Spechten

Spechten

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spechten

Spechten zijn kleine tot middelgrote, forse vogels met scherpe snavels. Zij leven meestal in bomen en gebruiken hun scherpe snavel en lange kleverige tong om daaruit insecten los te peuteren. Je hoort hem al vrij vroeg in het jaar tokken.
Hij zoekt zijn voedsel door hakken, peuteren, hameren en kappen in het hout van de bomen.
De spechten bewegen zich op 2 manieren :
al klimmend en al vliegend. Hun jongen brengen ze groot in een hol in de boom door die zelf eerst uit te hakken.
We noemen hen daarom
holenbroeders. Door hun getok noemen we hen ook de timmermannen van het bos.
Het zijn echte bosbewoners.
Je kunt ze in naaldbossen en gemengde bossen vinden. Soms kun je ze ook in parken horen of zien. In heel koude winters komen de vogels zelfs vrij dicht bij de huizen.
Maar meestal zijn ze erg bang.
Hun veren zijn steeds erg mooi van kleur.
Van wit rood,

Buntspecht

groen of zwart.

groenspecht

 

Ze eten noten, boomzaadjes, ook wel vruchten, maar vooral insecten en hun larven. Als er strenge winters zijn en bijna geen insecten te vinden zijn, dan krijgen ze het wel erg moeilijk.
Als ze aan insecten willen komen, moeten ze flink klimmen en hakken. Daarvoor hebben ze een paar flinke
klimpoten nodig. Daarbij staan twee tenen naar voren en twee tenen naar achter gericht. Hij kan zowel naar boven als naar onder klimmen,
maar nooit ondersteboven.
Zijn staart is bij dit alles heel belangrijk.
Het dient vooral als steunpunt.
Op de grond beweegt de specht zich wat vreemd. Hij stapt niet, maar hij
hipt. Zijn lichaam is hier niet echt voor gemaakt.
Als de specht van de ene boom naar de andere vliegt doet hij dat in golven. Het zijn niet echt hoogvliegers.

Om insecten te zoeken, gebruiken de spechten hun snavels. Ook hakken ze hun woningen uit. De snavels zijn voor de vogels ook heel erg belangrijk. Spechten hebben een echte haksnavel. De top ervan is als een beitel en de rest is heel stevig gemaakt. Met dit werktuig hakt en timmert hij er op los om in allerlei holten en spleten van de schors allerlei lekkers te vinden. Per seconde slaat een specht wel acht tot tien keer met grote kracht tegen een stam. Ieder ander dier zou van dit getimmer een hersenschudding krijgen. Maar de spechten niet! Dat komt omdat erin zijn hoofd een soort schokdemper zit om de schokken op te vangen.

Bij het zoeken naar insecten in de kleinste hoekjes en gaatjes heeft de specht echter niet genoeg aan zijn haksnavel.
Met zijn beitel hakt hij alleen een gangetje bloot. Om een insect uit zijn hol te halen, heeft de vogel ook nog een speciale tong.
Die zijn wel vrij lang. Deze tong kan de specht ook verbazend ver uit zijn snavel laten komen.
Aan het einde van de tong zit een soort borstels.
Vooraan van haakjes voorzien. Aan deze haakjes blijven de mieren, poppen en larven vastzitten als de tong in de gangen wordt gestoken. Ook gaat de specht soms op zoek naar vruchten. Deze vruchten duwt hij met zijn lange tong in verborgen kamertjes. Later haalt hij ze er weer uit als hij honger krijgt.

Als een mannetje en een vrouwtje elkaar hebben gevonden,
dan gaan ze samen een gepaste boom uitzoeken om hun huis te bouwen. Beide vogels doen het werk. Eerst kappen de spechten het
vlieggat uit. Daarna hakken ze een gang naar beneden.
Die gang wordt onderaan steeds breder.
Helemaal onderin komt in de gang een kamer voor de kleintjes. Deze onderzijde noem we de
ketel. Dit nest wordt niet echt met dons of mos bedekt, maar met houtsnippers.

soorten spechten :

inheems

middelste bonte specht

kleine bonte specht

draaihals

grijskopspecht

grote bonte specht

groene specht

zwarte specht

 

uitheems

drieteenspecht

Filipijnse specht

grijskopspecht

grote honingspeurder

grote goudrugspecht

witbuikspecht

roodkopspecht

ivoorsnavelspecht

witrugspecht

 

