Eenden

Eend

http://www.watervogels.be

Onderstaande informatie komt van:

https://johanpauwels.wordpress.com/2013/06/23/wilde-eend/

DSCN2499

Naam mannetje: woerd

Naam vrouwtje: eend

Naam jong: pijltje

Broedtijd: tussen 25 en 35 dagen

Huisvestingsrichtlijnen

Het houden van in het wild voorkomende watervogels door de mens is een zeer oud gegeven. Sommige van deze soorten hebben zich immers zodanig aan het leven met mensen aangepast, dat ze zich hier zeer wel bij voelen en lang leven.

In het wild levende watervogels worden nog steeds door de mens gehouden. In de loop der tijden is daarbij steeds meer aandacht besteed aan de manier waarop ze gehouden moeten worden.
Veel nadruk kreeg de verzorging onder optimale omstandigheden van de diverse watervogel soorten.  De opgedane kennis van de laatste decennia bij het houden van watervogels heeft ertoe geleid dat veel soorten uitstekend gedijen in deze beschermde omgeving. Ook het samenstellen van speciale voeders voor bepaalde soorten heeft ertoe bijgedragen dat de meeste soorten jaarlijks voor een geslaagde nakweek zorgen en dat er een gezond bestand van deze vogels bestaat.

 Huisvesting :

Wat alle eenden het liefst hebben om in te broeden is een plaats die zich dicht bij de vijver bevind. Om het gevoel van veiligheid te versterken kan men een nestplaats op een eiland voorzien, de eend zal dat ten zeerste appreciëren. Een nestkast dat naar het oosten is gericht hebben de eenden ook graag, omdat een eend de vroege ochtendzon wel weet te appreciëren. Zorg er voor dat de nestkast niet vlak in de zon staat. Op een warme zomerdag kunnen de temperaturen dan wel ééns heel hoog oplopen, en te warm is ook niet goed. Daarom is het goed om de nestkast zodanig te plaatsen zodat ze ook wat in de schaduw staat.

Zwemgelegenheid (vijver):

Kleine eendensoorten zoals mandarijneendjes,
Carolinaeendjes en talingen kunnen al voldoende hebben aan een vijvertje van 2 x 2 m met een diepte van 35 cm.
Duikeenden, zaagbekken en zeeëenden hebben een vijver van minimaal 3 x 3 meter met een diepte van minimaal 60 cm nodig.
Dit geldt bijvoorbeeld voor kuifeenden en stekelstaarteenden.
De gedomesticeerde rassen kunnen met het minste water toe.
Voor deze rassen voldoet een vijvertje van 1,5 x 1,5 m al.
De diepte is voor deze rassen minder van belang,
zolang ze maar goed kunnen badderen.
Een diepte van 35 cm is een goed uitgangspunt.
Het is belangrijk dat de oevers van een watervogelvijver geleidelijk oplopen zodat de vogels makkelijk het water uit kunnen komen. Sommige liefhebbers maken rondom de vijver een rand met grind, die makkelijk schoon te houden is. Andere liefhebbers maken een brede rand van beton. Als de rand van de vijver aan de smalle kant is hebben eenden de neiging om met een natte snavel in het zand te gaan wroeten. Het gevolg is een modderrand rond de vijver en een hoop zand in de vijver.
Naast een vijver hebben watervogels ook een landgedeelte nodig. De oppervlakte van dit landgedeelte verschilt weer per soort. Duikeenden hebben voldoende aan een klein landgedeelte van enkele vierkante meters omdat ze het grootste deel van hun tijd op het water doorbrengen. Een paartje kleine eendjes kan al worden gehouden in een perkje van 2 x 3 m. Grotere soorten hebben wat meer ruimte nodig: 4 x 4 meter per paartje is een goed uitgangspunt.

Voedsel :

Basismengeling van Versele-laga eendekorrels aangevuld met graanmengeling voor kippen en wat oud brood. Jongen krijgen eveneens Versele laga opkweekkorrels, aangevuld met groeimeel gedurende de eerste twee weken. Het voordeel van Versele-laga is dat je verschillende korrels hebt, aangepast aan het seizoen : nl. kweek, onderhoud, groei,…

Kweek :

Nestkastjes :

Kweken met siereendjes betekent dat je ook nestkasten nodig hebt, de meeste soorten zijn immers holenbroeders die in de natuur hoog in de bomen nestelen. Ik gebruik verschillende modellen , zowel in beton als in hout zodat ze kunnen kiezen. Als onderlaag gebruik je houtvezel (type dat verkocht wordt als vloerbedekking voor cavia’s en konijnen), de eenden mengen dit steeds met dons om hun eieren goed warm te houden.

