Kagoes en Zonneral

Kagoes en Zonneral

https://nl.wikipedia.org/wiki/Eurypygiformes

Tot deze groep van vogels behoren de kagoe en de zonneral.  Het is een kleine groep die voorkomt in Nieuw-Caledonië.  Vroeger hoorden deze vogels bij de reigers en de kraanvogels.  Maar nu worden ze samen in een nieuwe groep gedeeld.  Sommige geleerden gaan nog niet akkoord met deze verdeling.

2 soorten :  

 

Kagoes

https://nl.wikipedia.org/wiki/Kagoes

Zonnerallen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zonnerallen

 

Kagoes

kagu-rhynochetos-jubatus-portrait

De kagoes (Rhynochetidae) zijn een familie van vogels  uit de orde Eurypygiformes. Tegenwoordig leeft er nog maar één soort, de kagoe (Rhynochetos jubatus), die enkel op het eiland Nieuw-Caledonië voorkomt. Daarnaast is er een grotere, fossiele soort bekend, Rhynochetos orarius.

De familie werd traditioneel gezien als een mogelijke verwant van de reigers en roerdompen (Ardeidae), maar modern DNA-onderzoek laat zien dat de kagoes een zustergroep zijn van de familie Eurypygidae met als enige levende soort de zonneral.
De zonneral en kagoes worden dan samen in de orde Eurypygiformes geplaatst die een zustergroep is van de nachtzwaluwen, gierzwaluwen en kolibries.

De kagoe is een soort vogel die samen met de zonneral één kleine familie vogels vormt.  Hij komt enkel voor in Nieuw-Caledonië.
Het is een grijze vogel met lange poten en een kuif.  Hij leeft vooral op de grond en heeft eigenlijk te zwakke vleugels en een te dik lijf om goed te kunnen vliegen.  Je ziet hem vaak op één poot staan terwijl hij rustig de grond begluurt naar prooien.  Dat zijn vooral insecten die tussen de bladeren kruipen.  Hij kan ook met zijn snavel prooien uitgraven.  Hierbij sluit hij zijn neus af met neusflapjes zodat er geen zand in zijn neusgaten komt.

De vogels worden 50 centimeter groot en bijna één kilogram zwaar.  Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben dezelfde kleur van veren.  De kuif wordt enkel rechtop gezet als er gevaar dreigt of als er een wijfje voorbij komt.  Het nest bouwen ze ook op de grond met allerlei kleine takjes.  Daarin leggen ze één ei.  De belangrijkste vijanden zijn katten en ratten die hun eieren roven.

 

Zonneral

zonneral-helias

De zonneral (Eurypyga helias) is een vogel uit de monotypische familie die tot de orde Eurypygiformes gerekend wordt. De familie telt één soort.

De zonnerallen  zijn een kleine familie vogels waar ook de kagoes bijhoren.  Vroeger werden deze vogels bij de kraanvogels gezien.  Eigenlijk zijn ze dichter familie van de nachtzwaluwen, gierzwaluwen en de kolibries.

Het zijn sierlijke vogels die ongeveer een halve meter groot worden.  Ze komen voor in Midden-Amerika en Zuid-Amerika.  Daar vind je ze langs oevers en plassen van het regenwoud.  Het zijn schuwe vogels die liever alleen leven, behalve tijdens het paren.  Ze leven van kleine vissen en insecten.  De vissen worden van op de waterkant op hun snavel gespietst.  Voor zijn vrouwtje zal het mannetje mooie dansjes doen waarbij hij zijn vleugels en staart spreidt.  Ze bouwen samen een groot nest waarin drie jongen worden groot gebracht.

Het nest wordt in een boom of een struik gemaakt.  Beide ouders broeden de eitjes mee uit die na 28 dagen uitkomen.  De jongen blijven drie weken in het nest voordat ze uitvliegen.  Zowel papa als mama helpen bij het broeden.

Taxonomie

De vogel lijkt op een beetje op een reiger of een kraanvogel. Het DNA-onderzoek van Hackett et al. (2008) biedt echter een heel andere blik op de verwantschap van dit dier. Het blijkt vrij nauw verwant aan de kagoe maar niet aan de andere groepen die traditioneel tot de kraanvogelachtigen gerekend worden. In plaats daarvan vormen zonneral en kagoe een zustergroep van de nachtzwaluwen, gierzwaluwen en kolibries.

Beschrijving

Deze sierlijke vogel is 45 cm lang. Het is een zeer schuwe vogel, die alleen of in paren leeft. Het voedsel bestaat uit kleine waterdiertjes, vissen en insecten, die hij in ondiep water wadend besluipt en met een snelle uitval aan de snavel spietst. Hij voert dansen uit en baltst in een dreigende houding met gespreide (bruingrijs met zwart getekende) vleugels en staart. Mannetje en wijfje bouwen het grote nest, dat een halfronde ingang heeft. De twee à drie jongen zijn bij het uitkomen al vrij ver ontwikkeld.

Het nest bevindt zich in een boom of struik en er worden 2 of 3 eitjes gelegd. Beide ouders bebroeden de eitjes, die na ongeveer 28 dagen uitkomen. De jongen blijven minstens 3 weken op het nest en worden daar door beide ouders gevoerd.

Verspreiding en leefgebied

Ze zonneral komt voor in Midden-en Zuid-Amerika van Guatemala tot in Brazilië. Voor de eeuwwisseling waren er ook waarnemingen uit het zuiden van Mexico (Chiapas). Het is een vogel van regenwoud met wat ondergroei, vaak in de buurt van rivieren en beken. Er worden binnen dit verspreidingsgebied drie ondersoorten onderscheiden:

E. h. helias De nominaat leeft oostelijk van de Andes in de regenwouden van het stroomgebied van de Orinoco en in het Amazonebekken.

E. h. major is een zonneralondersoort uit Midden- en Zuid-Amerika die voorkomt op grotere hoogtes tot in Ecuador.

E. h. meridionalis Deze ondersoort komt voor in Zuid- en Midden-Peru in subtropische midden- en hooggebergte tussen de 800-1830 m boven de zeespiegel.

De zonneral heeft een een ruim verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering. De grootte van de wereldpopulatie geschat op 0,5 tot 5 miljoen individuen. Er is aanleiding te veronderstellen dat de soort in aantal achteruit gaat. Echter, het tempo ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar). Daarom staat de zonneral als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN