Vissen

firefox-vs-internet-explorer

Vissen

vissen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vissen_(dieren)

Onderstaande informatie komt van:

http://www.dieren-info.nl/vissen/

Er leven thans op aarde meer dan 24.000 vissoorten en dat zijn er meer dan van enige andere vorm van gewervelde dieren. In grootte variëren ze van bijvoorbeeld de 1 centimeter grote dwergzeegrondel tot reuzen als de walvishaai, die 12 meter lang kan worden. Alle vissen leven in het water Er zijn minstens 14.000 soorten in zee en de rest leeft over de hele wereld in zoetwatermeren en rivieren. Om te ademen hebben vissen speciale organen, genaamd kieuwen, waarmee ze zuurstof uit water kunnen halen. In plaats van poten beschikken ze over vinnen en een staart waarmee ze hun lichaam door het water duwen.

Vissen voeden zich op veel uitlopende manieren. Sommige eten waterplanten en andere vangen kleine dieren of onttrekken ze aan het water door filterachtige structuren die aan hun kieuwen zijn gehecht. Veel soorten zijn actieve, snelle jagers met scherpe tanden, terwijl sommige, zoals platvissen en hengelaarvissen, verborgen op de zeebodem liggen te wachten tot de prooi dichtbij genoeg is om te pakken.

Wat is een vis?

Vissen waren de eerste gewervelde dieren (in het bezit van een wervelkolom) op aarde. De vroegste vissen leefden ca. 500 miljoen jaar geleden. Behalve de familie van de prikken en slijmprikken hebben ze allemaal een wervelkolom, maar bij haaien en roggen bestaat deze geheel uit kraakbeen.

Bouw van een vis

Er zijn drie hoofdgroepen vissen en hun verwanten. De meest primitieve groep beval prikken en slijmprikken. Deze visachtige dieren hebben geen kaken, alleen een soort zuigmond. De tweede groep omvat alle haaien en roggen. Ze worden kraakbeenganoïden genoemd omdat hun geraamte is opgebouwd uil een kraakbeenachtige substantie. De derde en grootste groep omvat de beenvissen. Zoals de naam al zegt, hebben deze vissen een geraamte van been.

Hoe vissen ademen

Vissen ademen door speciale organen, kieuwen genoemd, aan de zijkanten van de kop.
Ze bestaan uit grote aantallen tere plaatjes vol bloedvaten. Als het water door de kieuwen stroomt, dringen zuurstofmoleculen het bloed binnen, dat vervolgens door het lichaam wordt gevoerd. De kieuwen van een beenvis hebben aan de buitenkant een gecombineerde opening die wordt bedekt met een beschermende deksel. Bij haaien en roggen heelt iedere kieuw een eigen uitgang naar het water.

Eitjes en jongen

De meeste vrouwtjesvissen leggen grote aantallen kleine eitjes in het water. Mannetjes laten vervolgens sperma vrij om de eitjes te bevruchten die in het oppervlaktewater zweven of naar de bodem zinken. Uit de eitjes komen heel kleine larven waarvan er veel door andere dieren worde opgegeten. Sommige overleven en worden jongen met een meer volwassen lichaam. De jongen voeden zich en groeien uit tot volwassen vissen.

Vissenbekken

De bek van een vis is aangepast aan het voedsel dat hij eet. Kwaadaardige jaagvissen, zoals de barracuda, hebben een lange snuit met heel veel scherpe tanden om de prooi te verschalken. De hengelaarvis gebruikt zijn heel brede bek om prooi te verzwelgen die hij misleidt met zijn vishengel. Vele, zoals de kogelvis, bezitten een harde, snavelachtige bek om dieren met een harde schaal te kraken. De haring filtert klein dierlijk plankton uit het water via speciale organen aan zijn kieuwen, die kieuwboogstekeltjes worden genoemd.

———————————————————————————-

Vissen

Beenvis-achtigen

Ruim 90% van alle soorten vissen behoort tot deze groep. Veel beenvissen blijven klein, maar er zijn er die behoorlijke afmetingen kunnen bereiken. Hun skelet is in ieder geval gedeeltelijk opgebouwd uit been en ze hebben een zwemblaas waarmee ze hun drijfvermogen kunnen regelen.

Belangrijke categorieën

Beenvisachtigen

Beenvisachtigen

 

Belangrijke categorieën

kraakbeenvissen

Hier: de klasse van de kraakbeenvissen.

Orden: haaien (kieuwspleten boven de borstvinnen) en roggen (kieuwspleten onder de borstvinnen).

Kraakbeenvis

Kraakbeenvis

 

Vissen zijn dieren die in het water leven.  Ze hebben koud bloed en komen over de hele wereld voor. In de oceaan, in de zee, in een meer, in een vijver of in een beek bij jouw huis.  Er bestaan vele duizenden soorten.

Ze hebben allemaal  vinnen.  Deze vinnen dienen om snel te zwemmen en te sturen in het water.  Bij elke vissoort zijn de vinnen anders.  Je hebt rugvinnen, staartvinnen, buikvinnen en borstvinnen.  Er zijn zelfs vissoorten die hun vinnen verloren hebben in de voorbije miljoenen jaren.  Of vissen met zo een sterke vinnen dat ze er op kunnen stappen.  Zeepaardjes hebben een klein rugvinnetje en bij de paling moet je de vinnen gaan zoeken.

Wat vissen zo speciaal maken, zijn hun kieuwen.  Zij gebruiken die om te ademen onder water.  Wij ademen met onze longen ; vissen halen lucht uit het water.  Kieuwen zijn eigenlijk flapjes die aan de zijkant van de kop zitten.  Sommige vissen hebben 1 kieuw, andere hebben er meer dan 5.

Veel vissen hebben een huid van schubben.  Die dienen om het lijf van de vis steviger te maken.  Ze maken de vis ook erg glad, zodat hij makkelijker kan zwemmen.

Vissen planten zich voort door eieren te leggen.  De eitjes worden afgezet tegen planten of gewoon in het zand.  Er zijn ook vissen die hun eitjes in hun bek houden.  Zo zijn ze veilig voor de vijand.  Of er wordt een soort nest van schuim gemaakt, waarin de eitjes veilig zitten.

Je kan de vissen indelen in groepen.  We noemen dat ordes van dieren.  Er zijn twee grote groepen : de vissen met been en de vissen met kraakbeen.  Het grootste deel van de vissen zijn beenvissen.  Ze hebben een benen schedel en een benen skelet en wervels.  Hier horen de paling en de snoek bij.

Kraakbeenvissen hebben kraakbeen.  Dat is heel zacht been dat gemakkelijk meegeeft en heel soepel is.  Hier vind je vooral de haaien en de roggen terug.  Elk jaar verandert er wel iets aan deze indeling als geleerde mannen weer een nieuwe soort ontdekken.

2 infraklasses :

De beenvisachtigen zijn een groep vissen waarvan hun skelet bestaat uit hardere benen.  Geen kraakbenen zoals bij de kraakbeenvissen.  Bijna alle vissoorten horen bij deze groep vissen.  Enkel de haaien en de roggen behoren tot de kraakbeenvissen.  Ook enkele soorten zeekatten en diepzeevissen.

We tellen meer dan 20 duizend soorten vis in deze groep dieren.  Er zijn meer dan 40 ordes in deze groep.  Ze hebben een benen schedel en skelet en sterke wervels.  Ze ademen allemaal door kieuwen die worden bedekt door een deksel van been.  Beenvisachtigen hebben schubben die toch wel anders zijn dan de kraakbeenvissen.  Vele dieren vallen op door hun felle en mooie kleuren.

De vinnen dienen om te bewegen in het water.  Ze hebben 2 borstvinnen, 2 buikvinnen, één staartvin en één rugvin.  In die vinnen zitten stralen die de vinnen erg stevig maken.  De meeste beenvissen hebben een zwemblaas waarmee ze lucht kunnen opnemen of afgeven.  Hierdoor kunnen ze zakken tot een flinke diepte en weer stijgen naar het oppervlak.

De beenvisachtigen leggen eieren die op de planten wordt afgezet.  De eitjes van de vrouwtjes en die van de mannetjes zoeken elkaar op in het water.  Ze paren dus niet op de manier dat zoogdieren en vogels dat doen.  Langs de zijkant van de vissen loopt een zijlijn.  Met deze lijn kunnen beenvissen trillingen in het water voelen. 

We kunnen de grote groep van de beenvisachtigen verdelen in 2 groepen : de kwastvinnigen en de straalvinnigen.  De kwastvinnigen zijn vissen waaruit zich miljoenen jaren geleden de eerste landdieren hebben gevormd.  Met hun vinnen die op kwasten lijken begonnen sommige vissen uit het water te kruipen.  De straalvinnigen telen vele vissen die we goed kennen : de steur, de snoek, de zalm, de forel en de haring.  Alle beenvisachtigen komen voor over alle oceanen en rivieren van onze wereld.

2 infraklasses, superordes en ordes :

Beenvisachtigen

De beenvisachtigen zijn een groep vissen waarvan hun skelet bestaat uit hardere benen.  Geen kraakbenen zoals bij de kraakbeenvissen.  Bijna alle vissoorten horen bij deze groep vissen.  Enkel de haaien en de roggen behoren tot de kraakbeenvissen.  Ook enkele soorten zeekatten en diepzeevissen.

We tellen meer dan 20 duizend soorten vis in deze groep dieren.  Er zijn meer dan 40 ordes in deze groep.  Ze hebben een benen schedel en skelet en sterke wervels.  Ze ademen allemaal door kieuwen die worden bedekt door een deksel van been.  Beenvisachtigen hebben schubben die toch wel anders zijn dan de kraakbeenvissen.  Vele dieren vallen op door hun felle en mooie kleuren.

De vinnen dienen om te bewegen in het water.  Ze hebben 2 borstvinnen, 2 buikvinnen, één staartvin en één rugvin.  In die vinnen zitten stralen die de vinnen erg stevig maken.  De meeste beenvissen hebben een zwemblaas waarmee ze lucht kunnen opnemen of afgeven.  Hierdoor kunnen ze zakken tot een flinke diepte en weer stijgen naar het oppervlak.