Eenmaal de eendjes in broedstemming komen, worden de nestkasten continu aan inspectie onderworpen. Een koppeltje zal verschillende kastjes inspecteren vooraleer een definitieve keuze te maken. Bij mij is het zo dat bepaalde koppeltjes een vaste voorkeur hebben en jaar na jaar dezelfde nestkast kiezen,
andere veranderen elk jaar van kast.
Standaard afmetingen voor eenden zoals mandarijn, manengans, roodschouder, marmertaling, enz. zijn:

Leggen van de eieren :

Eenmaal de nestkast gekozen begint de leg, de meeste soorten leggen dagelijks, sommige durven wel eens een dagje overslaan. Eenmaal het legsel voltallig beginnen ze te broeden. Tijdens het broeden wordt er dons geplukt zodat er samen met wat houtvezels een donsdekentje gevormd wordt waarmee ze de eieren afdekken als ze het nest verlaten om te eten en hun behoefte te doen. Broedduur vind je terug bij de verschillende soorten, maar is meestal tussen de 24 à 31 dagen.

Grondbroeders:

Grondbroeders broeden graag tussen dichte beplanting
(zoals duikeenden en stekelstaarteenden) Anderen daar in tegen hebben dan weer een voorkeur voor schaarse vegetatie.
Vaak plaatst men een nestkast op de grond
(o.a.slobeenden appreciëren dit). Wat ook dikwijls gebruikt wordt voor grondbroeders, zoals onder anderen voor bergeenden, is een melkkan. In hun natuurlijke omgeving broeden deze immers graag in holen en een melkkan kan dit goed nabootsen.

Boombroeders:

Deze eenden broeden van nature graag op een zekere hoogte. In hun natuurlijke omgeving doen ze dat in holle bomen.
Om dit broedgedrag te kunnen nabootsen moet men nestkasten plaatsen op een paal/stam. Als men de eenden niet vliegend houd moet het niet hoger dan een meter staan, 30cm volstaat zelf al. Als de eenden vliegend worden gehouden kan men het hoger plaatsen, zo broeden bvb. mandarijneenden soms wel op een hoogte van 10 meter. Men kan ook een nestkast in een boom plaatsen,
dit ziet er natuurlijker uit.

 

Het broedproces:

Het broedproces van diverse vogelfamilies verloopt vaak zeer verschillend. Zo legt de Australische boskalkoen (Alectura lathami) haar eieren in een grote hoop rottende bladeren en reguleren de ouders de temperatuur. Het zal duidelijk zijn dat de eieren niet gekeerd worden. Bij de familie van de struisvogelachtige verzamelen de hanen eieren van verschillende hennen en broeden die vervolgens uit. Bij hobbyisten worden meestal eieren van hoenderachtigen en watervogels kunstmatig uitgebroed. Voor een broedmachine in gebruik wordt genomen moet de werking goed gecontroleerd worden. Op verschillende plaatsen in de machine de temperatuur controleren met een geijkte thermometer. Zijn er verschillen boven en onderin de machine dan is er iets met de luchtverdeling mis. De slaglijsten draaien te langzaam of de capaciteit van het verwarmingselement is te groot of te klein. Ook de te gebruiken hygrometer moet geijkt worden, een kwartier in een natte doek wikkelen en afstellen op 96%. Bij gebruik van een zg. nattebol hygrometer moet men een katoenenkousje en gekookt (ontkalkt) water gebruiken. Dit laatst genoemde instrument is het meest betrouwbare maar kan alleen in een machine met mechanische ventilatie gebruikt worden.
In volgende tabel zijn de belangrijkste broedtemperaturen en vochtigheidsgraad aangegeven.

