Waterhoen-kleinst waterhoen

Waterhoen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Waterhoen

Waterhoenm

Het waterhoen is een vogel die familie is van de rallen.  De vogeltjes maken hun nest tussen het riet, maar ook soms tussen de struiken of bomen.  Met allerlei restjes van dode takken bouwen ze een plat nest dicht bij het water.  Ze zijn donker met een rode snavel met een gele punt.  Op hun voorhoofd hebben ze een soort schild.  Ze doen denken aan meerkoeten maar hebben geen zwemvliezen tussen hun tenen.

Je ziet ze vaak op zoek gaan naar eten aan de waterkant.  Ook bij ons komen ze dikwijls voor en wel het hele jaar door.

Kenmerken

Het waterhoen is een onopvallende, maar toch goed herkenbare vogel die eigenlijk alleen met de meerkoet verward kan worden. De snavel en de voorhoofdsplaat van de waterhoen zijn echter rood in plaats van wit van kleur. Ook loopt bij het waterhoen een onderbroken, witte streep over de flanken en heeft de vogel witte veren onder staart.

Biotoop

Het waterhoen is een algemene broedvogel van meren, plassen, rivieren, vijvers en sloten met een dichte oevervegetatie, hierbij hebben ze een lichte voorkeur voor voedselrijke wateren. Het waterhoen is een schuwe vogel die zich vooral ophoudt in dichte oevervegetaties. Hierin maken ze ook hun komvormig nest van waterplanten. De lange tenen zorgen er voor dat ze niet wegzakken in de modderige oevers.

Bijzonderheden

Het waterhoen is een algemene broedvogel in Nederland. Opvallend is zijn rode snavel met gele punt. Tijdens het zwemmen of lopen is zijn staart omhoog gericht. De witte onderstaartdekveren zijn dan goed zichtbaar. Jonge waterhoentjes (het zijn echte punkers om te zien), volgen deze witte signaalveren. Het waterhoen broedt in alle vochtige biotopen, als kleine sloten en vijvers, ook in dorpen en steden. Met hun typische moerasvogelpoten kunnen ze over drijvende watervegetatie lopen zonder al te diep weg te zakken. Waterhoentjes zoeken elkaar in de wintermaanden op in de buurt van grote vijvers en sloten. Hier moet ze wel voldoende voedsel en dekking kunnen vinden. Het aantal waterhoentjes in Nederland is min of meer constant, maar de totale populatie toont duidelijke fluctuaties als gevolg van strenge winters. De Nederlandse populatie bedraagt ongeveer 40.000 tot 55.000 paren.

Bescherming

Kwaliteitsverbetering van de natuurlijke habitat van waterhoentjes is natuurlijk altijd gunstig. Niet alleen waterhoentjes profiteren ervan, ook een groot aantal (sterk) bedreigde vogelsoorten heeft zeer veel belang bij een goed beheer van de Nederlandse moerasgebieden.

Migratie

In het West paleartisch gebied is de Waterhoen een standvogel of vertoont verspreiding, in alle andere gebieden gedeeltelijk migrant. Hoe verder Noordelijk of oostelijk, hoe verder de trek. In Rusland en Finland een zomergast, in Scandinavie, Noord Duitsland en Polen slechts weinig voorkomend gedurende de winter. De Noord Europese exemplaren trekken naar Iberie, italie, de Balkanlanden en en Noord Afrika. Herfst bewegingen meestal Zuidwestelijk vanuit Noorden en Zuidoostelijk vanuit Centraal Europa. Zuidelijk trek vooral in spetember tot december, de juvenielen verspreiden zich vanaf juli. De terugkeer begint in maart tot mei. Britse en franse populatie is standvogel, echter beide landen worden in de winter door trekvogels bezocht vanuit Noordwest Europa. Paleartische exemplaren van onbekende lokatie (nov-maa) in Sub Sahara gebied, Senegal, Gambia, Mali, N Nigerie, C Chaad and N Soedan. De wintergebieden van de Russische en Nabije Oosten populatie is onbekend. Trek door Azerbaijan in Mar-Apr en Okt-Nov. De veelvuldige bezetting van geschikt habitat suggereert effectieve zoekstrategie door vlieggedrag, meestal s’nachts en laag. In Nederland broedvogel, wintergast en doortrekker.

