Gierzwaluwachtigen

Gierzwaluwachtigen (Apodiformes)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gierzwaluwachtigen

(ook wel grootvleugeligen genoemd) zijn een orde van vogels.

De naam Apodiformes betekent eigenlijk letterlijk: vogels zonder poten. Men meende vroeger dat gierzwaluwen hun hele leven in de lucht bleven en geen poten hadden. Dit is niet waar, ze hebben wel poten, maar het is inderdaad zo dat deze dieren wel erg veel van hun tijd in de lucht doorbrengen. Het zijn ware vliegkunstenaars. Dat laatste geldt ook voor de kolibries, die met gemak in de lucht stilstaan om nectar uit een bloem te drinken. Deze vliegkunstenaars zijn zelfs in staat achteruit te vliegen. De orde is het meest verwant aan de nachtzwaluwachtigen, zoals uit DNA-analyse blijkt. Er zijn vier families en bijna 600 soorten, waarvan meer dan 300 kolibries. De oudste fossielen zijn bekend van het vroeg-Eoceen. De orde kwam toen ook voor in Europa.

Deze groep vogels wordt ook wel de grootvleugeligen genoemd.  De naam ‘gierzwaluwen’ betekent eigenlijk ‘vogels zonder poten’.  Vroeger dachten de mensen dat deze vogels geen poten hadden omdat ze hun hele leven in de lucht bleven.  Dat klopt natuurlijk niet.  Maar het is wel zo dat ze bijna altijd aan het vliegen zijn zonder ophouden.  Het zijn echte kunstenaars in de lucht.

Ook de kolibries zijn kunstenaars in het vliegen.  Ze kunnen dat zelfs zo goed, dat ze zelfs achteruit kunnen vliegen.  Geen enkele vogel doet hen dit na.  Ze hangen stil in de lucht om de nectar uit de bloemen te drinken.

Taxonomie

Familie Aegothelidae (Dwergnachtzwaluwen)

Familie Apodidae (Gierzwaluwen)

Familie Hemiprocnidae (Boomgierzwaluwen)

Familie Trochilidae (Kolibries)

Er zijn twee uitgestorven families.

Familie Aegialornithidae

Familie Jungornithidae

 

Boomgierzwaluwen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Boomgierzwaluwen

zijn een familie van vogels uit de orde Gierzwaluwachtigen. De familie telt 4 soorten. De familie is verwant is aan de gierzwaluwen. In deze familie is maar één geslacht Hemiprocne met vier soorten. Boomgierzwaluwen komen voor van India, Zuidoost-Azië, Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden.

Boomgierzwaluwen zij kleine tot middelgrote gierzwaluwachtigen van 15 tot 30 cm lengte. Ze hebben lange vleugels. Dit komt vooral door de forse lengte van de handpennen. De armpennen zijn weer heel kort. Qua uiterlijk verschillen ze sterk van gierzwaluwen, door aangename kleuren (bij mannetjes iridiserende verenkleed), lange gevorkte staarten, een kuifje op de kop en sierveren rond het oog.

Een ander verschil is het gedrag. Boomgierzwaluwen hebben (zoals de meeste vogels) stevige pootjes waarmee de op takken kunnen zitten. Ze worden dan ook vaak zittend op takken waargenomen. Gewone gierzwaluwen hebben zwakke pootjes en kunnen daarmee alleen “hangen” op een stroef oppervlak,
maar niet mee op een tak zitten.

boomgierzwaluwen

De boomgierzwaluwen zijn een familie vogels die behoren tot de gierzwaluwachtigen.  Ze worden ook de kuifgierzwaluwen genoemd.  Je vindt ze in India en het Verre Oosten tot Indonesië.  Het zijn kleine tot middelgrote gierzwaluwen van 15 tot 30 centimeter.  Hun vleugels zijn lang en hun verenkleed is anders dan de andere gierzwaluwen.  Op hun kop hebben ze kuiven of kammen of andere opvallende tekeningen.  De staart is gevorkt.

