Pauwen

De pauw

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pauwen

De pauw is een soort vogel die je bij ons vaak ziet.  Hij heeft een bijzonder mooie staart.  Het zijn hoendervogels en familie van de fazant, de kip en de patrijs.  Ze kunnen wel vliegen, maar niet zo lang en hoog.  Vooral de mannetjes hebben prachtige veren, de vrouwtjes zijn gewoon bruin.  Veel mensen houden graag pauwen omdat het zo een mooie siervogels zijn.   De veren werden vroeger vaak gebruikt om de hoeden van de dames te versieren.  Sommige mensen geloven dat het geluk brengt als je een pauwenveer vindt.  Pauwen eten allerlei planten, maar ook kleine dieren, zoals slangen.

De hanen hebben een staart in de vorm van lange sleep.  Aan het einde van elke veer zit een oog.  Zo een sleep bestaat wel uit 150 kleurige veren.  Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren, blijf je toch wel even kijken.  Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren.   Als een wijfje zin heeft, draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien.  Dan gaat de hen voor de haan liggen, die zijn staartveren in vouwt en met het wijfje paart.

Soms heeft een haan wel drie tot vijf vrouwtjes.  Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgt de moeder nog lange tijd voor het jong.   Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken.  Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest of zelfs op een gebouw.   Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.   De hen legt vier tot acht witte eieren.  Dan broedt ze ongeveer 28 dagen.  Jonge kuikentjes worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens.  Al snel krijgt het kleine pauwtje een verenkroontje op zijn kop.  Een sleepstaart krijgen de hanen pas als ze drie jaar zijn.  En als ze zes jaar zijn is hun staart volgroeid.  Als jonge pauwen honger hebben, tikken ze op de snavel van de moeder.  Dan geeft zij hen te eten.  Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze gevangen 20 tot 30 jaar oud worden.

Kenmerken

Ze vallen binnen de grote familie van de fazantvogels (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het vrouwtje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.

Geschiedenis

Ruim 4000 jaar geleden bereikte de pauw via Mesopotamië Europa. Oorspronkelijk werden ze vanwege hun schoonheid in parken en tuinen gehouden, maar al gauw werd gebraden pauw een culinair statussymbool. Daarnaast waren de veren zeer gewild als ‘droogboeket’ of versiering van dameshoeden. Pauwen komen voor in oeroude volksverhalen, daarin horen pauwen bij de liefde en bij de goden. Veel mensen geloven dat het geluk brengt een pauwenveer te vinden. Een bekend verhaal over de veren van de pauw komt uit de Griekse mythologie.

Zeus de oppergod was niet bepaald een trouwe echtgenoot. Toen Hera, zijn vrouw, achter zijn relatie met Io kwam, veranderde ze haar in een koe, sloot haar op in een grot en liet haar bewaken door Argus, een reus met honderd ogen. Zeus had medelijden met Io en stuurde Hermes op pad met de opdracht haar te bevrijden. Hermes besloot Argus in slaap te sussen met verhaaltjes. Toen dat eenmaal gebeurd was, doodde hij de reus en bevrijdde Io. Hera was woest vanwege het verlies van haar trouwe dienaar, en schonk zijn ogen aan haar lievelingsdier, de pauw.

In het Keizerrijk China en in Mandsjoerije was een pauwenveer op de hoed een hoge onderscheiding.

Voeding

Van nature eten pauwen zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Hoofdvoer zijn granen en zaden en speciale voerkorrels voor siervogels. Onkruiden, fruit en groente zijn geschikt als bijvoedsel. Net als andere hoenderachtigen zal het dier insecten en wormen niet versmaden, terwijl hij ook andere dieren, zoals kleine slangen, eet als ze beschikbaar zijn.

Het nut van de veren

De hanen van beide soorten hebben een lange sleep, bestaande uit de sterk verlengde staartdekveren, die aan hun uiteinde een pauweoog vertonen. De sleep bestaat uit zo’n 150 kleurige veren. Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren, zijn deze veren het duidelijkst te zien. Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Als een wijfje interesse toont, draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien. Nadat dit zich een aantal malen heeft herhaald, gaat de hen tenslotte voor de haan liggen, die zijn staartveren invouwt en met het wijfje paart. Op die manier verzamelen de mannetjes twee tot vijf wijfjes om zich heen en paren met hen.

Bij de Blauwe Pauw zorgt het wijfje alleen voor haar jongen. De groene pauw echter leeft in kleine groepjes bestaande uit de haan, zijn harem en de jongen. Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgt de moeder nog lange tijd voor de jongen. Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.

Het pauwenjong

Het hennetje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. Kuikens worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Al snel krijgt de jonge pauw een verenkroontje op zijn kop. Een sleepstaart krijgen de hanen pas na het derde jaar, en deze is pas volgroeid als hij 6 jaar oud is. Dit weerhoudt de jonge haantjes er niet van om zich al meteen te oefenen in het pronken. Daarbij zetten ze hun korte staartveren op. Ook jonge hennen vertonen soms deze houding. Als jonge pauwen honger hebben tikken ze op de snavel van de moeder, waarna ze gevoed worden. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.