De beenvisachtigen leggen eieren die op de planten wordt afgezet.  De eitjes van de vrouwtjes en die van de mannetjes zoeken elkaar op in het water.  Ze paren dus niet op de manier dat zoogdieren en vogels dat doen.  Langs de zijkant van de vissen loopt een zijlijn.  Met deze lijn kunnen beenvissen trillingen in het water voelen. 

We kunnen de grote groep van de beenvisachtigen verdelen in 2 groepen : de kwastvinnigen en de straalvinnigen.  De kwastvinnigen zijn vissen waaruit zich miljoenen jaren geleden de eerste landdieren hebben gevormd.  Met hun vinnen die op kwasten lijken begonnen sommige vissen uit het water te kruipen.  De straalvinnigen telen vele vissen die we goed kennen : de steur, de snoek, de zalm, de forel en de haring.  Alle beenvisachtigen komen voor over alle oceanen en rivieren van onze wereld.

———————————————————————————-

Kaakloze vissen

De kaakloze vissen vormen een groep dieren die eigenlijk niet tot de echte vissen behoren.  Hierin zitten de prikken en de slijmprikken.  Maar vaak wordt deze indeling veranderd en worden er nieuwe groepen gevormd.  Echte prikken hebben een ruggengraat en de slijmprikken hebben dat niet.

Deze dierengroep is nu maar erg klein, maar dat was vroeger anders.  Er bestonden vroeger grote groepen pantservissen die nu al lang uitgestorven zijn.

 

klassen kaakloze vissen :

 

prikken

 

slijmprikken

 

conodonten

 

De prikken

PRIKKEN

De prikken zijn een groep dieren die lijken op vissen maar niet echt tot die klasse behoren.  We noemen ze ook nog lampreien of negenogen.  Het zijn kaakloze vissen waarvan er ongeveer 40 soorten bekend zijn.  De meeste dieren leven in zoet water.  Hun mond is rond en er zit een rasptong met tandjes in om de prooien te raspen.  Er zijn ook prikken die bloed zuigen bij andere vissen.

 

soorten prikken :

 

rivierprik

 

zeeprik

 

beekprik

 

De slijmprikken

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slijmprikken

De slijmprikken zijn zeevissen zonder kaak en lijken wat op palingen.  Ze behoren niet tot de groep van de vissen.  Ze kunnen een soort slijm afscheiden dat ze afgeven door zich in een knoop te wringen.  Zo wrijven ze het slijm van hun lijf.  Deze dieren uit de zee worden in Japan als lekkernij gegeten.  In Korea wordt de huid van de slijmprikken gebruikt om leder van te maken.

De dieren kunnen tot een halve meter lang worden, soms tot meer dan één meter.  Hun lichaam is langgerekt met een staart die eruit ziet als een peddel.  De kop is vooral kraakbeen en een rij punten die op tanden lijken.  Die tanden worden niet gebruikt om te kauwen, maar om het voedsel naar binnen te trekken.  Ze kunnen blauwgrijs tot roze zijn van kleur met soms witte of zwarte vlekken.  De ogen worden niet altijd gebruikt omdat ze vaak diep in de zee leven.  Ook echte vinnen hebben ze niet.

Hoe ze paren, weten we niet echt.  We denken dat ze zowel mannetje als vrouwtje zijn.  Ze kunnen tot 30 stevige eitjes leggen, waar de ouders zich rond gaan krullen.  Of ze dan echt broeden is niet zo duidelijk.

 

soorten slijmprikken :

 

blinde prik

 

Japanse slijmprik

 

gewone slijmprik

———————————————————————

Schedellozen

De schedellozen worden ook wel de koplozen genoemd.  Omdat ze zo gek gebouwd zijn, hebben ze een aparte plaats binnen het dierenrijk gekregen.  Ze hebben geen ruggengraat, maar wel een zenuw die door de rug loopt.  Het zijn dus geen vissen en ook geen gewervelde dieren.

SCHEDELLOZEN

Er is één klasse gekend in deze groep dieren : de lancetvisjes.  Zij leven ingegraven in het zand van de ondiepe zee.  Ze lijken wel op vissen en worden ten hoogste 5 centimeter lang.  Ze hebben wel een soort oogjes aan de zijkant van hun kop zitten.  Er zitten wel spieren aan de zijkant van hun lichaam.  Zo wordt hun lichaam ondersteund.  Vinnen hebben ze niet en ook geen duidelijke kop.  Echt harde delen hebben ze niet.  Waarschijnlijk leven ze al 500 miljoen jaar in onze zeeën.

 

Aquaristiek

https://nl.wikipedia.org/wiki/Aquarium

—————————————————————————

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_kraakbeenvissen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Beenvisachtigen

—————————————————————————-

https://nl.wikipedia.org/wiki/Aquariumvis

http://www.sportvisserijnederland.nl

http://www.sportvisserijnederland.nl/vis-water/vissoorten/

http://www.visrecepten.nl/home/

http://www.eurovissers.nl/

Soortinformatie/Vissen

Neteldieren