Haasachtigen en Fluithazen

De haasachtigen zijn een groep zoogdieren die twee families kent.  Het zijn de hazen en de konijnen.  En de andere groep zijn de fluithazen en de pika’s.  Eigenlijk horen ze ook wat bij de knaagdieren.  Ze leven al miljoenen jaren op onze aarde.  Het zijn echte planteneters die zelfs hun eigen keutels durven opeten.  Zo gaat er zeker niets verloren.

Waarom horen ze dan niet bij de knaagdieren ?  Dat komt door de vorm van hun gebit en de manier hoe ze eten.  De haasachtigen draaien rondjes met hun kaken.  Ze hebben ook korte staarten en neusgaten die ze kunnen openen en sluiten.  De knaagdieren schuiven hun onderkaak van achter naar voren bij het eten.

2 families  

haasachtigen :

Fluithazen:

_____________________________________________________________________

Haasachtigen: Konijnen en hazen zijn geen knaagdieren zoals de eekhoorn, hamster, bever, rat of muis. Ze vormen een aparte diergroep: de haasachtigen. Konijnen en hazen worden ook wel dubbeltandigen genoemd. Dat komt omdat vlak achter de grote snijtanden in de bovenkaak een paar mini-snijtanden zitten. Knaagdieren hebben deze extra tandjes niet. Maar er zijn meer verschillen. Zo hebben hazen en konijnen een gespleten bovenlip, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld eekhoorns gebruiken haasachtigen nooit hun voorpoten om er voedsel mee vast te houden. Wereldwijd bestaan er 62 verschillende soorten hazen en konijnen. In Nederland komen twee soorten haasachtigen voor: het wilde konijn en de Europese haas. Deze dieren lijken veel op elkaar, maar het zijn aparte soorten. Ze kunnen samen geen gezonde jongen krijgen. In Nederland worden ook veel tamme konijnen als huisdier gehouden. Dat gebeurt al heel lang. Al in de zestiende eeuw. Sinds de negentiende eeuw lukte het fokkers om allerlei rassen te creëren. Zo ontstond in Gent bijvoorbeeld de Vlaamse Reus, die tot negen kilo kan wegen. Konijnen van verschillende rassen kunnen wel met elkaar paren en gezonde jongen krijgen. Ze behoren tot dezelfde soort.

Haasachtigen zijn zoogdieren. Er bestaan 62 soorten en ze komen overal ter wereld voor. Oorspronkelijk kwamen ze niet voor in Australië, Madagaskar en Nieuw-Zeeland, maar de mens heeft ze ook in deze streken geïntroduceerd. In tegenstelling tot de knaagdieren hebben haasachtigen twee paar snijtanden in hun bovenkaak. Hierdoor vormen haasachtigen een eigen orde ingedeeld en worden ze niet bij de knaagdieren ingedeeld. Terwijl onze haas vooral in het veld leeft, heeft het wezenlijk kleinere wilde konijn een voorkeur voor gebieden met kleine rotsen of bosjes omdat hij zich daar goed kan verstoppen. In een hol, dit bestaat uit diep gelegen gangen, leeft steeds maar één konijnenpaartje. Overdag verblijven de konijnen meestal in hun hol. In de schemering verlaten ze het hol en gaan ze rustig, maar altijd voorzichtig, op zoek naar voedsel. Wilde konijnen kunnen vanaf het voorjaar tot de herfst ongeveer om de vijf weken vier tot twaalf jongen baren. Deze worden in een met buikwol beklede ruimte ter wereld gebracht. De eerste dagen zijn ze nog blind. De moeder zoogt de jongen tot de volgende worp en laat ze in die periode maar zelden alleen. Wegens hun voorliefde voor boomschors kunnen konijnen hele aanplantingen vernietigen. Onze tamme konijnen zijn nakomelingen van de wilde konijnen. Bijzondere gefokte soorten zoals het angorakonijn, hebben een bijzonder zachte en zijdeachtige vacht. Van deze vacht worden hele fijne weefsels gemaakt.

