Beverratten

Beverratten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Beverrat

782px-Nutria_(Myocastor_coypus)

De beverrat is eigenlijk geen rat. Ook is dit knaagdier niet verwant met de bever. Hij is meer verwant aan de cavia en het stekelvarken. Hij wordt ook wel nutria genoemd: Spaans voor ‘otter’ (een roofdier, waarmee dit knaagdier uiteraard nog minder verwant is).

De beverrat komt oorspronkelijk uit de zuidelijke helft van Zuid-Amerika: Argentinië en Chili. Ze zijn echter in diverse landen ingevoerd om hun bont.

In Europa komen beverratten nu ook op veel plekken in het wild voor, doordat ontsnapte dieren hier prima kunnen leven en zich snel voortplanten. Beverratten leven in kolonies en maken uitgebreide woontunnels op droge plekken langs het water. In ons land worden ze vaak als een plaag beschouwd, omdat ze bij het maken van hun holen dijken ondergraven.

Andere namen

nutria

Wetensch. naam

Myocastor coypus

Engelse naam

nutria

Verspreiding

zuidelijk Zuid-Amerika

Voedsel

waterplanten, boomschors

Lengte

47 – 58 cm

Gewicht

5 – 10 kg

Status

algemeen

 

De beverrat – Myocastor coypus

De beverrat is minder verwant aan bevers of ratten dan zijn naam zou doen vermoeden. Hij staat veel dichter bij een ander groot knaagdier, eveneens uit Zuid-Amerika afkomstig, de capibara. De beverratten werden voor pelsfokkerijen naar Europa gebracht. Enkele dieren ontsnapten uit de fokkerijen en vestigden zich in de vrije natuur. Evenals de kleinere muskusrat en de iets grotere bever is ook de beverrat altijd in de nabijheid van water te vinden. Bij de kleinste verstoring vlucht het bijzonder schuwe dier het water in waar hij wel 5 minuten lang ondergedoken kan blijven. Beverratten leven meestal in paartjes. Ze graven korte gangen in de oevers, aan het eind van de gang ligt het hol. Als de oevers hiervoor ongeschikt zijn dan leggen ze in ondiep water wel eens een takkennest aan zoals de muskusratten.

Dit is de beverrat

De jongen van de beverrat zijn bij de geboorte veel verder ontwikkeld dan onze inheemse knaagdieren. Ze zijn volledig behaard en kunnen al zien. Bij het vrouwtje liggen de tepels heel ver naar de rugzijde zodat de jongen ook tijdens het zwemmen kunnen drinken. De beverratten verzorgen hun pels nauwgezet om hem waterdicht te houden. Steeds weer wrijven ze met hun voerpoten langs de vetklieren bij de mondhoeken en verdelen het secreet over hun hele vacht, waarbij ze de haren grondig met hun nagels kammen. In bijzonder koude winters kan het bij ons voorkomen dat de kale staart van een beverrat afvriest. Hij schijnt er echter niet al te veel last van te ondervinden. Het wordt de beverratten wel noodlottig als het water voor langere tijd in hun gehele woongebied dichtvriest.

Kenmerken

De beverrat heeft een kop-romplengte van 40-65 cm, de staartlengte is tussen de 30-40 cm, het lichaamsgewicht van de beverrat schommelt tussen de 7-10 kg; het vrouwtje is iets kleiner dan mannetje. Donker- tot grijsbruine vacht met wit rond de neus; nauwelijks behaarde ronde staart bedekt met schubben; tenen van de achterpoot met zwemvliezen; grote oranje snijtanden, van voren zichtbaar.

Verspreiding

De beverrat is verspreidt in Nederland en België, komt van oorsprong uit Zuid-Amerika; verscheidene keren in Midden- en West-Europa geïntroduceerd. Sinds 1935 ook verwilderde dieren in Nederland, in extreem koude winters stierf de hele populatie uit, waarna herkolonisatie vanuit Duitsland kon optreden.

Een groepje beverratten

Habitat

De beverrat leeft voornamelijk bij beekjes en rivieren met dichte oeverbegroeiing.

Leefwijze

Overwegend actief in schemering; leeft meestal in paartjes, soms in kleine kolonies; bewoont zelf gegraven holen in oevers; zwemt en duikt uitstekend, beweegt zich aan land wat onbeholpen voort.

Voedsel

Het voedsel van de beverrat bestaat uit oever- en waterplanten.

De beverrat is zijn natuurlijke omgeving: water

Voortplanting

Bij de beverrat zijn paringen mogelijk gedurende het gehele jaar; de draagtijd bedraagt ongeveer 130 dagen; 2-3 worpen per jaar met 4-6 (maximaal 12) volledig ontwikkelde jongen die na 3 maanden zelfstandig zijn.