Deze zwaluwen leven in bossen en kunnen hierin knap vliegen.  Maar ook in loofbossen en mangroves maar nooit in open plaatsen.  Ze jagen op insecten.  Het nestje wordt door het mannetje en het vrouwtje schoon gemaakt.  Hierin leggen ze één ei.  Dat heeft een witte tot grijze kleur.  Het nest is als het ware vast geplakt op een tak.  De jongen krijgen uitgebraakt voedsel van mama en papa.

Ook anatomisch zijn er grote verschillen in het sklelet van boomgierzwaluwen en gewone gierzwaluwen.

Taxonomie

Geslacht Hemiprocne

Hemiprocne comata (Kleine boomgierzwaluw)

Hemiprocne coronata (Gekroonde boomgierzwaluw)

Hemiprocne longipennis (Gekuifde boomgierzwaluw)

Hemiprocne mystacea (Witsnorboomgierzwaluw)

 

Dwergnachtzwaluwen (Aegothelidae)

zijn een familie van vogels uit de orde gierzwaluwachtigen. De familie telt 10 soorten.

nuttallsnachtzwaluw

De poorwill is de kleinste Noord-Amerikaanse nachtzwaluw. Hij dankt zijn naam aan de twee-lettergrepige baltsroep van het mannetje. Het is een misschien wel de enige vogel die in winterslaap gaat. Op deze manier bespaart hij energie in een periode waarin weinig insecten te vinden zijn.

Anders dan de meeste nachtzwaluwen die bijna de hele nacht vliegen, gebruikt de poorwill een hoog gelegen tak als uitvalsbasis. Overdag rusten poorwills op de grond en vertrouwen ze op hun goede camouflage.

Andere namen Nuttalls nachtzwaluw
Wetensch. naam Phalaenoptilus nuttalli
Engelse naam common poorwill
Verspreiding Noord-Amerika
Voedsel insecten
Lengte 18 – 21 cm
Gewicht 30 – 60 gram
Status plaatselijk algemeen

geslacht Cypseloides (8 soorten)

geslacht Steptoprocne  (5 soorten)

Tribus Cypseloidini

Taxonomie

De familie telt 102 soorten.

Als de vogels toch ergens op landen is dat nooit op een plat stuk grond.  De vogels hangen aan rotsen of bomen zodat je hun poten ook dan niet kunt zien.

 

De gierzwaluwen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gierzwaluwen

zijn een familie vogels die behoren tot de gierzwaluwachtigen waar ook de kolibries toe behoren.  Het zijn vogels die bijna voortdurend aan het vliegen zijn.  Tijdens het vliegen vangen ze ook insecten.  De vogels lijken op gewone zwaluwen maar dat is een heel andere vogelfamilie.  Die horen bij de zangvogels.  Als je hun Latijnse naam goed zou bekijken dan betekent die ‘zonder voeten’.  Het lijkt inderdaad dat gierzwaluwen vogels zijn zonder poten.  Dat komt omdat ze bijna nooit te zien zijn tijdens het vliegen.

De wetenschappelijke naam Apoda komt van het Oudgriekse απους, apous, wat betekent “zonder voeten”. Gierzwaluwen hebben bijna onzichtbare, korte pootjes. Vrijwillig zullen ze nooit op een horizontaal vlak landen. Als ze niet vliegen, hangen ze met hun poten aan een verticaal object, zoals een rotswand, een muur of een boomtak. Ook in de heraldiek worden zwaluwen altijd zonder poten afgebeeld.

gierzwaluw

Gierzwaluwen (Apodidae) zijn een familie de Apodidae, van vogels die zeer sterk zijn aangepast aan een leven in de lucht en het vangen van vliegende insecten. Ze lijken erg op gewone zwaluwen. Gewone zwaluwen zijn echter vogelsoorten uit een totaal andere orde. Gierzwaluwen behoren tot de orde gierzwaluwachtigen, terwijl gewone zwaluwen zangvogels (Passeriformes) zijn. De sterke overeenkomst in vliegbeeld en leefwijze is een mooi voorbeeld van convergente evolutie.

