Steltloperachtigen

Steltloperachtigen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Steltloperachtigen

De steltloperachtigen (Charadriiformes)
zijn een grote en vrij gevarieerde orde van vogels, die onder andere de steltlopers, alken, zeekoeten, meeuwen, sterns, kluten, jagers, plevieren en kieviten omvat.

Steltlopers zijn een groep vogels die in moerassen leven of plaatsen die vaak onder water staan.  Vooral langs de kust zal je deze vogels vinden.  Ze ploeteren dan lekker in de modder.  Hieronder kan je zien dat we de steltlopers in verschillende groepen kunnen verdelen.  Het zijn allemaal echte watervogels.

Ze hebben een verschillend gevormde snavel.  De snavel is aangepast aan wat de vogel eet.  Sommigen hebben lange snavels om in het zand op het strand te boren.  Ze zien ook waar ze precies moeten zoeken, omdat vele bodemdiertjes sporen achterlaten.  Met de punt van hun snavel kunnen ze voelen en proeven.  Ze kunnen wormen en schelpjes in zijn geheel naar boven trekken.  Er zal geen stukje blijven zitten in de grond.

Alken en meeuwen zijn ook vogels die bij deze groep horen, maar vooral de alken hebben geen lange poten.

Sommige steltlopers gebruiken vooral hun ogen om goed te speuren naar een lekkere prooi.  Hun snavel gebruiken ze dan gewoon om wat te tikken op het zand.  Zelf in de nacht zien ze goed genoeg.  Het maanlicht helpt hen hierbij.

Hun hoge poten lijken wat op stelten.  Door hoog op hun poten te staan, kunnen ze de bodem goed onderzoeken.  Of zelfs lange tijd stilstaan in het water om hun prooien te foppen.  Maar niet alle steltlopers hebben hoge poten.

Het zijn ook vogels die grote afstanden kunnen afleggen.  Ze trekken over de oceaan naar andere landen.

Ze foerageren op insecten, wormen, weekdieren en kreeftachtigen; soms ook op plantaardig materiaal, kleine visjes, etc. Veel steltlopers hebben daarom een aangepaste snavel. Ze kunnen, zelfs met een dichte snavel, de uiteinden enigszins als een pincet opensperren. Bovendien is bij deze soorten de snavelpunt bezet met kleine tastlichaampjes. Deze dienen om bij het onderzoek van de bodem prooi op te sporen.

 

Taxonomie

De orde wordt onderverdeeld in de volgende families:

familie Alcidae (Alken)

familie Burhinidae (Grielen)

familie Charadriidae (Plevieren)

familie Chionididae (IJshoenders)

familie Dromadidae (Krabplevieren)

familie Glareolidae (Renvogels en vorkstaartplevieren)

familie Haematopodidae (Scholeksters)

familie Ibidorhynchidae (Ibissnavels)

familie Jacanidae (Jacana’s)

familie Laridae (Meeuwen)

familie Pedionomidae (Trapvechtkwartels)

familie Pluvianellidae (Magelhaenplevieren)

familie Pluvianidae (Krokodilwachters)

familie Recurvirostridae (Steltkluten en kluten)

familie Rhynchopidae (Schaarbekken)

familie Rostratulidae (Goudsnippen)

familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen)

familie Stercorariidae (Jagers)

familie Thinocoridae (Kwartelsnippen)

familie Turnicidae (Vechtkwartels)