Slurfdieren

Slurfdieren

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slurfdieren

Ooit leefden er 350 soorten slurfdieren op de aarde. Nu zijn al die soorten uitgestorven, behalfe de Afrikaanse savanne- of steppe-olifant (grootste nog levende landdier), Aziatische olifant en de Afrikaanse bos-olifant

Niet alle van deze dieren hadden ook echt een slurf, maar de meeste wel. De moeritherium bijvoorbeeld, een van de oudste vormen van de slurfdieren, had er geen en was ook veel kleiner.

Slurfdieren zijn verwant aan zeekoeien, aardvarkens en klipdassen. Zeekoeien zijn zoogdieren die in zee leven, zoals de walvissen. Waarschijnlijk hebben de voorouders van de huidige olifanten ook getwijfeld of ze nu in zee of op het land zouden leven (een beetje zoals nijlpaarden). Je kan dat nog zien: olifanten hebben bijvoorbeeld ook bijna geen haar, zoals de zeezoogdieren. Bovendien zijn olifanten heel goede zwemmers en gebruiken ze hun slurf als een snorkel, waardoor ze erg lang onder water kunnen blijven.Uiteindelijk kozen ze voor het land en dat is al wel meer dan 30 miljoen jaar geleden.

Ooit waren er dus heel veel slurfdieren, maar de meeste zijn geen olifantachtigen. Alleen de mammoet is een echte olifantachtige.

Vroeger waren er dus drie olifantsoorten: de Afrikaanse, de Aziatische en de mammoet: een diersoort die ook in Europa, bij ons dus, leefde. Een mammoet had grote kromme slagtanden en een aantal mammoetsoorten hadden veel haar, omdat ze het warm zouden hebben in de ijstijd. Geregeld wordt er, in Rusland bijvoorbeeld, nog een mammoet gevonden die bevroren zit in het ijs. In een aantal musea kan je trouwens volledige skeletten van mammoeten bekijken. Mammoeten zijn waarschijnlijk 10.000 jaar geleden uitgestorven. Het klimaat veranderde, waardoor de grasvlakten waar de mammoeten leefden, stilaan veranderden in bossen. Hierdoor vonden de dieren niet genoeg voedsel. Vele geleerden denken dat de mammoet ook is uitgestorven door inslag van een enorme meteoriet,
waardoor er tijden lang geen zonlicht was.

 

Olifant

800px-Loxodontacyclotis

Met een maximaal gewicht van ca. 6000 kg en vier meter hoog bij de schouders, is de olifant het allergrootste landzoogdier. Er zijn twee soorten: de ene leeft in Afrika, de andere in India en Zuidoost-Azië. De buigzame slurf een lange neus die vastzit aan de bovenlip bevat ca. 100.000 spieren en wordt gebruikt om te ruiken, tasten, ademen, eten en luide trompetgeluiden te maken. De slagtanden gebruikt de olifant om te vechten, schors van bomen te stropen en naar water te graven. leven op grasrijke vlakten, tussen struikgewas en in rivierdalen en moerassen. Ze kunnen 78 jaar oud worden. Wijfjes en jongen leven in familiekuddes terwijl volwassen mannetjes zwerven.

Twee soorten

De Afrikaanse olifant is groter en zwaarder clan zijn Indische neef en heeft grotere, rondere oren. Aan het eind van de slurf heeft hij twee vingervormige uitsteeksels, terwijl de Indische er een heeft. Bij de Afrikaanse olifant hebben zowel het mannetje als het wijfje slagtanden,
maar bij de Indische heeft alleen het mannetje die.

Olifanten aan het werk

Duizenden jaren lang hebben mensen olifanten geleerd om zware voorwerpen te dragen, duwen en trekken. In de bosbouw wordt olifanten soms geleerd om met de slagtanden zware boomstammen te verplaatsen.

Goede eetlust

Een Afrikaanse olifant eet dagelijks ca.150 kg aan gras. bladeren, twijgen, schors en vruchten. Om een dergelijke hoeveelheid te kunnen consumeren, is hij driekwart van zijn tijd bezig om zich te voeden.

Douches en modderbaden

Zowel als door warmte te laten ontsnappen via hun grote flaporen, houden olifanten zich ook koel door te douchen. Met de slurf zuigen ze water op en sproeien dat over hun lijf. Een ervaren olifant kan ieder deel van zijn lichaam bereiken door de slurf te slingeren en op het juiste moment te blazen. Olifanten wentelen zich soms in de modder of gooien stof over zich heen, dat hun huid beschermt tegen insecten en zonnebrand.Het voorkomt ook dat het vocht uit de huid verdampt.
In het kort

Latijnse naam : Elephantidae

Engels : elephants

Grootte Lichaam : tot 4 meter hoog

Habitat : afrika, Azië

Gewicht : tot 6000 kilo

Leeftijd : tot 78 jaar

Voortplanting: 1 jong, draagtijd 22 maanden

Voedsel :gras, bladeren, twijgen, schors en vruchten.