Verspreiding

Wilde pauwen leven in de oerwouden van tropisch Azië. Ze verblijven het liefst dicht in de buurt van water. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 4 soorten:

De blauwe pauw (Pavo cristatus) leeft in India. De lengte van de haan 180 – 230 cm. waarvan de sleep 140 tot 160 cm. bedraagt. Hen 90 – 100 cm. Als de blauwe pauw 3 jaar is, is hij geslachtsrijp. Broedduur: ± 28 dagen. Ze vliegen uitstekend en rusten graag op een hoge plaats.

blauw pauw

De groene pauw (Pavo muticus) leeft in Maleisië, Indochina en het eiland Java. Kenmerken van de groene pauw: Grote schubvormige veerpatronen op de hals. Groene pauwen zijn veel schuwer dan blauwe pauwen en laten zich in tegenstelling tot de blauwe soort zelden in de buurt van menselijke woningen zien. Bovendien zijn groene pauwen niet zo goed bestand tegen de winter.

groene pauw

De Congopauw (Afropago congensis) is een derde soort, die voorkomt in de regenwouden, in het stroomgebied van de Kongo, maar niet uit de Pavo-familie stamt.

pauw

In gevangenschap blijken blauwe en groene pauwen gemakkelijk te kruisen. Veel gehouden kweekrassen van de blauwe pauw zijn de witte pauw (bruidspauw), de bonte of gevlekte pauw en de zwartvleugelpauw.

Witte pauw

Witte pauwen

https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Witte_Pauwen

Uit het oerwoud

In het wild leven pauwen in de oerwouden van tropisch Azië. Ze zijn graag in de buurt van water. Er zijn drie soorten pauwen: de blauwe pauw, de groene pauw en de Congopauw. De pauw die door mensen wordt gehouden is de blauwe pauw. Deze komt van oorsprong uit India. De witte pauw is een kweekras van de blauwe pauw. Vanwege zijn spierwitte verenkleed wordt hij ook wel ‘bruidspauw’ genoemd.

Eerste siervogel

Al 4.000 jaar geleden bereikte de pauw via Mesopotamië (het centrum van het huidige Irak) Europa. Het is waarschijnlijk de eerste siervogel die door mensen werd gehouden. Zijn adembenemende schoonheid maakte het een geschikte vogel voor tuinen en parken. Met de veren werden dameshoeden en bloemstukken versierd. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer.

Versieren

De mannetjespauw (haan) staat bekend om zijn uitbundige staart. Deze bestaat uit sterk verlengde veren die in rust vlak over de grond slepen, net als de sleep van een bruidsjurk. Het uiteinde van de staartveren heeft een kleurig ‘pauwenoog’. De haan zet zijn staart op om indruk te maken op de vrouwtjes (hennen). Als het versieren lukt, draait de haan zich met zijn rug naar de hen. Deze moet dan om de haan heen lopen. Zo krijgt ze een nog beter beeld van zijn verenpracht. De paartijd is tegen het eind van de winter.

In de rui

Eens per jaar gaat de pauw twee weken in de rui om de veren van zijn staart te vernieuwen. Dat gebeurt in de zomer. In het najaar en de winter groeien zijn staartveren weer aan zodat ze op tijd klaar zijn om opnieuw een vrouwtje te versieren. De sleep van de pauw bestaat uit wel 150 veren. Als je zo’n veer vindt, brengt dat geluk. Tenminste, dat denken veel mensen.

Broeden

Het nest van de pauw maken de haan en de hen samen, meestal in een kuiltje op de grond tussen de struiken. Een nest in een boom komt ook voor. Het paartje bedekt het nest met dorre bladeren of gras. Nadat de eieren zijn uitgekomen zorgt de hen voor de kuikens. Jonge pauwen bedelen bij de hen om voedsel door tegen haar snavel te tikken.

Verenkroontje

Bij de meeste vogels hebben de kuikens dons als ze uit het ei komen. Pauwenkuikens hebben geen dons, maar echte veertjes. Ze krijgen al snel een verenkroontje op hun kop. Zowel de hanen als de hennen hebben zo’n kroontje. Hanen krijgen pas na het derde jaar een sleepstaart. Als ze 6 jaar oud zijn, is hun staart volgroeid en kunnen ze vrouwtjes gaan versieren.

Hoog hok

Pauwen zijn flinke vogels. Ze moeten dus een groot hok hebben, minstens 45 vierkante meter. De zitstok moet plat zijn, niet rond. Als de pauw zijn tenen om de stok klemt, bestaat bij vorst het gevaar dat ze bevriezen. De hoogte van het hok moet minstens 2 meter zijn, zodat de staart van de mannetjespauw van de grond blijft als hij op stok zit. Bij voorkeur is een deel van het hok overdekt.

Alleseters

Pauwen voeden zich met wat ze op de grond kunnen vinden: zaden en ander plantenmateriaal, maar ook slakken, insecten en wormen. Met hun grote poten krabben ze over de grond. Ook nemen pauwen graag een zandbad. Dat helpt bij de bestrijding van ongedierte tussen de veren.

Maagkiezel

In het wild krijgen pauwen tijdens het eten kleine steentjes binnen. Deze helpen bij het vermalen van voedsel in de maag. Door vermaling ontstaan kleine brokjes voedsel waar de spijsverteringssappen goed bij kunnen. Dan worden de voedingsstoffen er goed uitgehaald. Aan pauwen in gevangenschap en bij gebrek aan kleine steentjes geeft men zogenoemd ‘maagkiezel’. Dit heeft dezelfde functie als de steentjes en houdt de darmen gezond.

Weetje

De pauwenhaan kan heel hard schreeuwen. Zijn roep hoor je al vanuit de verte. De pauwenhen maakt een veel zachter geluid.

Pauw in getallen

Land van herkomst India
Lengte mannetje 180-230 centimeter, waarvan staartlengte 140-160 centimeter
Lengte vrouwtje 90-100 centimeter
Gewicht maximaal 4 kilogram
Aantal eieren 4-8
Broedtijd 28 dagen
Levensverwachting 20-30 jaar