Vleermuizen

 

Vleermuizen      

 https://nl.wikipedia.org/wiki/Vleermuizen                                                                      

Andere namen handvleugeligen
Wetenschappelijk Chiroptera
Engels bats
Verspreiding wereldwijd met uitzondering van zeeën, afgelegen eilanden en permanent koude gebieden
Voedsel insecten, andere kleine dieren, bloed, vruchten
Lengte spanwijdte max. 15 cm (hommelvleermuis) tot max. 2 m (kalong)
Gewicht max. 2 gram (hommelvleermuis) tot max. 1,2 kg (kalong)
Aantal soorten 977
Onderverdeling 18 families

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Ze hebben een vlieghuid tussen hun achterpoten, lichaam en sterk uitgegroeide vingers. De meeste vleermuizen zijn alleen ’s nachts actief en vinden hun weg en hun voedsel dan door middel van echolocatie.

450px-Nyctalus_noctula

Vleermuizen vormen na de knaagdieren de soortenrijkste orde van de zoogdieren. De vleermuizen worden onderverdeeld in de Megachiroptera (grote, vruchtenetende soorten waaronder de vliegende vossen) en de Microchiroptera (de soortenrijkste groep).

Vleermuizen zijn een groep zoogdieren.  Veel mensen hebben wel eens een vleermuis gezien.  ’s Avonds kun je ze soms zien in je tuin of in een park.  Overal is er wel eentje.  Vooral bij lichten en lantaarns vind je ze, omdat daar vele insecten rondvliegen.

In ons land vind je ze vaak, maar ze zijn nogal klein.  In warmere landen zijn ze groter.  Dat komt omdat daar meer en andere insecten te vangen zijn.  Vleermuizen kunnen wel zien maar niet genoeg om in de nacht te jagen.  Ze zien dan met hun oren.  Jullie kennen wel als je in een holle ruimte bent en je roept, dan kaatst het geluid terug.  Dat doen vleermuizen ook.  Door te klikken met zijn tong stoot hij geluiden uit.  Die kaatsen weer terug.  Zo kan de vleermuis precies horen waar er dieren zijn.

De vleermuizen eten vooral insecten, maar ook kikkers, vissen en hagedissen.  Sommige kleine vleermuizen drinken met hun lange tong nectar van de bloem.  Of ze eten van de vruchten.

Het is het enige zoogdier dat kan vliegen.  Ze hebben een stevige vlieghuid.  De vingers van de vleermuis zitten aan de vlieghuid vast.  Vliegen doet hij dus eigenlijk met zijn handen.

Ze houden ook een winterslaap.  Als die voorbij is, beginnen ze dadelijk te jagen.  Want ze zullen dan wel reuzenhonger hebben.  Ze krijgen meestal maar één jong.  Het wordt geboren in een grot, een holle boom of een oud gebouw.  Daar zitten soms meer dan honderden vleermuizen.  De jongen zijn na de geboorte al vrij groot en drinken melk bij de moeder tot ze groot genoeg zijn.  Vliegen lukt nog niet zo goed, maar ze gaan wel mee met de jacht.  Ze pakken hun mama bij de buik vast en reizen mee.  Tot het jong te zwaar wordt, dan moet hij thuisblijven.

Vleermuizen hebben ook  vijanden : de vleermuiswouw, een roofvogel, en de slang.  Maar ook de mens is een vijand.  Hij vergiftigt de insecten.  De vleermuis eet die insecten en gaat daar aan dood.  Ook het fruit dat wordt bespoten door de mensen en dan door de vleermuis wordt opgegeten.  Er is zelfs een eiland waar mensen vleermuizenvlees eten.

Ze worden bedreigd maar we kunnen ook helpen.  Onze huizen zijn heel erg goed afgesloten en zo kunnen ze nergens overnachten.  Maar als je van hout een speciale vleermuiskast bouwt, dan kunnen ze daar lekker in wonen en gaan ze niet dood van de kou.  Gewoon helpen kan iedereen doen.

enkele families :

klapneusvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Klapneusvleermuizen

varkensneusvleermuizen

hoefijzerneusvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoefijzerneuzen

bladneusvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bladneusvleermuizen_van_de_Oude_Wereld

reuzenoorvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Reuzenoorvleermuizen

spleetneusvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spleetneusvleermuizen

schedestaartvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Schedestaartvleermuizen

gladneusvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gladneuzen

zuigschijfvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Zuigschijfvleermuizen

Nieuw-Zeelandse vleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuw-Zeelandse_vleermuizen

plooilipvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Plooilipvleermuizen

hazelipvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hazenlipvleermuizen

furievleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Furievleermuizen

hechtschijfvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hechtschijfvleermuizen

trechteroorvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trechteroorvleermuizen

bulvleermuizen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bulvleermuizen

vliegende honden

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vleerhonden

 

Vleermuizen en hun echopeilingsysteem

Vleermuizen ‘zien’ de wereld in klankbeelden. Met de echo van de hoogfrequente tonen die ze voortbrengen zijn ze in staat zich een idee te vormen over de vorm en de afstand van een object in hun omgeving.