Status : Niet Bedreigd

 

 

Aziatische olifant – Elephas maximus

https://nl.wikipedia.org/wiki/Aziatische_olifant
Andere namen Indische olifant

Wetenschappelijk Elephas maximus

Engels Asian elephant, Indian elephant

Verspreiding Zuid en Zuidoost-Azië, Leeft in India en onder meer in Sumatra en Borneo

Voedsel bladeren, schors, fruit, gras,
ongeveer 120tot 150 kilo per dag

Leeftijd 60 jaar

Lengte 5,50 – 6,40 m; schouderhoogte: 2,50 – 3 m (max. 3,50 m)

Gewicht 2000 – 5000 kg

Status Bedreigd

Draagtijd Ongeveer 20 maanden

Aantal jongen 1

 

Na de Afrikaanse olifant is de Aziatische het grootste landdier. De Aziatische olifant heeft kleinere oren dan de Afrikaanse en een bolle rug. Bovendien hebben bij de Aziatische olifant de vrouwtjes geen slagtanden.

Hoewel de vrouwtjes (‘koeien’) dus niet om hun ivoor worden bejaagd, worden ze wel gevangen om te temmen. In gevangenschap planten ze zich zelden voort.

Vooral door het verdwijnen van de bossen zijn Aziatische olifanten uit een groot deel van hun oorspronkelijke leefgebied verdwenen. Naar schatting zijn er in het wild nog tussen de 25.600 en 32.750 over.

Het Wereld Natuur Fonds komt voor de Aziatische olifant op, onder andere door zijn leefgebied te beschermen en stroperij en handel in ivoor te bestrijden.

Er worden 3 of 4 ondersoorten van de Aziatische olifant onderscheiden (geschatte aantallen tussen haakjes):

Sumatraanse olifant, Elephas maximus sumatrensis (2400 – 2800)

Indische olifant, Elephas maximus indicus (20.000 – 25.000)

Sri Lankaanse olifant, Elephas maximus maximus (3160 – 4400)

Borneose dwergolifant (NB: pas recent als ondersoort beschouwd), Elephas maximus borneensis (minder dan 1500)

Omaatje lief

Olifanten leven in kuddes van ongeveer 20 vrouwtjes en jongen. Dochterlief blijft altijd bij ma, zoonlief niet. Die trekt na een jaar of zeven weg. Dan leeft hij in z’n eentje of samen met andere mannetjes. En soms komt zo’n man bij een kudde met vrouwtjes, vooral als die willen paren. Maar alleen het mannetje dat de baas is over de andere mannetjes paart met de vrouwtjes. Maar die hoeft niet de baas over de kudde te zijn. Soms voert een stokoud ‘omaatje’ de kudde aan. Haar jongere en sterkere kleinkinderen luisteren dan naar haar.

Lekker knorren

Eten en water zoeken, doen ze in groepjes. Met een knorrig geluid ‘spreken’ ze met elkaar. Alleen bij gevaar zijn ze muisstil. Dat alarmeert de rest. Is het weer veilig, dan knorren ze gezellig verder. ‘Alles kits weer’, vertellen ze elkaar op die manier. Als een olifant is aangevallen, slepen de andere hem weg. En als ze vluchten, rennen ze soms met een snelheid van 48 kilometer per uur. Dan maken ze trompetgeluiden. Want dat doen ze niet alleen als ze vrolijk zijn. Elke olifant heeft zijn eigen persoonlijkheid, net als bij mensen. Zo kunnen ze heel lang vrienden zijn, maar ook lang ruzie hebben.

 

Mammoeten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mammut_(mastodont)

800px-Woolly_mammoth_(Mammuthus_primigenius)_-_Mauricio_Antón

Aanvullende informatie

Mammoeten (Mammuthus) zijn een geslacht van uitgestorven olifantachtigen. Er hebben verschillende soorten mammoeten bestaan. Het zijn waarschijnlijk afstammelingen van een gezamenlijke voorouder. Doordat ze verschillende leefwijzen hadden konden ze naast elkaar bestaan. zuidelijke mammoet (Mammuthus meridionalis) uit zuidelijk Europa. steppemammoet (M. trogontherii) uit Europa. wolharige mammoet (M. primigenius) uit noordelijk Europa, Azië en Noord-Amerika Sardinische Dwergmammoet, (M. lamarmorae) uit Sardinië (Italië) Keizersmammoet (M. imperator) uit Noord-Amerika Amerikaanse mammoet (M. columbi) uit Noord- en Midden-Amerika De wolharige mammoet is van deze soorten waarschijnlijk de bekendste. Hij leefde ongeveer vanaf 600.000 jaar geleden, in het Pleistoceen. Hij had een dikke vacht waarvan de haren soms tot aan de grond reikten. De oren waren klein (30 centimeter) en ook bedekt met haren ter bescherming tegen de kou. Van de andere mammoetsoorten was alleen de steppemammoet dik behaard, de andere soorten leefden in veel warmere gebieden en waren dan ook vrijwel onbehaard, net als de huidige olifanten. Het lijkt er ook op dat de wolharige mammoet een kortere levensduur had, ze werden hooguit 35 jaar. De huidige olifant haalt makkelijk 50 jaar. Vaak wordt gedacht dat mammoeten immens groot waren, en ‘mammoet’ is in het Nederlands een aanduiding voor ‘gigantisch’ geworden, bijvoorbeeld in ‘mammoettanker’ of ‘mammoetwet’. Dit geldt zeker voor de grootste soorten, de keizersmammoet en de Amerikaanse mammoet van Noord-Amerika, maar de andere mammoeten waren niet groter dan de hedendaagse Aziatische olifant. Wel hadden ze gigantische slagtanden, bij stieren konden die wel 4 meter lang zijn.