Aegotheles affinis

Aegotheles albertisi (Bergdwergnachtzwaluw)

Aegotheles archboldi (Archbolds dwergnachtzwaluw)

Aegotheles bennettii (Bennetts dwergnachtzwaluw)

Aegotheles crinifrons (Molukse dwergnachtzwaluw)

Aegotheles cristatus (Australische dwergnachtzwaluw)

Aegotheles insignis (Dwergnachtzwaluw)

Aegotheles novaezealandiae (Nieuw-Zeelandse dwergnachtzwaluw) †

Aegotheles savesi (Nieuwcaledonische dwergnachtzwaluw)

Aegotheles tatei (Sternachtzwaluw)

Aegotheles wallacii (Wallace’ dwergnachtzwaluw)

Geslacht Aegotheles

Taxonomie

De dwergnachtzwaluwen zijn een familie vogels die behoren tot de gierzwaluwachtigen.  De vogels lijken wat op kleine uiltjes met een lange staart.  Ze komen voor in Australië en Nieuw-Guinea.  Ze voeden zich met nachtvlinders en insecten die ze op de bodem vinden.  Je merkt ze moeilijk op omdat ze een beetje schuw zijn.  Overdag blijven ze in hun holletje in een boom.  Daar hebben ze ook hun nest gemaakt.  In het nest legt het vrouwtje ongeveer 4 witte eieren.

geslacht Collocalia (salanganen, 4 soorten)

geslacht Aerodramus (salanganen, 27 soorten, soms soorten in geslacht Collocalia)

geslacht Hydrochous (1 soort: Reuzensalangaan)

geslacht Schoutedenapus (2 soorten)

Tribus Collocaliini

geslacht Mearnsia (2 soorten)

geslacht Zoonavena (3 soorten)

geslacht Telacanthura (2 soorten)

geslacht Rhaphidura (2 soorten)

geslacht Neafrapus (2 soorten)

geslacht Hirundapus (stekelstaartgierzwaluwen, 4 soorten)

geslacht Chaetura (11 soorten)

Tribus Chaeturini

Tribus Apodini – typische (of gewone) gierzwaluwen

geslacht Aeronautes (3 soorten)

geslacht Tachornis (3 soorten)

geslacht Panyptila (2 soorten)

geslacht Cypsiurus (palmgierzwaluwen, 2 soorten)

geslacht Tachymarptis (2 soorten, onder andere alpengierzwaluw)

geslacht Apus (17 soorten, onder andere gierzwaluw)

 

 

Kolibries (Trochilidae) zijn een familie van vogels uit de orde gierzwaluwachtigen (Apodiformes). De familie telt meer dan 300 soorten. De meeste soorten komen voor in Zuid-Amerika. Het oorspronggebied (genencentrum)
van de kolibries ligt waarschijnlijk daar.

Colibri-thalassinus kolibriese

Eigenschappen

De mannetjeskolibrie is bont, meestal metaalachtig groen gekleurd, met een glanzend rode, blauwe of smaragdgroene keelkleur. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd.

De snavel is een belangrijk kenmerk voor de soortindeling. Bij de zwaardkolibrie (Ensifera ensifera) is de snavel bijna net zo lang als het gehele lijf dat 10 cm lang is. Daartegenover heeft Ramphomicron microrhynchum maar een snavellengte van 5 mm. De Eutoxeres hebben een sterk naar onderen gebogen snavel en de sabelsnavelkolibrie (Avocettula recurvirostris) heeft een snavel die aan de top naar boven gebogen is. Iedere snavel is op een bepaalde bloemvorm gespecialiseerd, waardoor er geen concurrentie tussen de kolibrie-soorten optreedt. Elke kolibrie is van een speciaal zakje met nectar in de nek afhankelijk. Als de vleugels naar voren bewegen, beweegt het zakje naar achteren. hierdoor kan de kolibrie zijn kop in evenwicht houden als hij eet.

Tussen de soorten komen grote verschillen in gewicht voor. De kleinste (bijkolibrie, Mellisuga helenae) weegt 1,8 gram. De in Noord-Amerika meest voorkomende kolibrie (robijnkeelkolibrie, Archilochus colubris) weegt ongeveer 3 gram en is 7,6 cm groot.

