Renvogels en vorkstaartplevieren

Renvogels en vorkstaartplevieren

https://nl.wikipedia.org/wiki/Renvogels_en_vorkstaartplevieren

Renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae) zijn een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen (Charadriiformes). De familie telt 17 soorten.

Habitat

De bekendste soort is de (gewone) vorkstaartplevier (Glareola pratincola). Renvogels leven vooral in droge habitats, dit in afwijking tot andere steltlopers. Er zijn acht soorten renvogels bekend. De rosse renvogel is zandkleurig met roestige toon, dus goed gecamoufleerd in zijn woestijnachtige leefomgeving. Renvogels kunnen snel sprinten, maar bij onraad blijven ze kaarsrecht stilstaan, meestal met de rug naar de belager; ze zijn dan haast onzichtbaar. Zo nodig kunnen ze ook snel en ver vliegen. Ze eten insecten, die ze met rukkerige bewegingen van de grond oppikken.

Renvogels en vorkstaartplevieren vormen samen een familie vogels die behoren tot de steltloperachtigen.  Er zijn 17 soorten van.  De bekendste is de gewone vorkstaartplevier.  De renvogels leven op droge plaatsen, terwijl de meeste andere steltlopers in plassen of meren te vinden zijn.  Zo is de rosse renvogel goed aangepast aan de kleur van het woestijnzand.  De renvogels kunnen zoals hun naam het zegt heel snel rennen.  Maar als er gevaar is, blijven ze eerst kaarsrecht stilstaan.  Gek is wel dat ze hun rug naar de vijand draaien.  Dat komt omdat die kleur hen een beetje onzichtbaar maakt voor hun vijand.  Als het nodig is, vliegen ze ook snel weg.  Ze lusten vooral insecten die ze van en uit de grond plukken.

Taxonomie

Geslacht Cursorius

Cursorius coromandelicus (Indische renvogel)

Cursorius cursor (Renvogel)

Cursorius rufus (Rosse renvogel)

Cursorius somalensis

Cursorius temminckii (Temmincks renvogel)

Geslacht Glareola

Glareola cinerea (Grijze vorkstaartplevier)

Glareola lactea (Kleine vorkstaartplevier)

Glareola maldivarum (Oosterse vorkstaartplevier)

Glareola nordmanni (Steppevorkstaartplevier)

Glareola nuchalis (Rotsvorkstaartplevier)

Glareola ocularis (Madagaskarvorkstaartplevier)

Glareola pratincola (Vorkstaartplevier)

 

Geslacht Rhinoptilus

Rhinoptilus africanus (Dubbelbandrenvogel)

Rhinoptilus bitorquatus (Jerdons renvogel)

Rhinoptilus chalcopterus (Bronsvleugelrenvogel)

Rhinoptilus cinctus (Driebandrenvogel)

Geslacht Stiltia

Stiltia isabella (Steltvorkstaartplevier)

 

Vorkstaartplevier

Wetenschappelijke naam: Glareola pratincola (Linnaeus, 1766)

Nederlandse naam: Vorkstaartplevier

vorkstaartplevier
Vogelgroep: Vorkstaartplevieren
Veldkenmerken.
25 cm. Lijkt niet erg op een steltloper; lange vleugels geven zowel in vlucht als op de grond de indruk van een kleine, kortsnavelige langpotige stern. Bovendelen olijfbruin, keel warm-beige met scherp afgescheiden dunne zwarte lijn, borst licht beige, geleidelijk in wit overgaand op onderborst. Stuit en onderdelen wit.
Lange handpennen en diep gevorkte staart zwart. In vlucht contrasteren egaal donkere mantel, vleugels en staart duidelijk met witte stuit en flanken. Kastanjebruine ondervleugeldekveren en witte rand aan armpennen onderscheiden deze soort van Steppevorkstaartplevier.
Buiten broedseizoen verenkleed min of meer gelijk,
maar minder egaal uiterlijk vanwege beige veerranden: fraaie keeltekening vervaagd en kop, keel en borst vlekkerig. Juveniel heeft sterk geschubd uiterlijk. Poten donkerbruin, snavel zwart met helderrode mondhoeken. Vlucht sierlijk en snel, lijkt op stern. Waad zelden, zelfs niet in ondiep water. Zie Steppevorkstaartplevier voor onderscheid.

Geluid.
Luidruchtig, heeft sternachtige geluiden, als ’tsjetsje tsjerik’.

Voorkomen.
Schaarse, maar plaatselijk vrij talrijke zomergast. Buiten broedgebied dwaalgast.

Habitat.
Open zon-geblakerde moddervlaktes nabij water. Broedt in kolonies.

Voedsel.
Fourageert in groepen in de vlucht, vooral ’s ochtends en ’s avonds, op insecten.

 

Renvogel

De renvogel (Cursorius cursor) is een soort uit het geslacht Cursorius uit de familie renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae). Het is een steltloper die voorkomt in Noord-Afrika en Azië in droge gebieden zoals steppen en halfwoestijnen. De vogel is een zeldzame dwaalgast in Zuid-Europa.

Renvogel

Beschrijving

De vogel is ongeveer 23 cm lang. Het is een slanke, een beetje op een plevier lijkende vogel met een opvallende rechtopgaande houding en relatief lange poten. De vogel is zandkleurig lichtbruin tot beige. In het Engels heet de vogel de Cream-colored Courser (‘roomkleurige renner’). De renvogel heeft een zwarte oogstreep en daarboven een witte wenkbrauwstreep die achter op de kop elkaar raken. De ondervleugel is donker gekleurd.

Verspreiding

De renvogel heeft een verbrokkeld verspreidingsgebied in Noord-Afrika, op de Canarische en Kaapverdische Eilanden, het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië tot in Turkmenistan zich te verspreiden.

Gedeeltelijk zijn het trekvogels. In het noordelijk deel van het verspreidingsgebied trekken de vogels in de winter naar India het Arabisch Schiereiland en de zuidelijke rand van de Sahara.

De renvogel is een zeer zeldzame dwaalgast in Zuid-Europa. In 1986 werd de vogel in Nederland waargenomen in Noord-Holland aan de kust en een dag later 50 km verder naar het noorden. In West- en Noord-Europa zijn er tot 1996 slechts enkele tientallen waarnemingen. Op de Britse Eilanden 32 maal, één in België, vier in Denemarken, minstens acht in Duitsland, twee in Oostenrijk en vier in Noorwegen, Zweden en Finland. Al deze waarnemingen werden gedaan in de periode augustus tot december. Uit de negentiende eeuw zijn er meer waarnemingen in Europa

Leefgebied

In tegenstelling tot andere steltlopers heeft de renvogel een voorkeur voor droog, open terrein.
Hij komt voor in steppen, halfwoestijnen, duinen en zandige en rotsachtige vlaktes.
Tijdens de trek komt de renvogel ook voor op droge weilanden en braakliggende gronden en ander cultuurland.
Zijn voedsel bestaat uit ongewervelden zoals kevers, sprinkhanen, rupsen, mieren en spinnen. In mindere mate eten ze ook slakken en hagedissen. De vogel heeft de gewoonte om te rennen en na korte tijd plotseling stil te staan. Bij verstoring rent de vogel eerder weg dan dat hij opvliegt. Hij verbergt zich door gebruik te maken van het reliëf in het landschap.