 

Soort vogel Temperatuur Relatieve luchtvochtigheid Broedduur
Kip 37,5 graden Celsius 52% RV 21 dgn
Fazant 37,7 graden Celsius 55% RV 22-28
Eend, droog* 37,2 graden Celsius 40% RV 22-30
Eend, nat* 37,2 graden Celsius 55% RV 22-30

Uitkomen van de jongen :

eend met

Na de voorzien broedtijd worden de eitjes aangepikt, meestal ongeveer allemaal tegelijkertijd. Jongen blijven samen met hun moeder in het nest tot ze volledig droog zijn en sterk genoeg om naar beneden te springen vlot hun moeder te volgen.

Ik probeer zoveel mogelijk natuurbroed, waarbij als het goed weer is de ouders samen met hun jongen in een aparte ren gehouden en deze zelf kunnen opkweken. Enkel als het zeer slecht weer is worden van sommige soorten de jongen apart binnengehouden :

Mandarijneendjes

Roodschoudertalingen

Marmertaling

Bij deze soorten is de moeder niet altijd in staat alle jongen voldoende te beschermen tegen kou en vocht, zodat de kans groot is dat ze bij slecht weer onderkoeld raken en sterven (zeker als ze een groot broedsel van 10 à 12 jongen hebben). Bij Manenganzen en Chileense smienten is dit nooit een probleem.
Met de witwangboomeenden heb ik nog niet genoeg ervaring om dit al te kunnen zeggen.
Soms is het natuurlijk nodig om de jongen apart binnen te houden, op dat moment spelen verschillende factoren een rol :
Jongen moeten leren eten, in de natuur gebeurt dit doordat ze hun moeder nadoen. In de opkweekbak zullen we het zelf moeten leren.

Water, steeds vers water, maar geen diepe bak omdat jongen zonder moeder niet waterdicht zijn en kunnen verdrinken. Pas als ze wat groter zijn en zichzelf waterdicht kunnen maken via de stuitklier mag de bak wat dieper zijn. (noot : bij mandarijneenden heb ik dit nooit als probleem ervaren, die wippen in en uit de bak zelfs als die vrij diep is… chileense smienten , manenganzen zijn hier allemaal veel gevoeliger aan de eerste week na hun uitkomen).

Warmte : noodzakelijk, zonder warmte zullen de kuikens niet eten en onderkoeld raken zodat ze binnen de kortste keren sterven. Een degelijke kuikenlamp is dan ook nodig.
Zorg ervoor dat de temperatuur onder de lamp rond de 32 graden is de eerste twee weken, nadien mag je de lamp stelselmatig verhogen zodat de temperatuur zakt.
Je zal zien dat ze na een tijdje zelf de lamp niet meer opzoeken, tenzij net na hun bad om zich zalig te laten opdrogen.
Hou er rekening mee dat je dagelijks de bak zult moeten reinigen , eendjes zijn “vuile eters” en zwemwater en omgeving errond begint na een dag al te ruiken naar vocht en uitwerpselen.
Eénmaal ze beginnen in de veren te komen ,
gaan ze naar een omheind perkje in de tuin zonder lamp waar ze verder kunnen uitgroeien.

 Ringen :

Het is ten zeerste aan te raden je jonge eenden te ringen, op die manier zijn ze steeds individueel te identificeren en is ook de leeftijd geen discussiepunt. Op die ring staat een individueel nummer, het jaartal en de ringmaat.

Ringen kun je bestellen bij een vereniging voor hobbydieren, bvb. Aviornis of een lokale vereniging. (ik ben zelf lid van de neerhofdieren vereniging “De Pajottenlanders” uit Affligem).

Bij het ringen hou je het eendje stevig in de hand, waarbij je één pootje naar achter houdt. De drie naar voor gerichte teentjes neemt men samen , het naar achter gerichte teentje laat men naar achter zodat ze op één lijn komen te liggen en dan schuift men de ring erover. Goed opletten bij het ringen dat ofwel de pootjes nog niet te klein zijn zodat de ring er terug afschuift, ook niet te groot zodat men de ring er niet meer over krijgt. Indien men op het randje van te groot zit, kan een beetje slaolie wonderen doen.

 Geslachtsbepaling :

Eenmaal men jongen heeft en deze wil doorverkopen, ruilen of zelf in zijn collectie opnemen is het natuurlijk belangrijk dat men het juiste geslacht kent.