Spechten (Picidae) vormen een vogelfamilie van kleine tot middelgrote, robuuste vogels met scherpe snavels, een stijve staart en zygodactylisch poten waarvan de twee middelste tenen naar voren staan en de buitenste twee naar achteren. Zij leven meestal in bomen en gebruiken hun scherpe snavel en lange kleverige tong om daaruit insecten los te peuteren. Zij gebruiken hun staart daarbij als steunpilaar. Zij leven meest in paren en hakken hun nest uit in een boomstam.

De familie wordt verdeeld in drie onderfamilies: de draaihalzen (Jynginae), de dwergspechten (Picumninae) en de echte spechten (Picinae). Er worden op dit moment 225 soorten in de familie der spechten erkend.

Anatomie specht

Poten

Bij de meeste spechten zijn de poten zygodactylisch. De specht zijn tenen staan echter niet altijd in een X-verhouding wanneer deze op en neer klautert over een stam, de vierde teen is veelal in laterale verhouding t.o.v. de andere drie. Een uitzondering op de regel is de drieteenspecht, die zoals de naam verraadt er enkel drie heeft, en zijn vierde teen verloor door evolutie. De poten en tenen zijn relatief kort en voorzien van scherpe, sterke klauwen.

Tong

De specht zijn tong is een handig gereedschap in het zoeken van voedsel. Ze zijn namelijk verzot op mieren, die ze met hun lange tong uit boomholtes halen. Dit wordt vergemakkelijkt door stekels of lijm aan het eindpunt waar mieren aan blijven kleven, ze kunnen ermee kronkelen. De tong is vastgehecht in het rechter neusgat en split daarna in tweeën, en gaat onderhuids over de schedel heen naar beide zijden van de nek. Daarna komen de twee delen terug bijeen en komt omhoog onder in de onderkaak en zo in de bek. Deze tong is erg elastisch en de vasthechting is versterkt door vijf kleine beentjes, genaamd hyoidbeen.

Ecologische betekenis

De spechten scheppen de voorwaarden voor ettelijke andere dieren door het maken van holen.

 

Taxonomie

Alfabetische lijst van geslachten

 

Geslacht Blythipicus (2 soorten)

 

Geslacht Campephilus (11 soorten Amerikaanse spechten waaronder de ivoorsnavelspecht)

 

Geslacht Campethera (12 soorten)

 

Geslacht Celeus (11 soorten)

 

Geslacht Chrysocolaptes (drie soorten)

 

Geslacht Chrysocolaptes (drie soorten)

 

Geslacht Colaptes (12 soorten)

 

Geslacht Dendrocopos (24 soorten waaronder de grote bonte specht)

 

Geslacht Dendropicos (15 soorten)

 

Geslacht Dinopium (5 soorten)

 

Geslacht Dryocopus (7 soorten waaronder de zwarte specht)

 

Geslacht Gecinulus (2 soorten)

 

Geslacht Geocolaptes (1 soort: Kaapse grondspecht)

 

Geslacht Hemicircus (2 soorten)

 

Geslacht Jynx (2 soorten draaihalzen)

 

Geslacht Meiglyptes (3 soorten)

 

Geslacht Melanerpes (meer dan 20 soorten)

 

Geslacht Micropternus (1 soort: Micropternus brachyurus

 

Geslacht Mulleripicus (3 soorten)

 

Geslacht Nesoctites (1 soort: Nesoctites micromegas)

 

Geslacht Picoides (12 soorten waaronder de drieteenspecht)

 

Geslacht Piculus (7 soorten)

 

Geslacht Picumnus (meer dan 20 soorten)

 

Geslacht Picus (12 soorten waaronder de groene specht)

 

Geslacht Reinwardtipicus (1 soort: oranjerugspecht)

 

Geslacht Sapheopipo (1 soort: Sapheopipo noguchii)

 

Geslacht Sasia (3 soorten)

 

Geslacht Sphyrapicus (4 soorten)

 

Geslacht Veniliornis (14 soorten)

 

Geslacht Xiphidiopicus (1 soort: Cubaanse groene specht)