De haasachtigen bestaat uit 2 families:

  1. De Hazen en Konijnen (Leporidae)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Haas_(dier)

Hazen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Konijn_(dier)

Konijnen

696px-Feldhase_Schiermonnikoog konijnen

2. De Fluithazen of Pika’s (Ochotonida

https://nl.wikipedia.org/wiki/Fluithazen

800px-Tibetan_Hamster

—————————————————————————

  1. Familie Leporidae (Hazen en konijnen)
    1. Geslacht Brachylagus (Dwergkonijn)
    2. Geslacht Bunolagus (Hottentothaas)
    3. Geslacht Caprolagus (Bengaals konijn)
    4. Geslacht Lepus (Echte hazen)
    5. Geslacht Nesolagus (Gestreepte konijnen)
    6. Geslacht Oryctolagus (Konijn)
    7. Geslacht Pentalagus (Amamikonijn)
    8. Geslacht Poelagus (Midden-Afrikaans konijn)
    9. Geslacht Pronolagus (Rode rotshazen)
    10. Geslacht Romerolagus (Vulkaankonijn)
    11. Geslacht Sylvilagus (Katoenstaartkonijnen)
  1. Geslacht Brachylagus (Dwergkonijn) Brachylagus Idahoenis. Het Pygmee konijn of Dwergkonijn is een Noord Amerikaans konijn en heeft grote verschillen met zijn soortgenoten. Dit is het kleinste konijn ter wereld met een gewicht tussen de 375 en 500 gram met een lichaamslengte tussen de 23.5 en 19.5cm. Voedsters zijn iets groter dan de rammen. Het heeft korte kleine oren, korte achterpoten en geheel grijs gekleurd zonder wit. Dit konijn leeft op een hoogte tussen de 1370 en 1600 meter. Voeding bestaat uit verschillende grassen, onkruiden en bomen. Leefomgeving is een plek waar dichte begroeiing is voor schuilen en voldoende voedsel. Zij leven in holen met gangen.
  2. Geslacht Bunolagus (Hottentothaas) Riverine Rabbit of Bushman konijn is 1 van de meest zeldzame en met uitsterven bedreigd zoogdier in de wereld. Niet meer dan 200 exemplaren zijn levend in Zuid-Afrika. Dit konijn heeft een zeer kleine verspreiding en is alleen te vinden in centraal en de zuidelijke Karoo woestijn in Zuid Afrika.  Het Riverine konijn heeft een zwarte streep van de mondhoek naar de kaak. De pels is bruin met een creme gekleurde buik en hals. De staart is lichter bruin met een zwarte punt. Hen voeding bestaat vooral uit Boegoe een inheems gewas en struikgewas.
  3. Geslacht Caprolagus (Bengaals konijn) Caprolagus hispidus. Het Hispid of Assam Rabbit leeft in Zuid-Asië en vind zijn oorsprong in de zuidelijke bergen van de Himalaya. Door de toenemende landbouw heeft dit konijn het moeilijk om een definitieve leefomgeving te vinden. Hierdoor zijn groepen uit elkaar verdreven over verschillende plekken. Het Hispid konijn heeft een harde en borstelige pels waar het zijn naam aan te danken heeft. De oren zijn kort de pels heeft een donkerbruine kleur op de rug als gevolg van een mengeling van zwarte en bruine haren. De borst en staart is bruin. De buik is wit. Gewicht is tussen de 1.8 en 2.6 kg. De kop is breed met een lange neusbrug. Ze leven in hoger gelegen grasland gebieden en nemen hun toevlucht in moerassige gebieden of grasvelden gelegen aan oevers tijdens het droge seizoen.
