PORSELEINHOEN

PORSELEINHOEN

https://nl.wikipedia.org/wiki/Porseleinhoen

Verspreiding : Europa en West-Azie. Veldkenmerken : Zo groot ongeveer als een spreeuw; een donkerbruin ralletje met vele witte stippels op de bovenzijde en borst, met overlangse witte rugstrepen, wat zwarte flankstrepen en een kenmerkende roomkleurige onderstaart (vaak opgewipt) die donker is bij het klein en kleinst waterhoen. Geelgroen snaveltje met rode basis, olijfgroene poten. Leeft verborgen. Roep : ‘wiet-wiet’, steeds herhaald, na zonsondergang; ook ‘triktrak’, verder ‘kjurk’ (lokroep ouders). Biotoop : In de eerste plaats vrij ondiepe overstroomde biezeweiden of moerassen met eerder dunne begroeiing en ondiep water. Zelden in dicht-gesloten rietland. Tijdens de trek ook in vochtige terreintjes van geringe oppervlakte,langs rietstroken, enz. Eet vooral dierlijk voedsel, ook plantaardige kost. Voortplanting : Vanaf begin april. Verplaatsingen : Trekvogel die tot in Tropisch Centraal- en Oostelijk Afrika overwintert.

De porseleinhoenders zijn een familie vogels die tot de rallen behoren.  Het zijn kleine bruine vogels met een grijze buik en witte stippen en strepen op hun verenkleed.  De poten zijn groenachtig.  Ze leven tussen de dichte struiken van moerassen en meren.  Daar lusten ze vooral insecten, wormen en slakken, maar ook plantjes en zaden.  Zolang ze maar niet te ver buiten hun struiken moeten stappen voelen ze zich veilig.

Bij ons zijn de porseleinhoenders flink verminderd omdat er minder en minder plassen en meertjes te vinden zijn.  Stilaan komen de groepen vogels terug op gang.  Maar toch staan ze nog op de rode lijst.  Verder komen ze voor in Europa en Azië.

 

Kenmerken

Het porseleinhoen leeft tussen de dichte begroeiing van onder meer moerassen, meren, uiterwaarden en andere vochtige gebieden. Het voedsel bestaat uit insecten, wormen en slakken, maar ook planten en zaden worden gegeten, zolang de vogel de veiligheid van de begroeiing maar niet hoeft te verlaten. Het porseleinhoen lijkt op de waterral, maar heeft een kortere snavel.

Biotoop

Het Porseleinhoen prefereert natte en moerassige terreinen, zoals hoogvenen, natte graslanden, zoetwatermoerassen, geïnundeerde uiterwaarden en verlandingszones van kleiputten, met langdurig plas-dras staande gras-, russen- of zeggenvegetatie in liefst open landschap met ondiep, voedselrijk water. De soort broedt ook wel in rietmoerassen en dichtbegroeide oevers van grachten en sloten. Het broedvoorkomen in Nederland beperkt zich grotendeels tot de laag- en hoogveenmoerassen, het rivierengebied en het IJsselmeergebied. Het voedsel bestaat grotendeels uit insecten en weekdieren, die worden gevangen in de slikranden.

Telbijzonderheden

Inventarisatie

Eind april tm begin augustus, vooral half mei-half juli. Ochtend- en avondschemer, soms (zwoele nachten, motregen, weinig wind) ’s nachts. Methode Roepende mannetjes (‘zweepslag’) karteren, overige waarnemingen eveneens noteren. Afdraaien geluid m.b.v. recorder kan roepactiviteit stimuleren, maar effect is onvoorspelbaar. Interpretatie Eén territoriumindicatieve waarneming tussen 1 mei-15 juli. Bij hoge dichtheden uitgaan van maximaal aantal (gelijktijdig) roepende mannetjes. Eventuele overige waarnemingen zoveel mogelijk inpassen (fusie-afstand 300 m). Bijzonderheden Voorjaarsinundaties (ook laat in mei-juli langs de Grote Rivieren) kunnen leiden tot invasie-achtig optreden, met plaatselijk hoge dichtheden. Systematisch afwerken van grote oppervlakten kan dan spectaculaire aantallen opleveren. Bij snel zakkend water kunnen territoria weer verlaten worden. Fluctuaties in verschillende delen van het land (en verschillende habitats?) lopen vaak niet synchroon. Gebruik recorder niet te lang i.v.m. verstoring en bedenk dat vogels op geluidsnabootsing af kunnen komen en de waarnemer kunnen volgen. Geluid van roepende vogel kan door draaien met kop, weerkaatsing tegen dijken enz. van meer exemplaren afkomstig lijken te zijn. Verschillende waarneempunten zijn nodig om een deelgebied goed te kunnen tellen (kruispeiling).

Bijzonderheden

Porseleinhoenders moeten in de loop van de eeuw flink in aantal zijn afgenomen door de grootscheepse ontginning en verdroging van vochtige veengebieden en andere moerassige gronden. Het huidige aantal broedparen wisselt sterk van jaar tot jaar, deels als gevolg van waterpeilschommelingen. Een voorzichtige schatting komt uit op 150-300 paar. Belangrijke broedgebieden zijn de uiterwaarden langs de grote rivieren, de Oostvaardersplassen en moerasgebieden in Noord-Holland, Overijssel en Friesland. Ook elders kan de soort echter plots opduiken.

Bescherming

De belangrijkste actie die voor het porseleinhoen ondernomen kan worden is het tegengaan van de verdroging van veel potentiële leefgebieden. Verder kan een zo natuurlijk mogelijk beheer van uiterwaarden een positieve rol spelen. Porseleinhoenders hebben een flinke overgangszone tussen dicht riet en open water nodig. Beheerders van moerasgebieden kunnen met deze wetenschap hun voordeel doen. In natte voorjaren vestigen porseleinhoenders zich soms op ondergelopen graslanden en ander tijdelijk geschikt biotoop. Vogelaars die de soort vaststellen, kunnen de terreineigenaar attent maken op de aanwezigheid van de soort, en de noodzakelijke rust bepleiten. Tot slot biedt de uitvoering van natuur-herstelwerkzaamheden, zoals die in het Natuurbeleidsplan staan, een serieuze kans op een herstel van de soort.

Porseleinhoenm

soorten porseleinhoenders :

  • witkeelporseleinhoen
  • henderson-eilandporseleinhoen
  • tweekleurig porseleinhoen
  • sora-ral
  • wenkbrauwral
  • geelbuikporseleinhoen
  • Australisch porseleinhoen
  • bontbekral
  • porseleinhoen
  • bruin porseleinhoen
  • dunfords dwergral
  • Pacifisch porseleinhoen
  • Afrikaanse porseleinhoen
  • zwart porseleinhoen