soorten waterhoenders :

gewone waterhoen bruin waterhoen

Sulawesi-waterhoen

roodstaatwaterhoen

olijfbruin waterhoen

oliviers waterhoen

witborstwaterhoen

Afrikaans waterhoen

goughwaterhoen

zwartkopwaterhoen

san-cristobalwaterhoen

zwart waterhoen

klein waterhoen

Tasmaans waterhoen

Australisch waterhoen

kleinst waterhoen

 

 

kleinst waterhoen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kleinst_waterhoen

KleinWaterhoenm

Kenmerken

Hoewel het kleinst waterhoen de kleinste Nederlandse ral is, kan de vogel op grootte nauwelijks onderscheiden worden van het nauw verwante klein waterhoen. Beide vogels leiden een verscholen leven in het riet, waarbij het kleinst waterhoen over het algemeen de voorkeur geeft aan minder diep water. Het kleinst waterhoen is te herkennen aan de contrastrijke rugtekening en de geelgroene snavel waarin het rood aan de basis ontbreekt. De roep van het mannetje is een korte, maar schelle triller, dat al op grote afstand hoorbaar is.

Biotoop

Uitgestrekte natte moerasvegetaties bestaande uit zegge- en russensoorten, bij een waterdiepte die niet meer dan 30 cm. bedraagt. Oevers van meren en rivieren, soms bij vennen. Belangrijk is een brede gordel van geschikte plantengroei.

Telbijzonderheden

Inventarisatie Mei tm juli. Ochtend- en avondschemer en ’s nachts. Methode Roepende mannetjes karteren evenals overige waarnemingen. Afdraaien geluid op recorder kan roepactiviteit stimuleren. Interpretatie Eén territoriumindicatieve waarneming tussen 10 mei-31 juli. Fusie-afstand 300 m. Bijzonderheden Uitvoerige documentatie nodig gezien zeldzaamheid en foutieve determinaties in verleden. Omschrijf waarnemingen per datum inclusief hoogste broedcode. Geluiden in sommige gidsen en op sommige oudere geluidsdragers zijn niet correct. Waarnemingen worden beoordeeld door CDNA. Ter plaatse gemaakte geluidsopname vormt beste documentatie.

Bijzonderheden

Er zijn aanwijzingen bij het kleinst waterhoen dat de soort in het verleden een regelmatige en mogelijk jaarlijkse broedvogel was. Sinds 1963 zijn er tenminste 18 bevestigde broedgevallen bekend. Helaas zijn er sinds begin jaren zeventig geen zekere broedgevallen meer gemeld.

Migratie

De migratie distributie van het Klein Waterhoen zijn niet goed bekend. De verborgen levensstijl van het Klein Waterhoen maakt het moeilijk d vogel te inventariseren. De west paleartictische broedvogels overwinteren waarschijnlijk in het Mediterrrane gebied., Afrika, Arabie en ook in Iran en Irak. Overwintert soms in Centraal Europa. De migranten worden in Senegal, Nigeria en Soedan aangetroffen. DE terugkeer begint in Noord Afrika in maart-mei en soms later. De mediterrane overwinteraars trekken terug naar de broedgebieden in februari-mei. In warme winters kan de soort in de broedgebieden overwinteren, hier is echter weinig over bekend. Het Klein waterhoen trekt normaal gesproken individueel, groepen worden slechts zelden waargenomen. Dot kan echter het gevolg zijn van de geheimzinnige levenstijl van deze wonderlijke vogel. De Nederlandse exemplaren overwinteren hoogstwaarschijnlijk in het Mediterrane gebied.