  4. Geslacht Lepus (Echte hazen) Haas en Jack Rabbits kent 10 soorten waarvan 32 ondersoorten De echte hazen (Lepus) zijn een geslacht van haasachtige dieren uit de familie der hazen en konijnen (Leporidae). Het is met ongeveer dertig soorten het grootste geslacht uit de familie, en tot dit geslacht behoren de grootste leden uit de familie. Tot het geslacht behoren onder andere de Europese haas (Lepus europaeus), de sneeuwhaas (Lepus timidus), de Amerikaanse haas (Lepus americanus) en de Kaapse haas (Lepus capensis), en de ezelhazen, waarvan de zwartstaarthaas (Lepus californicus) de bekendste is. Hazen komen van nature voor in bijna geheel Europa, Azië, Afrika en in Noord-Amerika zuidwaarts tot Mexico. In Australië, Nieuw-Zeeland en Argentinië leven uitgezette Europese hazen. De meeste soorten leven op open terrein, zoals woestijnen, grasvlakten en toendra’s. Er zijn ook soorten die bij voorkeur in bossen leven, zoals de Amerikaanse haas. Anders dan andere haasachtigen, zijn echte hazen langeafstandsrenners. Bij gevaar zullen ze eerder proberen de achtervolgers te ontlopen, terwijl andere haasachtigen in een korte sprint vluchten naar schuilplaatsen, als dicht struikgewas of ondergrondse holen. Sommige soorten echte hazen kunnen bij deze achtervolgingen snelheden van wel 72 km/u behalen. Als aanpassing aan dit leven hebben de echte hazen vrij lange poten, een licht skelet, een groot hart en longen en rode spiervezels. Ook hebben echte hazen een gecamoufleerde, rood, geel- of grijsbruine vacht. Door zich tegen de grond aan te drukken, worden ze minder snel opgemerkt. Ze blijven vaak tegen de grond aangedrukt liggen tot het roofdier zeer dichtbij is, waarna het dier wegvlucht. De buikzijde is lichter van kleur, de onderzijde van de staart is meestal wit van kleur, met een donkere bovenzijde. Echte hazen worden tussen de 40 en 76 centimeter lang en 1,2 tot 5 kilogram zwaar. De staart is 3,5 tot 12 centimeter lang. De oren en poten zijn vrij groot. Echte hazen graven over het algemeen geen hol, maar rusten in een “leger”, een lager gelegen ligplaats in de grond of in de vegetatie. Deze legers kunnen door meerdere generaties worden gebruikt, of zijn slechts tijdelijk. Er zijn echter wel enkele soorten bekend die holen graven om te schuilen voor extreme temperaturen. Echte hazen zijn over het algemeen solitaire dieren. Meestal wordt alleen het gebied in de directe omgeving verdedigd tegen andere indringers, maar meestal overlappen woongebieden en op voedselgronden kunnen soms meerdere dieren samen worden waargenomen. Het zijn allen planteneters, die leven van grassen en kruiden, aangevuld met landbouwgewassen, twijgen, schors, stengels en zaden. Jongen worden na een draagtijd van 37 tot 50 dagen geboren in een leger. Het zijn nestvlieders, wat betekent dat ze volledig ontwikkeld ter wereld komen, volledig behaard, met geopende ogen en al in staat om te lopen. Overige haasachtigen worden hulpeloos en blind geboren. Gemiddeld krijgt een hazenmoeder zo’n acht tot tien jongen per jaar, in één (in het hoge noorden) tot acht worpen (in gebieden dicht bij de evenaar). Soorten hazen: Allenezelhaas (Lepus alleni) Amerikaanse haas (Lepus americanus) Poolhaas (Lepus arcticus) Japanse haas (Lepus brachyurus) Zwartstaarthaas (Lepus californicus) Witflankhaas (Lepus callotis) Kaapse haas (Lepus capensis) Cantabrische haas (Lepus castroviejoi) Yunnanhaas (Lepus comus) Koreahaas (Lepus coreanus) Corsicaanse haas (Lepus corsicanus) Europese haas (Lepus europaeus) Ethiopische haas (Lepus fagani) Mexicaanse haas (Lepus flavigularis) Iberische haas (Lepus granatensis) Abessijnse haas (Lepus habessinicus) Hainanhaas (Lepus hainanus) Zwarte ezelhaas (Lepus insularis) Mantsjoerijse haas (Lepus mandshuricus) Savannehaas (Lepus microtis) Zwartnekhaas (Lepus nigricollis)