Bij sommige soorten kan men de jongen vrij snel op kleur herkennen, bvb. roodschoudertalingen zijn eenmaal ze ingepluimd zijn vrij snel te herkennen. Bij Chileense smienten zijn de mannetjes direct al heel wat forser gebouwd dan de vrouwtjes… Om echter zeker te zijn dient men zijn eendjes te seksen, wat meestal zonder probleem te doen is vanaf een leeftijd van 6 weken.
Hoe doet men dit ?

Men neemt het eendje omgekeerd vast en duwt de staart lichtjes naar achter, waarbij je met je twee duimen de cloaca of geslachtsopenining gaat open duwen. Bij de mannetjes komt er dan vrij snel een klein penisje naar buiten , terwijl er bij de vrouwtjes natuurlijk niets te voorschijn komt. Indien de jongen heel erg tegenspruttelen en totaal verkrampen bestaat de mogelijkheid dat men zich vergist, doordat de mannetjes hun penisje “binnen ” houden op dat ogenblik. Anders kan men met 100% zekerheid de geslachten bepalen.

Winterverzorging

In de winter zijn onze eenden heel wat minder actief, zeker bij erge koude en sneeuwval. Op die manier proberen ze zo weinig mogelijk energie te verbruiken.

De vijver in de winter :

Belangrijk is hier dat we onzer vijver proberen ijsvrij te houden, zodat onze eenden zich dagelijks kunnen een bad nemen en hun verenpak verzorgen. Als je een grote vijver hebt en je maakt slechts enkele gaten, wees dan heel voorzichtig want duikeenden en fluiteenden hebben de neiging onder het ijs te zwemmen en met een beetje pech vinden ze het gat niet meer terug en verdrinken ze. Beter is de vijver helemaal ijsvrij te maken. Ik heb niet zo een grote vijver, maar maak deze elke ochtend volledig ijsvrij, daarnaast geeft ik twee tot driemaal per dag een aparte ondiepe bak met vers water, zodat ze zich nog wat extra kunnen baden en drinken.

Bescherming tegen de koude.

Belangrijk is dat je perk beschikt over delen waar de eenden uit de wind kunnen blijven, dit kan je realiseren door een plaatsen van een haag of bamboe-beschutting langs de noord en oostzijde van de tuin. Daarnaast is het ook aan te raden een plaats te voorzien die je bedekt met een laag stro zodat ze met hun poten van de bevroren grond kunnen blijven. Een nogal veel voorkomende misverstand is dat de broedhuisjes niet gebruikt worden als schuilhuisje, hierin worden enkel eieren gelegd en gebroed , maar geen bescherming gezocht tegen het koude weer. Mijn eenden beschikken over een tuinhuis, maar zelfs daar komen ze bijna nooit in (bij uitzondering van hevige sneeuwval met extreme wind). Bij extreme wind en sneeuwval zoals nu (eind dec 2009) breng ik de meest gevoelige soorten zoals witwangboomeenden, eytonboomeenden en radjah eenden onder in de serre zodat hun gevoelige tenen uit de sneeuw blijven.

Voedsel :

Zeker blijven goed doorvoederen zodat hun vetreserves op peil blijven die hun dienen te beschermen tegen de koude. Ik geef in de winterperiode “forme” van versele-laga en vul dit af en toe aan met wat extra mais, omwille van het hoge vetgehalte.

De eend vormt de grootste groep in de orde Anseriformes en horen thuis in de subfamilie Anatinae, behalve de Boomeenden die in de subfamilie Anserinae thuis horen. Bij het grootste deel zijn de woerden tijdens de winter- en voorjaarsperiode uitgerust met een prachtverenkleed waardoor zij duidelijk te onderscheiden zijn van de sobere verenkleeddragende vrouwtjes. In de zomermaanden, na de rui, hebben de mannetjes hun prachtverenkleed ingeruild voor een meestal op hun vrouwtje gelijkend sober verenkleed.

