De fazant

De fazant

https://nl.wikipedia.org/wiki/Fazant

Veel soorten Fazant

vogelsoorten herkennen 

De fazant is een vogel die bij ons vaak voorkomt.  Je kan hem thuis makkelijk kweken zoals kippen.    Onze kip is eigenlijk verre familie van de fazant.    Ze leggen bruine eieren en komen uit na ongeveer 24 dagen.  De kuikens kunnen na een week al enkele meters ver vliegen.    Hij wordt over de hele wereld sterk bejaagd.   Ze worden soms op voorhand door de jagers uitgezet zodat ze met veel plezier op hen kunnen jagen.   Eigenlijk is dat nu verboden, maar je ziet het sommige jagers nog doen.

fazant

Tussen het vrouwtje en het mannetje zijn grote verschillen in het vederkleed.   Het mannetje is zo groot als een kip en heeft een lange puntige staart.  Hij heeft ook een donkergroen, glanzende kop en hals en een rode huid rondom de ogen.  Verder heeft hij een mooie tekening op zijn veren.  Het vrouwtje is bruin en een beetje zwartgevlekt.   Dat noemen we een schutkleur.  Hun staart is ook een pak korter dan het mannetje.  De mannetjes noemen we fazanthanen en de vrouwtjes fazanthennen.

De hanen maken tijdens de broedperiode een geluid dat heel schel klinkt alsof hij verkouden is.  Zij laten ook het broeden en de zorg voor de jongen volledig aan de hennen over.  In juni begint de rui van hun veren.  Oude veren maken dan plaats voor nieuwe en mooiere veren.

Ze eten zaden, graan, vruchten, wormen, vele insecten en andere kleine dieren.  Als ze vliegen halen ze tot 60 kilometer per uur.  Dat is vrij snel hoor.  Ze kunnen zich ook prima tussen het lage gras verstoppen.  De jagers roepen tijdens de jacht “poele, poele” of “kok, kok”.   Ze verwittigen eigenlijk de andere jagers dat er een fazantenhaan en fazantenhen in de buurt zit.   Het gaat hier gewoon om de Franse woorden voor kip en haan.   Meestal worden de hennen met rust gelaten omdat zij voor de kleintjes moeten zorgen.

De vogel woont het liefst op akkers en weiden in de buurt van water en plassen.  Je vindt hem tussen struiken en heggen.  Het is meer een loopvogel dan een vlieger.  Enkel als hij opgejaagd wordt, dan gaat hij vliegen.  Wilde katten en vossen zijn hun grootste vijand.  En natuurlijk ook de jagers.  Kraaien halen dan weer hun nest leeg om de eieren te roven.

Wist je dat als een fazantennest in gevaar is, de hen doet alsof ze gewond is.  Zo probeert ze haar vijand te foppen.  De jongen kunnen dan stilletjes uit het nest ontsnappen en zich in de buurt verstoppen.  Ze blijven daar doodstil staan en door hun kleur zijn ze moeilijk te zien.   De hen loopt dan de andere kant uit en sleept met één vleugel op de grond.   Ze doet dit ook als de eieren nog niet uitgekomen zijn.

Fazanten om te houden:

Inleiding

De verschillende soorten van de Hoenderachtigen(Galliformes) komen voor op alle continenten en in uiteenlopende klimaat zones, o.a. berggebieden, regenwoud, woestijn en gematigde gebieden. Binnen de uitgebreide Familie Fazantachtigen (Phasianidae) zijn er veel soorten die in afgeschermd milieu worden gehouden.

Huisvesting

Wanneer het gaat om de huisvesting van fazanten, dan kunnen de soorten verdeeld worden in winterharde en niet winterharde soorten. De winterharde soorten kunnen zonder binnenverblijf in de buitenlucht gehuisvest worden, weliswaar met enige bescherming tegen weersinvloeden. Deze soorten behoeven derhalve geen kunstmatige verwarming en verlichting. De niet winterharde soorten dienen gehouden te worden in een vorstvrij, voldoende geventileerd binnenverblijf met een aansluitende uitloop naar buiten. Deze fazanten dienen bij vorst in het (verwarmde) binnenverblijf te blijven, bij een temperatuur liefst niet onder de 5 graden C. Het is aan te bevelen om in de winter, wanneer het s’nachts kan vriezen, in het binnenverblijf verlichting te laten branden totdat het buiten volledig donker is. Hiermee wordt bereikt dat de vogels, voordat het buiten donker is, vanzelf naar binnen gaan en s’nachts niet in het buitenverblijf door onverwachte nachtvorst worden verrast. In de winter worden zitstokken in het buitenverblijf afgeraden. Bij vorst overdag dient de toegang tot de buitenloop te worden afgesloten. Bij de soortbeschrijvingen staat vermeld of deze soort winterhard of niet winterhard is.