Tibetaanse haas (Lepus oiostolus)

Alaskahaas (Lepus othus)

Birmaanse haas (Lepus peguensis)

Struikhaas (Lepus saxatilis)

Chinese haas (Lepus sinensis)

Ethiopische hooglandhaas (Lepus starcki)

Lepus tibetanus

Sneeuwhaas (Lepus timidus)

Tolaihaas (Lepus tolai)

Prairiehaas of witstaarthaas (Lepus townsendii)

Jarkandhaas (Lepus yarkandensis)
5. Geslacht Nesolagus (Gestreepte konijnen) 2 ondersoorten waarvan de Nesolagus timminsi en de Sumatran Nesolagus netscheri.  Nesolagus timminsi: Annamite Stripped Rabbit leeft aan de grens van Vietnam en Laos. Het konijn heeft een met rood gestreepte pels op de flanken. Deze soort is onlangs ontdenkt door wetenschappers en nauw verwant aan de Sumatran stripes rabbit. Nesolagus Netscheri: Sumatran striped rabbit of Sumatra short-eared rabbit of Samatran rabbit leeft alleen in de bossen van de Barisan bergen en het westen van Sumatra, Indonesie, op een hoogte van 600-1400m. Dit konijn is ongeveer 40cm groot met een grijs gestreepte pels. De staart en romp zijn rood en aan de onderzijde wit. In de nacht rusten zij in shuilplaatsen van andere dieren. Ze eten takken en bladeren.

6. Geslacht Oryctolagus (Konijn) Oryctolagus cuniculus is het Europees konijn dat zijn oorsprong kent in zuidwest Europa met name Spanje en Portugal en het Noord-West Afrika, Marokko en Algerije. Het Europees konijn is de stamvader van onze huidige konijnenrassen. Het Europees konijn staat bekend om zijn holen en gangen. Dit konijn is grijs/bruin met soms een zwarte ticking en heeft een gemiddeld gewicht tussen de 1.3 en 2.2kg. Lange oren en achterpoten en een kort staartje. Ze hebben goed ontwikkelde tenen met sterke nagels. Hun leefomgeving is vaak aan de rand van een bos waar zij zowel in het open veld als in de begroeing tussen de bomen hun voedsel vinden en wonen. Voedsel bestaat uit grassen, onkruiden, takken, schors, boomvruchten en wortels van gewassen.

Grote konijnen soorten – Vlaamse reus – Lotharing – Franse hangoor

Middel grote konijnen soorten – Groot chinchilla – Groot zilver – Wener – Zilvervos – Thüringer – Alaska – Beige – Duitse hangoor – Nieuw Zeelander – Belgische haas – Van beveren – Japanner – Sallander – Gouwenaar – Marburger Feh – Engelse Hangoor – Californian – Witte van Hottot – Eksterkonijn – Papillon – Luchs – Deilenaar – Gele van Bourgondië – Meissner Hangoor – Rode Nieuw Zeelander – Rijnlander – Havana – Parelfeh – Marter

Konijnenrassen met bijzondere haarstructuren – Rex – Angora – Satijn – Voskonijn

Kleine konijnenrassen – Klein chinchilla – Klein lotharinger – Donkergrannen – Tan – Thrianta – Hollander – Klein Zilver – Hulstlander – Rus

Dwerg konijnenrassen – Nederlandse hangoor dwerg – Pool roodoog – Pool blauwoog – Kleurdwerg – Haasdwerg

Niet erkende konijnenrassen – Leeuwenkop – Peking Widder – Teddy Widder

7. Geslacht Pentalagus (Amamikonijn) Amami Rabbit of Ryukyu Rabbit, een primitief konijn met een donkere kleur. Afkomstig uit Japan. Een levens fossiel welke op het vaste land is uitgestorven. Enkele exemplaren leven nog op 2 kleine eilanden. Geschat wordt dat er op het Amami-eiland tussen de 2000 en 4800 en op het Tokuno eiland nog tussen de 120 en 300 Amami konijnen leven. Het Amami konijn heeft korte benen en voeten met grote gebogen klauwen, die gebruikt worden voor het graven en klimmen. Het lijf is rond, grof en gedrongen. De oren zijn is vergelijking met het lichaam klein en soortgenoten.  Dit konijn heeft een dikke pels met veel onderhaar, donker bruin met op de flanken rood. De ogen zijn ook klein in vergelijking met soortgenoten. Gewicht is tussen de 2.5 en 2.8kg. Het habitat bevind zich in volwassen of jong bos waar zij de begroeing gebruiken als bescherming en aanbod voor hun voeding. Ze eten grote hoeveelheden van het overjarig gras en kruiden.