 

Soorten

Boomeenden (of Fluiteenden)

Witwangboomeend (Dendrocygna viduata)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Witwangfluiteend

Roodbekboomeend (Dendrocygna autumnalis)(er bestaan 2 ondersoorten)

Gevlekte boomeend (Dendrocygna guttata)

Cuba boomeend (Dendrocygna arborea)

Gele boomeend (Dendrocygna bicolor)

Eyton boomeend (Dendrocygna eytoni)

Wandering boomeend (Dendrocygna arcuata)(er bestaan 3 ondersoorten)

Java boomeend (Dendrocygna javanica)

Witrugeend (Thalassornis leuconotus) (er bestaan 2 ondersoorten)

 

Bergeenden

Bergeend (Tadorna tadorna)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bergeend

Radjah eend (Tadorna radjah)(er bestaan 2 ondersoorten)

Rode Casarca (Tadorna ferruginea)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Casarca

Grijskop Casarca (Tadorna cana)

Paradijs Casarca (Tadorna variegata)

Australische Casarca (Tadorna tadornoides)

 

Stoombooteenden

Vliegende Stoombooteend (Tachyeres patachonicus)

Falkland Stoombooteend (Tachyeres brachypterus)

Magelhaen Stoombooteend (Tachyeres pteneres)

Witkop Stoombooteend (Tachyeres leucocephalus)

 

Wildwater eenden

Bergbeekeend of Sporeneend (Merganetta armata)(er bestaan 3 (mogelijk 6) ondersoorten)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bergbeekeend

Blauwe eend (Hymenolaimus malacorhynchos)

Salvadori eend (Salvadorina waigiuensis)

 

Roestende eenden

Witvleugel Boseend (Cairina scutulata)

Muskuseend (Cairina moschata)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Muskuseend

Hartlaubeend (Pteronetta hartlaubii)(er bestaan 2 ondersoorten)

Carolina eend (Aix sponsa)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Carolina-eend

Mandarijneend (Aix galericulata)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mandarijneend

Afrikaanse dwergeend (Nettapus auritus)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Afrikaanse_dwergeend

Indische dwergeend (Nettapus coromandelianus)(er bestaan 2 ondersoorten)

Groene dwergeend (Nettapus pulchellus)

Brazilie taling (Amazonetta brasiliensis)(er bestaan 2 ondersoorten)

 

Zwemeenden

Roodschoudertaling (Callonetta leucophrys)

Kaapse taling (Anas capensis)

Gekuifde eend (Lophonetta specularioides)(er bestaan 2 ondersoorten)

Bronsvleugeleend (Speculanas specularis)

Krakeend (Anas strepera)

Sikkeleend (Anas falcata)

Chili Smient (Anas sibilatrix)

Europese Smient (Anas penelope)

Amerikaanse Smient (Anas americana)

Wilde eend (Anas platyrhynchos)(er bestaan 4 ondersoorten)

Amerikaanse Zwarte eend (Anas ribripes)

Gevlekte Florida eend (Anas fulvigula)

Hawaii eend (Anas wyvilliana)

Laysan taling (Anas laysanensis)

Filippijneend (Anas luzonica)

Vlekbekeend (Anas poecilorhyncha)(er bestaan 3 ondersoorten)

Pacifische Wenkbrauweend (Anas superciliosa)(er bestaan 3 ondersoorten)

Meller’s eend (Anas melleri)

Geelbekeend (Anas undulata)(er bestaan 2 ondersoorten)

Afrikaanse Zwarte eend (Anas sparsa)(er bestaan 3 ondersoorten)

Blauwvleugeltaling (Anas discors)(er bestaan 2 ondersoorten)

Kaneeltaling (Anas cyanoptera)(er bestaan 5 ondersoorten)

Europese Slobeend (Anas clypeata)

Kaapse Slobeend (Anas smithii)

Australische Slobeend (Anas rhynchotis)(er bestaan 2 ondersoorten)

Argentijnse of Rode Slobeend (Anas platalea)

Madagascar (Bernier’s) taling (Anas bernieri)

Andamantaling (Anas albogularis)

Grijze Witkeeltaling (Anas gracilis)(er bestaan 3 ondersoorten)

Kastanje taling (Anas castanea)

Auckland taling (Anas aucklandica aucklandica)

Nieuw-Zeelandse Bruine taling (Anas a. chlorotis)

Campbell’s taling (Anas a. nesiotis)

Pijlstaarteend (Anas acuta)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pijlstaart_(vogel)