Kolibries kunnen tot 15 jaar oud worden en keren ieder jaar naar dezelfde plaats terug. Als het te koud wordt, trekken ze naar meer zuidelijke streken.

De kolibrie heeft een lange snavel, waarmee hij in de kroonbuis van de bloem kan komen. Om bij de nectar te raken moet hij zijn tong uitrollen. De punt van de tong is gespleten en heeft de vorm van een strohalm. Hierdoor kan hij bij nectar komen waar zelfs insecten niet bij kunnen. De bloemen hebben een zeer lange kroonbuis en hebben zich voor hun bestuiving aangepast aan de kolibrie en de kolibrie aan de bloemen. Om het voor deze vogel extra aantrekkelijk te maken is er veel nectar aanwezig. Kolibries hebben een sterke voorkeur voor oranje en rode bloemen.

De kolibrie kan met suikerwater bijgevoerd worden. Vroeger werd daar een rode kleurstof aan toegevoegd. Tegenwoordig is de voerhouder van plastic en is de voet, waar het suikerwater inzit, roodgekleurd. De openingen van de voerbuisjes zijn zo klein dat er geen insecten bij kunnen en alleen de snavel van de kolibrie er doorheen kan. Sommige soorten eten ook insecten. De kolibrie moet de hele dag eten om voldoende energie te bekomen. Zelfs als het regent blijft de kolibrie doorvliegen, maar kan dan minder voedsel vinden omdat veel bloemen zich bij regen sluiten. Wanneer het langer dan een week aanhoudend regent, sterven veel kolibries door gebrek aan voedsel. De kolibrie slaapt alleen ’s nachts . Tijdens de slaap daalt de lichaamstemperatuur enkele graden om energie te besparen. Vergelijkbaar met de winterslaap bij beren.

Snelheid

De kolibrie kan door de zeer snelle vleugelslag (15 tot 80 slagen per seconde, afhankelijk van de grootte van de vogel) in de lucht stil blijven hangen. Door de snelle vleugelslag kan de kolibrie als enige vogel ook achteruit vliegen. Ze kunnen zelfs recht omhoog en recht omlaag vliegen. De ‘helikopter’ onder de vogels. Deze manier van vliegen vraagt echter zeer veel energie die verkregen wordt uit de suikers die in de nectar zitten. De universiteit van Californië onderzocht de snelheid van de (mannetjes) Anna-kolibrie (Calypte anna) tijdens een duikvlucht. Dit gebeurde met een camera die 500 frames per seconde maakt. Er werd gemeten dat ze per seconde 385 keer hun eigen lichaamslengte afleggen (een straaljager haalt 150 keer, maar is op den duur uiteraard sneller). Bij het afremmen, dat met het spreiden van de vleugels gebeurt, ontstaat er een druk van negen keer de zwaartekracht. Een mens zou bij deze druk het bewustzijn verliezen.

Leefgebied

De kolibrie leeft op heel veel verschillende plaatsen, er zijn er die op open plaatsen leven, gebieden met veel zon en in de woestijn, maar ook kolibries die in het koude hooggebergte leven, of in het tropisch regenwoud of andere vochtige streken. Ze komen alleen voor in Amerika, maar dan wel over het hele continent,
van Alaska tot in Vuurland.

Voortplanting

De kolibrie legt in twee dagen twee relatief grote, witte eieren die na 14-19 dagen uitkomen. De jongen worden gedurende 3-4 weken met insecten en nectar gevoed door de moeder. Deze voert tot 140 keer per dag de jongen, waarbij de lange snavel diep in de bek van het jong gestoken wordt. De vader verzorgt het nest niet en zorgt ook niet voor het grootbrengen van de jongen. Hij verdedigt wel het territorium tegen binnendringende soortgenoten. Daar kolibries zeer veel moeten eten, zijn de jongen altijd onbewaakt en vallen vaak ten prooi aan andere dieren zoals roofvogels,
katten en slangen.