 

Afmetingen van de verblijven

De afmetingen van de vogelverblijven dienen aangepast te zijn aan de te houden soort of soorten en aantallen vogels. In het algemeen geldt b.v. bij de winterharde Kraagfazanten dat voor één fazantenhaan met één of twee fazantenhennen de afmetingen bij voorkeur minimaal 4m lang en 2m breed zijn. Bij deze winterharde soorten is de maat die aangegeven wordt, inclusief de overdekte schuilgelegenheid. Bij de soortbeschrijvingen van de niet winterharde soorten wordt de maat van het binnenverblijf en het buitenverblijf apart vermeld. De hoogte van de verblijven dient ten minste 180 cm te zijn. Dit niet alleen om de vogels voldoende vliegruimte te geven, maar ook om het reinigen van het verblijf goed mogelijk te maken.

Constructie van de verblijven.

De constructie dient zodanig te zijn dat ontsnapping van de vogels uitgesloten is en het binnendringen van ongewenste gasten en ongedierte tot een minimum wordt beperkt. Buitenvolières kunnen worden gemaakt van duurzaam geproduceerd, weerbestendig hout. Deze houten constructie kan het beste op stenen muurtjes worden geplaatst hetgeen de levensduur van de constructie aanzienlijk verlengt en het binnendringen van ongedierte zo veel mogelijk tegen gaat. Het houten raamwerk, ook het dak, wordt bespannen met gaas of duurzame vogelnetten, met een maaswijdte van b.v. 20mm bij 20mm. Ook kan een metalen framewerk met netten gebruikt worden. De bodem in de buitenverblijven dient goed gedraineerd te zijn en bij voorkeur te bestaan uit een natuurlijke, zanderige grondsoort. Wanneer Hoenderachtigen in veel grotere buitenverblijven worden gehouden dan kunnen ook andere bodembedekkingen worden toegepast, zoals gras en/of houtsnippers.

Schuilgelegenheid

De schuilgelegenheid voor de winterharde soorten moet bestaan uit een afdak van lichtdoorlatende platen. In deze schuilgelegenheid worden op een hoogte van minimaal 120 cm. zitstokken aangebracht. De lichtdoorlatende platen zorgen ervoor dat het ‘s-avonds niet te snel donker in de schuilgelegenheid wordt, waardoor de fazanten de zitstokken altijd goed kunnen vinden. Om de fazanten tegen harde wind te beschermen worden drie zijkanten van het afdak gesloten. De voeder en watervoorziening worden mede om besmetting van buitenaf tegen te gaan in het overdekte gedeelte geplaatst. De bodem onder het afdak kan het beste bestaan uit los droog zand.

Binnenverblijf

De wanden en het dak van de binnenverblijven voor de niet winterharde soorten kunnen het beste worden gemaakt van geïsoleerd materiaal. In de wanden worden voldoende ramen aangebracht om het nodige daglicht binnen te laten. In deze binnenverblijven worden de zitstokken ook weer op een hoogte van minimaal 120 cm. geplaatst. De bodem van de binnenverblijven bestaat bij voorkeur uit tegels of beton en wordt bedekt met een laag rivierzand, houtsnippers of vlas. De voeder en watervoorziening wordt ook weer mede om besmetting van buiten af tegen te gaan in het binnenverblijf geplaatst.

Gecombineerde huisvesting

Het samen houden van verschillende soorten in één verblijf is mogelijk indien er onderling geen kruisingen (hybriden) kunnen ontstaan en er geen agressie optreedt. De inrichting en het grondoppervlak dienen dan zodanig te zijn dat de vogels naar hun behoeften gemakkelijk kunnen beschikken over de meest elementaire zaken als voedsel, drinkwater, zitplaats, beschutting en schuilgelegenheid. Meestal geeft men echter de voorkeur aan gescheiden verblijven wat de voortplanting zeker ten goede komt.

Bescherming tegen Predatie

Doordat de gehele huisvesting met gaas of netten met een kleinere maaswijdte is afgesloten en overdekt, is men gevrijwaard tegen roofvogels en kraaien, kauwen, eksters, Vlaamse gaaien e.d., die daardoor geen jongen of eieren kunnen pikken. Een solide vloer en muurtje en stevig gaas bemoeilijkt niet alleen de toegang voor muizen en ratten, maar tevens die van wezels, hermelijnen, bunzings, verwilderde nertsen, vossen en niet te vergeten katten.