8. Geslacht Poelagus (Midden-Afrikaans konijn) Poelagus marjorita of Bunyoro Rabbit leeft in centraal Afrika.  Het Midden-Afrikaans konijn (Poelagus marjorita) is een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door St. Leger in 1929.

9. Geslacht Pronolagus (Rode rotshazen) Red Rock Heres is een haas en kent vier ondersoorten (officeel 3) welke leven in Afrika. De Natal Red Rock Hare (Pronolagus crassicaudatus) Jameson’s Red Rock Hare ( Pronolagus randensis), Smith’s Red Rock Hare (Pronolagus rupestris) en de Hewitt”s Red Rock Hare (Pronolagus saundersiae) Waarvan de laatste formeel Pronolagus rupestris is.

10. Geslacht Romerolagus (Vulkaankonijn) Romerolagus diazi. De Vulcano Rabbit of Teporinge en Zacatuche is een klein konijn dat leeft in de bergen van Mexico. Het is het op 1 na kleinste konijn op het Pygme konijn na. Het heeft kleine ronde oren, korte poten met een dikke pels en weegt tussen de 390 en 600 gram. Verwachte leeftijd is 7 tot 9 jaar. Het Vulcano konijn leeft is groepen van 2 tot 5 dieren in ondergrondse holen met tunnels. Door de boskap in Mexico is het Vulcano konijn verdreven van zijn orginele leefomgeving. Het leeft op een hoogte van 2800 en 4250 meter hoogte in een naaldbos met een dichte onderbegroeing. De voeding bestaat voornamelijk uit gras, onontwikkelde bladeren van stekelige kruiden en de schors van meerjarige bomen.

11. Geslacht Sylvilagus (Katoenstaartkonijnen) Cottontail rabbit kent 16 ondersoorten welke verspreid zijn over Noord-Amerika, Noord-en Midden Zuid Amerika. Ze lijken uiterlijk veel op het Europese konijn. De meeste Cottontails hebben zijn aan de onderkant van hun staart wit wat hun deze naam heeft gegeven. Ook het Europese konijn heeft een witte onderkant aan de staart. Cottontails hebben een grotere weerstand tegen Myxomatose dan het Europese konijn.

2. De Fluithazen of Pika’s (Ochotonidae) Fluithazen of pika’s (Ochotonidae) behoren tot de haasachtigen (Lagomorpha) en hebben korte, brede oren. Ze lijken enigszins op lemmingen of marmotten.