Diabetes

De kolibrie wordt als beeldmerk ook gebruikt in de logo’s van het Diabetes Fonds en de Internationale Diabetes Federatie (IDF). De kolibrie is gekozen als logo, omdat het leven van dit vogeltje elementen bevat, waarmee ook een diabetespatiënt te maken heeft, zoals het zorgvuldig opnemen van voedsel. De omhoog vliegende kolibrie symboliseert het optimisme dat het wetenschappelijk onderzoek eens erin zal slagen het diabetesprobleem op te lossen. In oktober 1985 werd tijdens het jubileumcongres van de Diabetesvereniging Nederland (DVN) de kolibrie officieel erkend als internationaal symbool voor het wetenschappelijk onderzoek rond diabetes mellitus.

De kolibries zijn een familie vogels die behoren tot de gierzwaluwachtigen.  Er bestaan meer dan 300 soorten die bijna allemaal in Zuid-Amerika voorkomen.  De mannetjes zijn mooi gekleurd en glanzen, terwijl de vrouwtjes minder opvallen.  Hun snavel is bijna net zo lang als hun hele lijf.  Erg groot zijn de vogeltjes niet, amper 10 centimeter.   Er zijn kolibries met een gebogen snavel naar onder of naar boven.  Voor elke bloem die ze bezoeken past er wel een snaveltje in.  Zo maken de soorten weinig ruzie om een bloem.  In de nek hebben ze een zakje om hun nectar in te stoppen terwijl ze drinken.  Met hun lange snavel raken ze tot diep in de bloem.  Dan rolt het zijn lange tong uit die aan het topje gespleten is.  Door zich diep in de bloem te wringen blijft er veel stuifmeel aan het lijfje kleven.  En dat is dan weer goed voor de bloemen.

De kleinste kolibrie is de bijkolibrie en weegt maar 1.8 gram.  De grootste weegt 3 gram en is ongeveer 7 centimeter groot.  Ze worden ongeveer 15 jaar oud en keren elk jaar naar dezelfde broedplaats terug.

Sommige soorten kolibries eten ook insecten.  Het is nodig dat de vogeltjes de ganse dag eten om op kracht te blijven.  Zelfs als het regent zoekt hij verder naar eten.  Bloemen zijn bij regen gesloten en dan wordt het wel moeilijk voor hen.  Het gebeurt zelfs dat kolibries sterven als het te lang blijft regenen.

Het zijn echte kunstenaars in het vliegen.  Hun vleugeltjes slaan wel 15 tot 80 keer per seconde en kunnen zelfs gewoon in de lucht blijven hangen voor een bloem.  Het is de enige vogel die achteruit kan vliegen.  Ze kunnen ook recht omhoog en recht omlaag vliegen.  Sommigen noemen de kolibries de helikopter van de vogel.  Je vindt op vele plaatsen kolibries.  Op plaatsen met veel zon, in de woestijn, in de hoge bergen of in een regenwoud.

Het vrouwtje legt twee eitjes.  Dit zijn de kleinste eitjes onder alle vogels.  Tijdens drie weken worden ze gevoed met nectar en fijne insecten.  Tot 140 keer per dag wordt de snavel van mama diep in de bek van het kleintje gestopt.  Het enige wat de papa doet is het nest verdedigen tegen indringers.  De vijanden zijn katten, roofvogels en slangen.

enkele van de vele soorten kolibries : 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kolibries

zwaardkolibrie

sabelsnavelkolibrie

glanskolibrie

amazilia

mango

pluimbroekje

zonnekolibrie

bijkolibrie

robijnkeelkolibrie

Anna-kolibrie

Anna-kolibrie

vizierkolibrie

hoornkolibrie

saffierkolibrie

juweelkolibrie

violetoorkolibrie

draadkolibrie

briljantkolibrie

boself

glansstaartkolibrie

bergnimf

heremietkolibrie

koketkolibrie

schaarstaartkolibrie

inkakolibrie

breedstaartkolibrie

rosse kolibrie

sabelvleugel

doornsnavel

pluimkolibrie

smaragdkolibrie