Hygiëne

Lucht, licht, droogte en hygiëne zijn de grondpeilers van het succesvol en gezond houden van fazanten. Het goed schoon houden van het verblijf komt het welzijn van de fazanten ten goede en voorkomt luis, mijt, worm en coccidiose besmettingen. Minstens éénmaal, liefst tweemaal, per week de ontlasting in de volière met b.v. een bladhark uitharken en een zeefschep om niet te veel zand mee te nemen. Een grasbodem vervuilt snel, zeker in verblijven kleiner dan 20 m2 en is moeilijker schoon te houden. De zitstokken dienen ook regelmatig gereinigd en ontsmet te worden. Belangrijk is ook om de water- en voerbak niet te vergeten bij het schoonmaken.

De harde bodem in het binnenverblijf voorkomt dat muizen en ratten zich gemakkelijk vestigen. Ondanks dit alles zullen muizen en ratten altijd kans zien om zich aan het verstrekte voeder voor de fazanten tegoed te doen hetgeen de kans op besmetting vergroot en de hygiëne niet ten goede komt. Muizen en ratten zullen daarom continu bestreden moeten worden door middel van voor de fazanten niet te bereiken gif en of klemmen/vallen.

Voeding

Wat voeding betreft kunnen we fazanten in drie groepen indelen.

Groep 1 : De Tragopanen, Oorfazanten, Glansfazanten Koklasfazanten en Wallichfazanten. Deze fazanten hebben behoefte aan een vezelrijke eiwitarme voeding en geven we het gehele jaar door een schrale voeding, want te veel korte koolhydraten uit traditionele granen, zoals gerst, tarwe of haver, die veel in kippenvoer worden aangetroffen, zorgen voor ongewenste vervetting. Ook hebben deze fazanten behoefte aan een ander type eiwit dan kippen. Daarom heeft de dierenvoedselindustrie verschillende korrels ontwikkeld, die voor deze fazantensoorten de juiste noodzakelijke bestanddelen bevatten en voorzien in de juiste voeding. Groenvoer zoals grassen, onkruiden en groenten zoals andijvie, sla en witlof eten deze fazanten heel graag. Zelfs houtachtige vezels, zoals de barst van bomen en boomwortelscheuten nemen ze tot zich. De beplanting in de volière zal daarom goed beschermd moeten worden en/of moeten bestaan uit soorten die ze niet lusten. De kuikens van deze fazanten groeien heel goed op met dezelfde voeding als de ouderdieren.
Groep 2 : De Kraagfazanten, Hoenderfazanten en Langstaartfazanten Deze fazanten hebben behoefte aan een vezelrijke voeding,die wat eiwitrijker mag zijn. Buiten de broedperiode wordt een siervogel onderhoudskorrel verstrekt. De korrelvoeding kan bij deze soorten net voor en tijdens de broedperiode bestaan uit een speciale siervogel foktoomkorrel. De kuikens van deze fazanten kunnen beter met een speciaal kuiken opfokvoer voor fazanten groot gebracht worden, aangevuld met groenvoer. Groenvoer eten deze fazanten ook graag. De beplanting in de volière wordt vaak ook gegeten, maar niet zoals bij de fazanten uit groep één totaal uitgegraven.

 

 

Groep 3 : De Argusfazanten, Pauwfazanten en Vuurrugfazanten. Deze fazanten hebben behoefte aan een eiwitrijkere voeding. Buiten de broedperiode wordt een siervogel onderhoudskorrel verstrekt. Ook het bijvoeren van universeelvoer voor insecteneters en eventueel wat levend voer in de vorm van meelwormen komt deze fazanten ten goede. De korrelvoeding kan net voor en tijdens de broedperiode het beste uit een speciale siervogel foktoomkorrel bestaan. De kuikens van deze fazanten moeten met een speciaal opfokvoer voor fazanten grootgebracht worden, aangevuld met wat universeelvoer voor insecteneters en levend voer in de vorm van meel of buffalo wormen. Ook fruit in de vorm van appels, peren, druiven, bananen, tomaten e.a. zijn voor deze fazanten een goede versnapering. Groenvoer eten deze fazanten nagenoeg niet. De beplanting in de volière blijft bij deze fazanten daardoor mooi intact.

 

Voor alle fazanten geldt dat schoon drinkwater en maagkiezel continu beschikbaar moet zijn.