Men heeft lang gedacht dat vleermuizen in volledige duisternis kunnen vliegen en jagen dankzij het bezit van buitengewoon goede ogen. Men weet nu dat ze een hoogontwikkelde methode hebben om in plaats van licht geluid te gebruiken voor de waarneming van hun omgeving.

Een mysterie opgelost

Vleermuizen kunnen ook in de donkerste nachten tussen de takken van bomen door vliegen en met grote precisie vliegende insecten vangen.

Oorspronkelijk nam men aan dat vleermuizen, net als andere nachtdieren, over een uiterst gevoelig gezichtszintuig beschikken. Aan het eind van de 18e eeuw ontdekte de Italiaanse wetenschapper Lazzaro Spallanzani echter dat vleermuizen ook in verduisterde ruimten nog konden vliegen, in tegenstelling tot uilen. Ook blind gemaakte vleermuizen bleken nog steeds te kunnen vliegen, terwijl dieren met oordoppen op de grond vielen.

De ontdekking dat vleermuizen met geluid hun weg vinden, kwam pas toen de uitvinder van het machinegeweer. Hiram Maxim, zich bezighield met sonarsystemen – het gebruik van geluidsgolven voor navigatie en onder-waterlokatie na de ondergang van de Titanic. Maxim geloofde dat vleermuizen een vorm van sonar gebruiken, maar nam ten onrechte aan dat ze laag frequente tonen middels vleugelslagen voortbrengen. Pas toen G.W. Pierce een geluids-detector voor hoogfrequente tonen ontwikkelde, werd de ware aard van de vleermuis-sonar duidelijk.

Zien in geluidsbeelden

Vleermuizen verkrijgen een beeld van hun omgeving door gereflecteerde geluidsgolven (echo’s), op dezelfde wijze waarop wij gereflecteerde lichtgolven zien. Terwijl wij echter van uitwendige lichtbronnen afhankelijk zijn. vormen vleermuizen ‘geluidsbeelden’ door reflecties van door henzelf geproduceerde geluiden.

Om in het donker te zien produceren vleermuizen meestal een korte serie hoogfrequente toonpulsen, die zich als een geluidskegel verspreiden zoals het licht van een zaklamp. Bij contact met een object wordt een echo naar de oren van het dier teruggekaatst.

Hoogfrequente tonen bieden veel voordelen. In de eerste plaats hebben hoogfrequente tonen met hun korte golflengten een grotere precisie en zijn dus meer geschikt voor het opsporen van kleine insekten. waarvan de meeste vleermuizen leven. Laagfrequente tonen hebben langere golflengten en omspoelen kleine objecten zonder een echo terug te sturen.

Ook leveren hoge tonen de vleermuis echo’s die zich duidelijk van de achtergrondruis onderscheiden, daar deze meestal laagfrequent is. Bovendien kan de vleermuis met tonen die hoger liggen dan van andere dieren effectief ‘zien’ zonder ‘gezien’ te worden, en zo onopgemerkt jagen.

De hazelip-vleermuis kan vissen exact lokaliseren.

De aard van de peilingsroep

Iedere vleermuisroep is in de regel een mengsel van één of meer frequenties en tot vijf verschillende toonvaria-ties. Een roep kan verschillende frequenties bevatten of constant van frequentie zijn en kan van korter dan één seconde tot een honderdduizendste van een seconde duren.

Bij het gebruik van roepen met verschillende frequenties kan de vleermuis de volgorde waarin de echo’s terugkomen herkennen, omdat elke frequentie te onderscheiden is. Zo vormt hij zich een gedetailleerd beeld van zijn omgeving en is gespitst op veranderingen, zoals een insecten beweging.

Het hoofdprobleem voor de vleermuizen is de echo’s van elkaar te onderscheiden. Daarom hebben de verschillende soorten en individuen verschillende stemmen. Door de tonen kort uit te zenden wordt vermeden dat de vleermuis tegelijk zendt en ontvangt.

De vleermuis is in staat de geluidssterkte en klankkleur van de tonen aan de omgeving aan te passen. In de buurt van bomen neigt het dier ertoe zachter te roepen, om niet door een ‘hutspot’ van geluiden geirriteerd te worden. Bij het vliegen gebruikt het dier eenvoudige roepen: bij het jagen neemt de complexiteit toe.