800px-Tibetan_Hamster

Ze komen zowel in het bergland voor (in de Himalaya tot op 6000 meter), als in wouden en steppen van Azië en Noord-Amerika. Slechts de dwergpika leeft ook tegenwoordig nog in Oost-Europa. Vroeger strekte zijn verspreidingsgebied zich uit tot in Engeland. Toentertijd leefden overigens ook nog andere soorten in Europa. Tegenwoordig leven er nog ongeveer 28 soorten van het geslacht Ochotona. Het verwante geslacht Prolagus op Sardinië is pas uitgestorven in het Holoceen. De familie van de fluithazen behoort tot de orde van de haasachtigen en de verschillende soorten komen verspreid over bergachtige gebieden in westelijk Noord Amerika en centraal en noordelijk Azië. Een fluithaas is een relatief klein, compact dier (125-300 mm lichaamslengte, 100-200 gewicht), geen zichtbare staart, met korte ronde oren en korte poten. De vacht is meestal grijs tot bruin van kleur. Er is geen uiterlijk verschil tussen een mannetje en vrouwtje. Het vrouwtje krijgt 3 tot 5 keer per jaar jongen; 1 tot 13 per keer. Hoe fluithazen met elkaar leven verschilt sterk per soort; het leven als solitaire individu tot het leven in grote kolonies. Een fluithaas komt meestal voor op open vlakten en steppes. Het dier verplaatst zich met een hollend gangetje, niet hoppend zoals hazen en konijnen, en het leeft overdag. Ondanks de vaak koude omstandigheden waarin het dier verkeert, schijnt het geen winterslaap te houden. Het voedsel bestaat uit grassen, zegges, vele bloeiende planten en soms dierlijk materiaal. Fluithazen hebben 2 fluitgeluiden: een korte als alarmsignaal en ter verdediging van het territorium en daarnaast een soort melodietje. Dat wordt voornamelijk door het mannetje tijdens paartijd gezongen maar ook door beide geslachten tijdens de herfst. De hoge, snerpende fluittoon die het dier als waarschuwingssignaal produceert is juist dat geluid dat het voor de mens vaak mogelijk maakt om het dier te spotten; als het stil blijft zitten gaat het gemakkelijk op in zijn omgeving. In Noord Amerika komen twee soorten voor: de Amerikaanse fluithaas (Ochotona princeps) en de collared pika (Ochotona collaris). De laatste komt voor in het zuidoosten van Alaska, vrijwel geheel Yukon en het westen van Northwest Territories. Het leefgebied van de Amerikaanse fluithaas is iets lastiger te beschrijven, maar omvat grofweg gebieden rondom de Rocky Mountains en de Sierra Nevada. De Amerikaanse fluithaas is een gemiddeld grote fluithaas (162 tot 216 mm lichaamslengte), met net als andere soorten korte oren, een eivormig lijf en geen zichtbare staart. Het dier is ongeveer een derde van de periode met daglicht actief buiten het hol en houdt zich dan bezig met voedsel zoeken en opslaan, surveilleren en het territorium verdedigen. Een vrouwtje kan 2 nesten per jaar krijgen en is na de geboorte van de jongen meteen weer vruchtbaar. Het eerste nest wordt meestal ongeveer een maand voor het smelten van de sneeuw verwekt; het zogende vrouwtje heeft dan een overvloed aan vers voorjaarsgras. Gemiddeld bestaat het nest uit 2 tot 4 jongen, die de eerste 18 dagen volledig van hun moeder afhankelijk zijn. Daarna vertonen ze een enorme ontwikkelingsspurt en bereiken ze na 3 maanden de volwassen grootte. Als de fluithaas op zoek is naar voedsel dan is dat om het meteen op te eten of om het op te slaan. Tijdens de zomer stapelt het dier voedsel op open plekken of onder rotsen als voorraad voor extreme weersomstandigheden in de winter. Hier kan het dier echter niet de winter mee doorkomen; ook dan moet het nog voedsel zoeken. De Amerikaanse fluithaas komt vrij algemeen voor maar volgens de brochure “Climate change in National Parks” van de NPS loopt de populatie in Yosemite NP het gevaar om uit te sterven. In de bergen worden de temperaturen als gevolg van opwarming steeds hoger waardoor de fluithaas het steeds hogerop moet zoeken. Uiteindelijk, als dit doorgaat, komen ze in de situatie dat ze niet meer hoger kunnen.

Familie: Ochotonidae (fluithazen, pikas) – Ochotona alpina (alpine fluithaas) – Ochotona argentata (zilver fluithaas) – Ochotona cansus (Gansu pika) – Ochotona collaris (collared pika) – Ochotona curzoniae (black-lipped pika) – Ochotona dauurica (Daurian pika) – Ochotona erythrotis (Chinese rode fluithaas) – Ochotona forresti (Forrest’s pika) – Ochotona gaoligongensis (Gaoligong pika) – Ochotona gloveri (Glover’s pika) – Ochotona himalayana (Himalayan pika) – Ochotona hoffmanni (Hoffmann’s pika) – Ochotona huangensis (Tsing-ling pika) – Ochotona hyperborea (noorder fluithaas) – Ochotona iliensis (Ili pika) – Ochotona koslowi (Kozlov’s pika) – Ochotona ladacensis (Ladak pika) – Ochotona macrotis (large-eared pika) – Ochotona muliensis (Muli Pika) – Ochotona nigritia (zwarte fluithaas) – Ochotona nubrica (Nubra pika) – Ochotona pallasi (Pallas’s pika) – Ochotona princeps (Amerikaanse fluithaas) – Ochotona pusilla (steppe fluithaas) – Ochotona roylei (Royle’s pika) – Ochotona rufescens (Afghaanse fluithaas) – Ochotona rutila (Turkestan red pika) – Ochotona thibetana (Moupin pika) – Ochotona thomasi (Thomas’s pika) – Ochotona turuchanensis (Turuchan pika)