kan een gaatje geknipt worden bovenaan de zak om te zorgen voor een goede aëratie tijdens deze fase.  Vervolgens voegt men er stapsgewijs ongeveer een drievoudige hoeveelheid aquariumwater aan toe.  Tenslotte kan men de vissen met een netje vangen en in het aquarium loslaten.  Het transportwater mag in geen geval aan het aquarium toegevoegd worden, aangezien dit immers vaak een hoog ammoniakgehalte en een laag zuurstofgehalte bevat

Waarom gebruiken wij aquarium pompen en filters

Een filter is een onmisbaar onderdeel van het aquarium.

Een goed filter zorgt ten eerste voor dat al het vuil word afgevangen uit u water, en daarbij zorgt dat zelde filter voor de omzetting van schadelijke stoffen naar bruikbare stoffen.

er zijn eigenlijk 2 soorten filters, interne en externe filters.

Ten eerste is er een verschil tussen externe en interne filters. Zoals het woord extern al laat blijken staat de filter BUITEN het aquarium. Meestal wordt deze geplaatst onder het aquarium of ergens op een plaats waar men gemakkelijk bij kan.

Voordeel:

Dit type van filter is gemakkelijk schoon te maken. De meerderheid van deze filters is gemaakt met kliksystemen die toelaten de verschillende onderdelen gemakkelijk uit elkaar te halen en schoon te maken.

Het nakijken van eventuele gebreken kan gebeuren zonder de vissen al te fel te storen.

Nadeel:

Een nadeel kan zijn dat wanneer er zich een fout of gebrek voordoet dat het kan zijn dat de filter water laat wegsijpelen en zo voor waterschade kan zorgen.

De installatie kan soms voor wat problemen zorgen.

Soms kan het werken van het pompje een onaangenaam geluid produceren. Bij de betere filters is dit niet zo zeer meer het geval, maar men dient er wel rekening mee te houden.

De interne filter is een filter die wanneer goed opgebouwd, bestaat uit 3 compartimenten of anders gezegd 3 verschillende vakken. 1 vak waar de pomp in zit, 2de vak waar het filter materiaal in past (dit is meestal het biologische filtermateriaal) en het 3 de vak dat onderdak kan bieden aan ofwel wat mechanisch filtermateriaal ofwel kan men hier het verwarmingselement in plaatsen.

Voordeel:

Bij lekkage is er geen schade mogelijk buiten het aquarium, dus geen waterschade.

Het lawaai dat soms geproduceerd wordt door de motor van het pompje is minder omdat deze meestal onderwater zit. Getril tegen de wand kan wel , maar dit is gemakkelijk op te vangen door het pompje wat van de wand weg te duwen.

De 3 vakken hebben een groter capaciteit om meer filter materiaal in te steken.

Nadeel:

Het schoonmaken is misschien iets minder gemakkelijker.

Deze filter neemt een deel van het aquarium in.

Vooreerst zijn er de mechanische filters. Deze hebben tot hoofdtaak het aquarium vrij te houden van zweefvuil,Er zijn verschillende materialen die men kan gebruiken om een mechanische filter op te vullen (bv sponzen, watten, hydrobollen, enz…) In de aquariumwinkel vind je er een ruime keuze van verschillende merken.

Daarnaast hebben we ook nog de biologische filters, die naar mijn mening belangrijker zijn dan de mechanische. De vraag is nu waarom. Wel , een biologische filter kan bestaan uit, koolstof, turf, zeoliet, deneliet, lavakiezel, … In elk van deze onderdelen of beter gezegd substraten huizen bacteriën. Deze bacteriën hechten zich vast op ruwe oppervlakten en zorgen ervoor dat het water ontgift wordt. De ontgifting gebeurt wanneer het water door elk van deze materialen gestuwd wordt. Deze functie is dus ZEER belangrijk!! Wat nog een belangrijk punt is bij het ontgiften van het aquariumwater is dat de bacteriën hiervoor zuurstof nodig hebben. Hieruit kunnen we dan afleiden dat wanneer de filter uitvalt of kapot is en dus geen vers water over de filtersubstraten kan doen lopen,dit ook schade aanbrengt aan de bacteriën die in die filtersubstraten huisvesten.

Wie de keuze heeft tussen een mechanische filter, biologische filter of een mix van beide moet absoluut kiezen voor het laatste. Het mechanische gedeelte is nuttig voor de in punt 1 aangehaalde functie (zweefvuil tegenhouden). De biologische filter zorgt voor een optimale afbraak van het vervuilde water.  

Doorstroomsnelheid m.a.w. de capaciteit van de filter

Nu we ongeveer weten wat soort van filter we moeten nemen kan hier misschien nog een klein punt aan worden toegevoegd. Namelijk het model van het filter. Er zijn namelijk filters met een grote doorstroomsnelheid en filters met een kleine doorstroomsnelheid. Het is natuurlijk niet moeilijk om af te leiden dat kleinere aquaria een filter met een kleine doorstroomsnelheid nodig hebben en dat grote aquaria een filter nodig hebben met een veel grotere doorstroomsnelheid. De optimale doorstroomsnelheid is wanneer het volledige volume van het aquarium 1 X de filter is gepasseerd op een tijdspanne van 1 uur. Heb je een aquarium met een inhoud van 240 L dan moet je een filter hebben die 240 L per uur kan filteren.

Ingebruikname van de filter of inlooptijd

Wanneer je je aquarium installeert en je filter voor de eerste keer laat draaien is het natuurlijk onmogelijk om onmiddellijk een bacteriecultuur te bezitten. Meestal duurt het een maand voor er zich een bacterie cultuur in de filter bevindt. Vandaar dat een aquarium altijd enkel weken moet inlopen met weinig vissen erin. In het begin is in elk aquarium het ammoniak en daarna  het nitrietgehalte veel te hoog, wanneer het nitriet zachtjes begint om te zetten in nitraat kan men stellen dat er zich een bacteriecultuur aan het vestigen is. Je kan dit proces op gang brengen door het aquariumwater te voorzien van bacteriën.

Hoe onderhoud u het filter?

Veel hangt hier ook af van het soort type aquarium dat je bezit. Heb je een dicht beplant aquarium dan is beter je filter niet te vaak schoonte maken. Een filter zuivert het aquariumwater niet alleen van schadelijke stoffen maar ook van voedingstoffen die de planten uit het water halen. Wanneer je dan een aquarium hebt met weinig beplanting maar wel met veel vissen dan is het best je filter meerdere keren per jaar schoon te maken.

Wanneer je een filter hebt met verschillende compartimenten moet men er op toe zien nooit de verschillende compartimenten te gelijk te vervangen of schoon te maken. Dit  leid tot een enorme schade in de bacterie cultuur. Het verversen van het aquariumwater en het vervangen van een filter kan beter ook op verschillende tijdstippen gebeuren.  

Bodems:

Dieca heeft 2 soorten voeding bodems voor het aquarium die noodzakelijk zijn voor een goede planten groei namelijk, de kunstmest bodem en de ouderwetse mest bodem beide zijn ruim op voorraad. Grind bodems hebben we in allerlei natuurlijke kleuren en maten, vooral de kleine korrel caviar is gelieft bij onze klanten, natuurlijk verkopen wij ook zand in 8 en 20 kg zakken.

let op:

Geef je filter de tijd om zijn bacteriecultuur aan te maken. Versnellen kan maar dan nog duurt het even vooraleer alles in orde is. Vervang NOOIT het volledige filtermateriaal in één keer. Ook aquariumwater vervangen en de filter uitkuisen kan men beter op andere tijdstippen doen.