Eaton’s Pijlstaart (Anas eatoni)(er bestaan 2 ondersoorten)

Geelbek Pijlstaart (Anas georgica)(er bestaan 2 ondersoorten)

Bahama Pijlstaart (Anas bahamensis)(er bestaan 3 ondersoorten)

Roodbek Pijlstaart (Anas erythrorhyncha)

Geelsnavel of Chili taling (Anas flavirostris)(er bestaan 4 ondersoorten)

Zomertaling (Anas querquedula)

Baikaltaling (Anas formosa)

Wintertaling (Anas crecca)(er bestaan 3 ondersoorten)

Puna taling (Anas puna)

Versicolortaling (Anas versicolor) (er bestaan 2 ondersoorten)

Hottentottaling (Anas hottentota)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hottentottaling

 

Duikeenden

Marmertaling (Marmaronetta angustirostris)

Krooneend (Netta rufina)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Krooneend

Peposaca eend (Netta peposaca)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Peposaka-eend

Zuidelijke Tafeleend (Netta erythrophthalma)(er bestaan 2 ondersoorten)

Grote Tafeleend of Canvasback (Aythya valisineria)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_tafeleend

Europese Tafeleend (Aythya ferina)

Roodkopeend (Aythya americana)

Australische Witoogeend (Aythya australis)(er bestaan 2 ondersoorten)

Madagascar Witoogeend (Aythya innotata)

Europese Witoogeend (Aythya nyroca)

Baer’s Witoogeend (Aythya baeri)

Nieuw-Zeelandse Kuifeend (Aythya novaeseelandiae)

Amerikaanse Kuifeend (Aythya collaris)

Kuifeend (Aythya fuligula)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kuifeend

Grote Toppereend (Aythya marila)(er bestaan 2 ondersoorten)

Kleine Toppereend (Aythya affinis)

 

Zeeëenden

Eidereend (Somateria mollissima)(er bestaan 6 ondersoorten)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Eider_(vogel)

Bril Eidereend (Somateria fischeri)

Konings Eidereend (Somateria spectabilis)

Steller’s Eidereend (Polysticta stelleri)

Harlekijn eend (Histrionicus histrionicus)(er bestaan 2 ondersoorten)

Bril Zeeëend (Melanitta perspicillata)

Zwarte Zeeëend (Melanitta nigra)(er bestaan 2 ondersoorten)

Grote Witvleugel Zeeëend (Melanitta fusca)(er bestaan 4 ondersoorten)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_zee-eend

Ijseend (Clangula hyemalis)

https://nl.wikipedia.org/wiki/IJseend

Buffelkopeend (Bucephala albeola)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Buffelkopeend

Noordelijke Brilduiker (Bucephala clangula)(er bestaan 2 ondersoorten)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Brilduiker

Barrow’s Brilduiker (Bucephala islandica)

Nonnetje (Mergellus albellus)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nonnetje_(vogel)

Kuifzaagbek (Lophodytes cucullatus)

Braziliaanse Zaagbek (Mergus octosetaceus)

Middelste Zaagbek (Mergus serrator)(er bestaan 2 ondersoorten)

Chinese Zaagbek (Mergus squamatus)

Grote Zaagbek (Mergus merganser)(er bestaan 3 ondersoorten)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_zaagbek

 

Stekelstaarteenden (Ruddy ducks)

Noord-Amerikaanse Stekelstaart(Oxyura jamaicensis jamaicensis)

Peruviaanse Stekelstaart (Oxyura j. ferruginea)

Columbiaanse Stekelstaart (Oxyura j. andina)

Argentijnse Stekelstaart (Oxyura vittata)

Australische Stekelstaart (Oxyura australis)

Maccoa Stekelstaart (Oxyura maccoa)

Witkop Stekelstaart (Oxyura leucocephala)

Gemaskerde Stekelstaart(Nomonyx (Oxyura) dominica)

Australische Lobeend (Biziura lobata)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Australische_muskuseend

Koekoekeend (Heteronetta atricapilla)

 

Bijzondere eenden

 Knobbelpronkeend (Sarkidiornis melanotos)(er bestaan 2 ondersoorten)

Sproeteend (Stictonetta naevosa)

Roze-ooreend (Malacorhynchus membranaceus)