Wist u dit?

Sommige insecten soorten kunnen plaatsbepalingssignalen van vleermuizen horen en op de vlucht slaan. Vele nachtvlinders produceren zelfs eigen ultrasone golven om de aanvallers in verwarring te brengen.

De golflengte van de door vleermuizen gebruikte signalen ligt gewoonlijk tussen vijf en twintig millimeter, dezelfde golflengte als veel prooi-insecten gebruiken.

De roep van de dwergvleer-muis heeft dezelfde geluidsdruk als het lawaai van een straalvliegtuig. Om zelf niet doof te worden, trekt de vleermuis vóór elke roep een oorspier samen.

Vleermuizen die met zeer zwakke geluidsdruk roepen, zoals vele fruit- en nectaretende soorten, worden wel ‘fluisterende vleermuizen’ genoemd.

Hoewel de hoogfrequente tonen die vleermuizen voortbrengen te hoog zijn om door mensen gehoord te worden, voelen veel mensen de drukgolven en kunnen voorspellen dat er vleermuizen in de buurt zijn.

Ondanks het feit dat ze er geen gebruik van maken, bezitten bijna alle vleermuizen een goed gezichtsvermogen. Vliegende honden, waarvan de meeste geen echopeiling gebruiken, bezitten zelfs een bijzonder sterk ontwikkelde gezichtszintuig.

Hoe goed ‘zien’ vleermuizen?
Als wezens die de wereld voornamelijk door onze ogen waarnemen, is het voor ons moeilijk voor te stellen dat vleermuizen alleen via geluiden een gedetailleerd beeld van hun omgeving krijgen. Uit experimenten is echter gebleken dat vleermuizen zeer goed ‘zien’. Ze zijn in staat de afstand tussen twee voorwerpen te bepalen en kunnen ook een indruk opdoen over hoe snel en in welke richting deze zich bewegen. Kleur is de enige eigenschap van een object die een vleermuis niet met behulp van geluid kan onderscheiden.

Vliegen en dunne draden

De dwergvleermuis kan bijvoorbeeld draden met een dikte van 0.28 mm op meer dan een meter afstand opmerken en neemt 3 mm dikke draden op meer dan twee meter afstand waar. De Middellandse Zee hoefijzerneus heeft een nog fijner onderscheidingsvermogen. De Middellandse Zee hoefijzerneus vindt namelijk veilig zijn weg tussen slechts 0,05 mm dikke draden, dunner dan een mensenhaar.

Tijdens het jagen kunnen dwergvleermuizen fruitvliegjes, die niet groter zijn dan drie mm, op 50 tot 75 cm afstand herkennen. Hij is zo handig in het vangen van deze kleine vliegjes, dat hij 500 tot 1200 kleine vliegjes per uur kan vangen.

Onderscheidingsvermogen

Uit andere experimenten is gebleken dat het vleermuizenoor objecten die slechts twaalf millimeter van elkaar liggen, uit elkaar kan houden. Ook bleken ze een driehoek met de maten 10 maal 10 maal 5 millimeter te kunnen onderscheiden van één die 9 maal 9 maal 4,5 millimeter meet.

Geluidsproductie

Om geluid te maken, perst de vleermuis lucht tussen twee membranen; deze membranen gaan vervolgens trillen. Door met spieren de membraanspanning van het geluidsapparaat te regelen, kunnen verschillende toonhoogten worden voortgebracht. Het geluid wordt meestal door verschillende kamers versterkt of gefilterd voor het uit de mond of neus treedt. Vleermuizen die door hun neus roepen, bezitten vaak complexe neusstructuren die vermoedelijk helpen bij het richten van de geluidsgolven. Vooral insecten- en nectareters maken gebruik van echopeiling, dit in tegenstelling tot de meeste grote vleermuizen.

Gespecialiseerde oren

Vleermuisoren zijn zowel voor de richting als de klankkwaliteit van de echo zeer gevoelig. De oren kunnen hoogfrequente tonen ontvangen en onderscheiden. De oorspieren zijn effectieve ontvangers en zijn bij sommige soorten tamelijk groot. Vleermuizen kunnen hun oren bewegen om een geluidssignaal precies te lokaliseren. Geluidsgolven worden door beide oren opgevangen en in de hersenen geanalyseerd en gecombineerd, zoals onze hersenen uit het door elk oog waargenomen beeld een driedimensionaal beeld samenstellen. Met deze gecombineerde geluidsbeelden lokaliseren vleermuizen hun prooi.